De winnaar is... hard en helder

De jury van de Inktspotprijs bekroont jaarlijks de beste politieke tekening. Eensgezind wordt er gekozen voor een provocerende prent over een niet al te controversiële kwestie.

Een politieke of maatschappelijke kwestie in één helder, eenvoudig beeld neergezet. Een politieke tekenaar die dat is gelukt, maakt kans op de Inktspotprijs 2011, die morgenmiddag in de Haagse sociëteit Nieuwspoort wordt uitgereikt. Wie de winnaars van de laatste zeventien jaar bekijkt, ziet dat de jury van de Inktspotprijs van helder en eenvoudig houdt. Zoals de vragende hand met gouden manchetknoop, ofwel: de bedelende bankier, in 2008 getekend door Tom Janssen. Of, het jaar daarna, de uitglijdende schaatser in het DSB-logo, van Jos Collignon.

Nog typerender was de winnende prent van vorig jaar. De tekening van Peter van Straaten laat een knielende figuur zien in een habijt. In het blote achterwerk, hoog in de lucht, steekt een groot houten kruis waaraan Jezus hangt.

Het was de derde keer dat Van Straaten de prijs won met een naakte persoon, maar de twee vorige keren was de voorstelling aanzienlijk fijngevoeliger. Je zou verwachten dat een cartoon die zo hard is als die met het kruis in het achterste zelden wint, omdat de jury uit meer dan één persoon bestaat. Behalve als, na lang overleg, een politieke prent is gevonden die iedereen goed vindt, zonder dat het om een controversiële kwestie gaat maar om iets waar iedereen dezelfde politieke kant kiest. En ja, katholieken, hoe grof ook bejegend, die mag je in Nederland keihard aanpakken – ook zijzelf lijken daar niet echt om te malen, zeker niet na de onthulling van grootschalig misbruik binnen katholieke jongereninternaten. Een soortgelijke cartoon over de profeet Mohammed is nog niet eerder onder de genomineerden gespot. Er is een cartoonist, Gregorius Nekschot, die zich daarin specialiseert, maar die werd op verdenking van haatzaaien afgevoerd naar een politiecel.

Het is duidelijk: een harde cartoon met een onbetwiste vijand als doelwit heeft grote kans in de prijzen te vallen. En dus maakt Bas van der Schot dit jaar een goede kans. Hij tekende de Syrische president Assad, spelend met twee eendjes in een bloedbad. Wat onderwerp betreft even weinig controversieel zijn de balanceeract van Merkel (Ruben L.Oppenheimer), en de vrolijk dansende Rutte die het crisisspook en bezuinigingsmonster achter zich negeert (Miriam Vissers). Beide zijn fraai getekend en dat geldt ook voor de prent ‘Keuzes maken’ van Joep Bertrams. Maar als portret van staatssecretaris Halbe Zijlstra is hij mislukt, want hij lijkt niet en het idee, een exacte verbeelding van ‘snijden in kunst’, is niet origineel. De mooiste tekening in de selectie van de Inktspotprijs is Siegfried Woldheks portret van staatssecretaris Henk Bleker (CDA, Landbouw). Als boer op zijn akker vertrapt hij het laatste bloempje.

Maar ook hier geldt: het is Bleker niet. Die is misschien „niet authentiek”, zoals deze krant meer dan eens schreef, maar hij is wel complex, meer dan alleen de boer die de natuur om zeep helpt. De verschillende kanten van Bleker komen veel sterker naar voren in de fantastische spotprent van Jos Collignon. Voor wie wil lachen, is dit de belangrijkste kanshebber. Plotseling voelt de kijker de ergernis van de CDA’ers over Blekers optreden met de Nederlands-Angolese tiener Mauro, wiens zaak zo slecht uitpakte voor de christendemocraten in het parlement, en het contrast met het openlijk beleden medeleven van diezelfde CDA’ers met de jongen.

Een probleem voor de kansen van deze prent is dat de prijs nog nooit is gegaan naar een combinatie van beelden in één cartoon, een strip. Bovendien is er voor de ministrip van Collignon voorkennis vereist. De kijker moet weten dat Bleker de jongen uitnodigde voor de voetbalwedstrijd FC Twente tegen PSV, in het tv-programma Pauw & Witteman. En dan het onderwerp… In het jaar van de Arabische lente en de eurocrisis zal de jury de mogelijke uitzetting van een enkele tiener misschien te klein vinden voor de winnende cartoon. Want wat zullen mensen daar over twintig jaar van zeggen?

Aan de andere kant: past zo’n onderwerp – en dus prent – niet juist bij het Nederland in 2011?

Pieter van Os