Zij: 'Spaar jij zo weinig? Dat kan beter!'

Ellen: „Rondkomen is opletten. Maar ik ga niet in reclamefolders bladeren om te zien wat in welke supermarkt in de aanbieding is. Ik sta ook nooit met zenuwen in m’n lijf in de winkel te pinnen; ik weet wat ik heb.”

Bas: „Ik vind het knap hoe mijn moeder rondkomt. Ze verdient minder dan ik, maar houdt misschien wel meer over.”

Ellen: „Hoeveel spaar jij dan?”

Bas: „Zo’n 100 tot 200 euro per maand.”

Ellen: „Zó weinig? Da’s niet goed, jongen. Daar gaan we straks even naar kijken.”

Bas: „Ik maak op wat ik verdien. En jij en de auto kosten me al 500 euro. En dan heb ik nog mijn zorgverzekering en het uitgaan…”

Ellen: „Je geeft toch geen honderden euro’s uit aan stappen? Dat kan beter, Bas.”

Bas: „Het kan altijd beter.”

Ellen: „En dan zie ik je in de Jumbo met croissantjes, terwijl hier thuis ook gewoon brood is. Dat vind ik kul.”

Bas: „Jij bent gewoon veel zuiniger dan ik. Je hebt me wel drie keer gevraagd of je die nieuwe jas van 100 euro zou kopen. En toch kocht je wel ineens dat dure vloerkleed van 180 euro.”

Ellen: „Ik zag op tegen de Kerstdagen en dacht: ik moet kleur in mijn leven. Ik zag dat kleed en moest het hebben.”

Bas: „Ik moet wel lachen om al die kleuren, normaal wil je altijd strakke spullen.”

Ellen: „Maar ik ben snel tevreden. Neem deze tafel, daar ben ik zo happy mee. Dan zie ik in de winkel tafels voor duizenden euro’s, maar deze heeft Bas gemaakt.”

Bas: „Kostte maar 50 euro.”

Anne Dohmen