De jongens achter de Somalische piraterij

Jay Bahadur: Piratenkust: De verborgen wereld van Somalische piraten.336 blz. € 22,95

De jonge Canadese journalist Jay Bahadur pakt in januari 2009 het vliegtuig naar Somalië om een boek te schrijven over piraten. Hij is net afgestudeerd als politicoloog en verdiende tot dan toe geld met het schrijven van rapporten voor een marktonderzoekbureau. Hij wil naar Somalië „om mijn droomvak onder de knie te krijgen op plekken waar niemand anders heen wilde gaan”.

Het vliegtuig landt in Puntland, een semi-autonome regio die deze eeuw is uitgegroeid tot het epicentrum van de piraterij. Bahadur interviewt piratenbazen en hun crew, leden van de kustwacht en politici, onder wie president Farole. Hij onderneemt een riskante reis naar de afgelegen woestijnstad Eyl, waar de Somalische piraterij zijn oorsprong vindt.

De gesprekken vormen nu de basis van Piratenkust. Zo eenvoudig is het dus. Het is een verhelderend boek geworden, dat het leven van piraten van binnenuit beschrijft. Dat velen de buit verbrassen aan de milde drug qat en aan auto’s. Dat ze door de lokale gemeenschap aanvankelijk als helden worden gezien, totdat het piratengeld de prijzen opdrijft en de mannen zich beginnen te misdragen onder invloed van alcohol en qat. En de kortetermijnhuwelijken die piraten met mooie meisjes sluiten om het islamitische verbod op vluchtige seks te omzeilen.

Naast dit inkijkje in het leven van piraten, legt Bahadur uit waarom juist Puntland is uitgegroeid tot de ideale uitvalsbasis voor de piraten. De regio heeft een kustlijn van 1.300 kilometer en de piraten profiteren van de zwakke lokale overheid. In andere delen van Somalië zou dat niet zo gemakkelijk gaan. In Somaliland is de overheid te sterk, in het zuiden bond de Unie van Islamitische Rechtbanken juist de strijd aan met de piraten.

Bahadur vertelt hoe piraterij ontstond als reactie op illegale visserij voor de kust, hoe de piraten onder leiding van slimme zakenmannen als Afweyne (‘Grote Mond’) steeds geraffineerder te werk gingen en hoe schimmige beveiligingsbedrijven, die door de regering werden ingehuurd als ‘kustwacht’, in feite een kweekvijver waren voor piraten. Ze leerden omgaan met moderne wapens en navigatiesystemen. Handige kennis om schepen te kapen.

Soms is Bahadur te langdradig en verliest het verhaal vaart. In het hoofdstuk ‘De freakonomics van de piraterij’ berekent hij tot in detail wat de kosten en de baten zijn van de kaping van de MV Victoria in 2009, van de verschillen in salaris tot de kosten van brandstof. De belangrijkste conclusie is dat de investeerders er veel meer geld aan overhouden dan de crew, de kok en degene die verantwoordelijk is voor de voorraad qat. Maar dat had ook in minder dan tien pagina’s gekund.

Toch is Piratenkust een moedig en onderhoudend boek dat uitlegt welke wereld er schuilt achter de korte berichten in de krant over het zoveelste gekaapte schip.

Toon Beemsterboer