Een nauwelijks links alternatief

Onder de titel ‘Samen de crisis te lijf’ presenteerden PvdA, SP en GroenLinks zaterdag in Nijmegen een zoals zij het noemden „gezamenlijk alternatief tegen het kabinetsbeleid”. Op zichzelf was dat een lovenswaardig initiatief van de drie fractieleiders uit de Tweede Kamer. Het is uit democratisch oogpunt toe te juichen als oppositiepartijen tegenover het kabinet hun eigen plannen plaatsen. Des te betreurenswaardiger is het dat die voorstellen zo weinig om het lijf hebben.

Cohen (PvdA), Roemer (SP) en Sap (GroenLinks) zijn niet in staat gebleken voor het regeerakkoord en andere kabinetsplannen alternatieven te bedenken die op ingrijpend andere keuzes duiden. Wat deze linkse partijen het meest bindt, is hun gezamenlijke afkeer van het huidige minderheidskabinet van VVD en CDA en van de gedoogpartner daarvan, de PVV. Maar dat was blijkbaar niet genoeg voor de drie partijen om op hun gezamenlijke nieuwjaarsbijeenkomst met een manifest te kunnen komen dat als tegenwicht voor het kabinetsbeleid indruk maakt.

De partijen zeggen de recessie te willen bestrijden met „solidaire bezuinigingen, slimme investeringen én hervormingen”. Zo gezegd, zo niet gedaan, want van hervormingen is in het oppositionele alternatief nauwelijks sprake. Het werkstuk is niet veel meer dan een opsomming van oude en toekomstige moties, die voornamelijk als doel hebben om de werkloosheid op korte termijn tegen te gaan. Dat gebeurt op de klassieke wijze door al geplande investeringen naar voren te halen en door traditionele, linkse voorstellen als loonkostensubsidies uit de la te trekken.

Er zitten bruikbare ideeën tussen, maar hoe de partijen structureel de financiële crisis te lijf willen gaan, blijft door duisternis omgeven. Net als de financiering van hun voorstellen, waarover ze niet veel meer te melden hebben dan dat desnoods de inkomstenbelasting en de vermogensbelasting voor de hoge inkomens moeten worden verhoogd.

Het is niet verbazingwekkend dat het alternatief van de linkse oppositie zo mager is. Hun onderlinge verschillen zijn te groot. Tegenover de behoudzuchtige socialisten van de SP staan de dolende sociaal-democraten van de PvdA, die geplaagd worden door sombere opiniepeilingen. Over de bestrijding van bijvoorbeeld de Europese schuldencrisis denken deze partijen wezenlijk anders. En in GroenLinks zijn stromingen te ontwaren die liever samen met D66 naar de toekomst kijken.

Het kabinet moet regelmatig met de pet rond om parlementaire meerderheden te verwerven. Dat biedt dus kansen aan de oppositie. Maar de stelling dat ook zij niet meer is dan een som van verdeelde minderheden staat met het alternatief van links nog recht overeind.