‘Na de afwaardering van Frankrijk, komt triple A-Duitsland in vizier’

Caption: The Euro sculpture in front of the European Central Bank is reflected in a puddle in Frankfurt, Germany, on a rainy and windy Thursday, Jan. 5, 2012. (AP Photo/Michael Probst) Het hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Foto AP / Michael Probst

Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s ontnam Frankrijk vrijdag de triple A-status en verlaagde de kredietwaardigheid van acht andere Europese landen. Duitsland moet zich nu ook zorgen gaan maken over een afwaardering.

Dat zegt Clemens Fuest, hoogleraar economie aan de universiteit van Oxford en adviseur van de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble in een interview met het Duitse financiële dagblad Handelsblatt.

‘Gevolgen afwaardering zullen meevallen’

Volgens Fuest is het economische landschap zo veranderd binnen de eurozone dat ook Duitsland niet onaangetast kan blijven door de schuldencrisis. Hij schat de kans dat Duitsland afgewaardeerd wordt op vijftig procent. Feust schat echter in dat de gevolgen van een afwaardering mee zullen vallen:

“Ik schat het fiftyfifty in. Als de andere eurolanden snel herstellen, is er een kans dat Duitsland er weer bovenop komt. Een afwaardering is geen verschrikkelijk drama, kijk maar naar de Verenigde Staten. Duitsland zou door een afwaardering een iets minder perfecte veilige haven zijn voor beleggers. Maar de externe waarde van de euro zou wel meer onder druk komen te staan. En in een scenario waar zelfs Duitsland niet meer zijn schulden kan terugbetalen, is de verwachting dat de Europese Centrale Bank op het toneel verschijnt en de pijn verzacht. Het zal zeker niet komen van nationaal faillissement van Duitsland.”

Afwaardering Frankrijk treft bestrijding schuldencrisis

Duitsland is samen met Frankrijk de spil in de bestrijding van de schuldencrisis. Het land staat met 211 miljard euro voor het hoogste bedrag garant voor het Europese noodfonds, Frankrijk volgt met 158 miljard euro. De afwaardering van de Franse kredietwaardigheid treft de bezwering van de crisis in de eurozone in haar hart, omdat hierdoor het noodfonds EFSF minder goedkoop geld kan lenen bij beleggers. Gisteren schreef economieredacteur Melle Garschagen in NRC Handelsblad dat het EFSF nu in slagkracht moet inboeten. Garschagen:

“Belangrijker dan de Franse imagoschade zijn de gevolgen voor de bestrijding van de eurocrisis. Bij de oprichting van noodfonds EFSF kregen de toenmalige AAA-landen (Frankrijk, Oostenrijk, Luxemburg, Duitsland, Finland en Nederland) een cruciale rol toebedeeld. Het noodfonds zou alleen goedkoop geld kunnen lenen bij beleggers wereldwijd als de zes kredietwaardigste en dus betrouwbaarste landen garant stonden voor alle obligaties die het EFSF op de kapitaalmarkt ophaalde. Noodfonds EFSF zou dat goedkope geld uitlenen aan eurolanden die wegens schuldproblemen zelf torenhoge rentes moesten betalen. Nu Frankrijk en Oostenrijk de AAA-status kwijt zijn, wordt lenen voor het EFSF duurder. Daardoor wordt het noodfonds minder effectief.

Afwaarderingen kunnen obligatiemarkt ontwrichten

Het crisismechanisme van de eurozone zal niet meteen “haperen”, maar volgens Garschagen moeten politici wel haast maken met het uitvoeren van maatregelen om de schuldencrisis op te lossen. Want als de crisis aanhoudt, komt de rating van Duitsland inderdaad ook in gevaar. Maar de voornaamste zorg lijkt de ontwrichting van de obligatiemarkt voor eurolanden. Garschagen:

“Het gevaar is dat de onderhandelingen in Brussel worden ingehaald door de werkelijkheid. De massa-afwaardering van S&P kan de obligatiemarkt voor eurolanden ontwrichten. Italië, met een schuld van 1.800 miljard euro, is nog twee stappen verwijderd van junk-status. Het risico bestaat dat grote beleggers nauwelijks meer mogen beleggen in de obligaties van het land met de grootste uitstaande schuld in de eurozone, omdat de kans op wanbetaling groot is. Alleen de dreiging van nog een afwaardering kan ervoor zorgen dat beleggers alles wat euro is mijden op de obligatiemarkt. Zelfs een uitpuilende oorlogskas van het IMF is dan waarschijnlijk niet genoeg om de crisis te bezweren.”