Een snelkookpan om hockeyers beter te maken

In het zaalhockey-gekke Duitsland was dit weekend het Europees kampioenschap.

Nederland behoorde niet tot de toplanden, doordat zaalhockey hier bijzaak is.

Als het aan de bondscoach van de Nederlandse zaalhockeyers ligt, sluiten Teun de Nooijer en Taeke Taekema zich volgend winterseizoen bij zijn selectie aan. Realistisch is dat niet, dat weet hij ook wel, maar Robin Rösch glundert bij de gedachte om de twee afgedankte routiniers in zijn team op te nemen. „Het zou een feest zijn om Teun in de zaal te zien.”

Zijn collega Joost van Geel, coach van de vrouwen, meent zelfs dat de zaal ideaal is voor Taekema. „Om aan zijn voetenwerk en grondverdediging te werken”.

Ook op het EK zaalhockey in Leipzig afgelopen weekend hield de verwijdering van De Nooijer en Taekema uit de olympische voorselectie de gemoederen bezig. Verwonderde Duitse hockeyvolgers vroegen vrijdag aan Nederlandse journalisten of het werkelijk waar was dat bondscoach Paul van Ass zijn twee routiniers had bedankt. Ja, zo was het echt.

Maar daarna gaat het de Duitsers in Leipzig toch vooral om het spelletje. Dat betekent 4.000 toeschouwers met plastic klappers, bier en een broodje schnitzel in een bijna uitverkochte Leipzig Arena. De Duitsers winnen het EK, zowel bij de mannen als de vrouwen. Nederland wordt twee keer vierde, doordat de Duitse mannen en vrouwen in de halve finales te sterk zijn. Een logisch gevolg van de status van het populaire Hallenhockey in Duitsland. Voor de Nederlandse hockeybond is het niet meer dan een bijzaak.

In Nederland zijn alleen spelers die niet meer – of nog niet – tot de veldselectie behoren veroordeeld tot de zaal. Mannen zoals aanvoerder Robert Tigges en aanjager Teun Rohof, die in een eerder stadium bedankt werden door Van Ass. Volgens Rohof wordt de toegevoegde waarde van het zaalhockey te weinig onderkend in Nederland. „Je wordt er als veldspeler zoveel beter van. Snel beslissen, veel vooruit kijken. En je wordt er superfit van.”

Zaalhockey is een tactisch schuifspelletje van zes tegen zes. Soms ontstaat er een curieuze surplace van voorovergebogen spelers, die gemakkelijk tien seconden kan duren. Maar verder is het vooral een erg dynamische en intensieve variant. Het is de ideale bijscholing voor veldspelers, zeggen coaches.

„We gaan er altijd vanuit dat als je veel hetzelfde doet je daar steeds beter in wordt”, zegt Van Geel. „Maar dat gaat maar tot een bepaalde hoogte. Als je ook andere dingen probeert, met een andere stick in een andere omgeving dan word je daar motorisch beter van. Denk aan straatvoetbal.”

Dat de Duitsers het zaalhockey domineren wekt weinig verbazing. De succesvolle trainer Markus Weise, bondscoach in de zaal én op het veld, heeft de beschikking over veel van zijn veldtoppers. „Het is in Duitsland geen kwestie van je beschikbaar willen stellen”, zegt Rösch, Duitser van geboorte. „Je hebt geen keus, je doet gewoon mee. Het hoort bij het totale traject.”

De Nederlandse veldhockeyers hebben met dit EK in de zaal helemaal niets te maken. Zij gaan deze week op trainingskamp in Alicante en vliegen daarna voor een oefenstage naar Australië. En de vrouwen bereiden zich vanaf deze week in Argentinië voor op de Champions Trophy in Rosario. Ook als dat niet zo was had Van Geel niet op sterren als Maartje Paumen of Naomi van As hoeven rekenen. „Geen kans”, weet hij.

De bondscoach van de zaalhockeysters stelt zich dienstbaar op. Prijzen zijn geen doel op zich. Van Geel: „De vraag is hoe je zaalhockey duidt. Willen we meer prijzen binnenfietsen? Of willen we spelers sterker maken voor het veldhockey? Dan moet je je dus afvragen welke plek je dit team geeft in de totale lijn van Jong Oranje naar de A-ploeg. Daar kan zaalhockey een belangrijker onderdeel in worden.” Hij noemt het zaalhockey een „snelkookpan” om spelers specifieke kwaliteiten bij te brengen.

Bondscoach Rösch vindt het jammer dat de „zaalcultuur” in Nederland niet van de grond komt. „In Duitsland worden zalen vaak door de gemeente ter beschikking gesteld en is de winterstop veel langer, waardoor de zaalcompetitie meer om het lijf heeft. In Nederland heb je begin december nog gewoon Pinoké tegen Hurley buiten, bij vier graden. Zo koud! Dan vraag ik me af of we niet beter wat eerder de zaal in kunnen trekken.”