De operatie was een peulenschil

Vrouwen met PIP-protheses – in Nederland verkocht door Rofil – worden opgeroepen die te laten verwijderen.

Samantha Kooij (32) moest dat jaren geleden al doen.

‘Ik ben altijd wat dikkig geweest. Als puber was ik constant aan het lijnen. ‘Heb je Samantha weer met haar diëten’, riepen ze mij op school na. Ik werd veel gepest.

Door dat lijnen raakte mijn hormoonhuishouding in de war; mijn borsten konden zich niet goed ontwikkelen. Ik had als puber cupmaat A – wat ik vreselijk vond. Ik durfde niet in bikini. Kleding kopen was een ramp. Mijn moeder heeft heel wat met mij te stellen gehad.

Ik was negentien toen ze zei: toe maar. Laat je borsten maar vergroten. Ze kon het op het laatst niet meer aanzien, hè.

Kort daarop liepen wij bij de eerste privékliniek naar binnen. ‘Ik wil geen Pamela Anderson-borsten’, zei ik tegen de chirurg. ‘Gewoon: naturel.’ Voor mij was belangrijk of het met zo’n arts klikte én of de kliniek kwaliteitsonderzoek naar implantaten had gedaan.

Een heel scala aan protheses trok tijdens die kennismakingsbezoeken aan mij voorbij: appelvormig, peervormig, druppelvormig, suikerprotheses... wat paste het beste bij mijn lichaam? We kwamen uit op PIP van leverancier Rofil. Protheses die ‘gegarandeerd niet lekken’, werd erbij verteld.

De operatie zelf was een peulenschil, ik geloof dat het hooguit een uur duurde. Toen ik ontwaakte uit de narcose lag ik tussen vijf vrouwen die eenzelfde operatie hadden ondergaan. ‘Het lijkt wel lopende bandwerk’, fluisterde ik tegen mijn moeder. Maar ik voelde me goed met mijn volle cup C, druppelvormig.

‘Héb je ze’, informeerde de slager toen hij me weer zag – ik werkte in die tijd op de Albert Cuypmarkt. ‘Jahaaaaaa’, meldde ik trots. Ik was twee weken uit de roulatie geweest. Had geen geheim van mijn plannen gemaakt. Waarom zou ik me schamen voor een borstvergroting? Het past bij mij, bij mijn lichaam.

Dat mannen soms ‘poeh poeh’ roepen als ik langs loop, geeft me een onbehaaglijk gevoel. Die twijfel: is het niet overdone? Ik pronk niet met mijn borsten, integendeel. Wel voel ik me zekerder, omdat mijn lichaam eindelijk in proportie is.

Vijf jaar na mijn operatie kreeg ik de eerste klachten. Moeheid. Hoofdpijn. En wat waren die vreemde knobbeltjes onder mijn oksel? De ziekenhuisspecialist dacht aanvankelijk aan lymfeklierkanker. Maar toen er een gelige substantie vrijkwam tijdens de operatie, wist hij: dat niet.

Drie keer ben ik daar onder het mes geweest. Na de laatste keer verwees de arts mij terug naar de privékliniek waar ik mijn implantaten had laten inbrengen. De opluchting – geen kanker – was groot. Maar zou de chirurg mij nog herkennen? En: zouden ze mij helpen?

De kliniek voelde zich niet aansprakelijk, want ik was de enige met klachten. Gelukkig was mijn vroegere chirurg – hij had inmiddels een eigen praktijk – meer begaan. Als jij de operatiekosten betaalt, stelde hij voor, betaal ik je borsten. Want dat wilde ik wel: een nieuwe cup C, druppelvormig. Zónder had ik nu waarschijnlijk theezakjes gehad.

Toen ik uit mijn vierde operatie in een half jaar tijd ontwaakte, bleek dat er slechts één prothese was geplaatst. In mijn linkerborst durfde de chirurg het niet aan: de lekkende prothese was in een ontsteking uitgemond. Het pus druppelde er uit. Ik liep nog weken met een open wond – en maar één borst.

Pas na de vijfde operatie, en met twee volle borsten, voelde ik me weer compleet. Of ik boos was? Neu. Ik dacht alleen: dikke pech. De één treft een stukje glas in zijn doperwten. Ik trof slechte siliconen. Ik vergelijk het wel eens met auto’s van een slecht bouwjaar die worden teruggeroepen. Het is geen handwerk, er kan altijd iets misgaan.

Samen met vier andere vrouwen heb ik wel een claim tegen Rofil ingediend. We hadden allemaal last van onze linkerprothese, die in dezelfde fabriek was gemaakt en in dezelfde periode geplaatst. Een van de vrouwen had zelfs borstkanker gekregen. Volgens de advocaat had ik recht op 35.000 euro. Maar toen Rofil failliet ging, kon ik naar mijn geld fluiten.

Ik heb een druk leven als alleenstaande moeder. Maar de keren dat ik tv kijk, zie ik vaak horrorverhalen over vrouwen met PIP- of Rofil-implantaten. Mijn nieuwe implantaten zijn van een ander merk, maar dat maakt mijn betrokkenheid er niet minder om. De doktersbezoeken, de operaties, de onzekerheid – ik heb het allemaal aan den lijve meegemaakt.

Soms zie ik mensen denken: je hebt het jezelf aangedaan. Ze begrijpen niet dat een borstvergroting niet alleen met uiterlijk vertoon te maken heeft, maar ook met zelfvertrouwen. Ik durf nu weer in een bikini te lopen, schiet sneller een kledingzaak in. Als ik voor de spiegel sta, weet ik: dit lichaam hoort bij mij. Dat kan een ander gek vinden, maar daar lig ik niet wakker van.”