Amerika's grote draai

Terwijl Europa voortploetert met zijn economische problemen, heeft Amerika zijn blik gericht op het deel van de wereld dat de toekomst heeft. Azië.

Azië is voor de Verenigde Staten steeds meer wat Europa was in de decennia na de Tweede Wereldoorlog: onmisbaar als economische en politieke partner, en cruciaal om de Amerikaanse positie in de wereld veilig te stellen. En ook: een regio met politieke en militaire spanningen, waar de supermacht een stabiliserende rol kan spelen.

De Amerikaanse buitenlandse politiek is daarom bezig een grote draai te maken naar het economisch dynamische Azië. Dat is al een tijdje aan de gang, maar het werd onlangs nog eens benadrukt in een nieuwe Amerikaanse defensiestrategie.

In dat stuk schetst de regering-Obama in grote lijnen waar op het gebied van defensie haar prioriteiten liggen. Het gaat dus over militaire zaken, maar ook over de geopolitieke verschuivingen die bepalend zullen zijn voor de komende decennia. En daarbij staat veel op het spel, ook voor Europa.

Nu Amerika zijn troepen heeft teruggetrokken uit Irak, en zich opmaakt ook het Afghaanse avontuur te beëindigen, sluit het land een periode af die begon met 9/11. Het was een decennium van grote militaire interventies en kostbare, maar niet effectieve nation building. Bestrijding van terrorisme was hoofddoel in de nogal vaag gedefinieerde War on Terror.

Die bladzijde slaat Obama nu om. De meest urgente bedreiging van de nationale veiligheid is nu de hoge staatsschuld, zoals de voorzitter van de chefs van staven vorig jaar al zei. De eigen economie moet er bovenop komen, anders kan Amerika zijn positie in de wereld niet behouden.

Dat betekent dat er bezuinigd moet worden. Ook defensie moet inleveren, de strijdkrachten moeten inkrimpen. Amerika zal terughoudender worden met de massale inzet van grondtroepen. Vaker zal worden gekozen voor lichtere instrumenten, zoals kleine commando-eenheden of luchtaanvallen, bij voorkeur met onbemande vliegtuigjes.

Uitdrukkelijk wil Obama ook meer samenwerken met bondgenoten en regionale partners. Daarvoor heeft hij goede strategische en economische redenen, en het is ook een manier om militaire kosten te delen. Verder zal Amerika zich meer als Aziatische macht laten gelden.

De opkomst van China, in economisch maar ook militair opzicht, is de bepalende factor in de nieuwe Amerikaanse strategie. Goede betrekkingen zijn voor beide landen van groot belang. Maar tegelijk willen de VS tegenwicht bieden aan de groeiende Chinese macht in Azië.

Vandaar de sterke banden met de grote mogendheden Japan en India, en met goede partners als Zuid-Korea, Indonesië en Australië. Ook de relatie met Vietnam is goed, en zelfs Birma stelt zich de laatste tijd open voor Amerikaanse toenadering. China vreest dat dit een omsingeling is. De Amerikanen en hun vrienden in de regio spreken liever van het creëren van een machtsbalans.

De verschuiving van de Amerikaanse aandacht naar Azië kan voor Europa niet zonder gevolgen blijven. Omdat de begroting van het Pentagon krimpt zal de extra inzet in Azië gepaard gaan met een kleinere Amerikaanse rol in Europa.

Dat hoeft niet slecht te zijn. Obama verzekert dat de veiligheidsgaranties voor de NAVO-bondgenoten recht overeind blijven. Maar de Amerikanen zullen van de Europeanen wel een grotere inzet vragen.

Bij de oorlog in Libië gaf Obama hen al het voortouw. Alleen bleek al snel dat ze lang niet genoeg materieel, ervaring en munitie hadden. Zij, wij, bleken nog altijd niet zonder de Amerikanen te kunnen.

De NAVO blijft belangrijk, zegt Obama. Maar vinden de Europeanen dat ook? En wat hebben ze er voor over? In de huidige economische crisis is er weinig kans dat ze meer geld voor defensie zullen uittrekken om de Amerikaanse wending naar Azië te compenseren. En heeft Europa eigenlijk wel de politieke wil om een militaire rol te spelen, in de eigen regio of elders?

Dat is een open vraag. Amerika gaat niet meer op het antwoord zitten wachten. Want Europa doet er steeds minder toe.

Juurd Eijsvoogel