Zeiknat

In de rij staan voor een museum is ook een kunst, merkt Ivo Weyel.

Vakantie doe je voor je lol. Tenminste, dat geldt voor de meeste vakantiegangers. Zo niet dit Nederlands echtpaar in Parijs, in de rij voor Musée d’Orsay, naar waarheid opgetekend op 22-12-2011.

Ze stappen uit de taxi. Het regent. Ze sluiten aan in de rij, achter mij.

Hij: „Godsklere wat een rij. Dat gaat verdomme uren duren.”

Zij: „Kom, niet zo zeuren, dat gaat altijd heel snel, tien minuutjes.”

Hij: „Tien minuutjes!? Jij altijd met je optimisme. Moet je kijken, je ziet niet eens waar het begint.”

Zij: „Nou, nou, effe rustig, we staan tenminste droog.”

Hij: „Droog? Hou die paraplu dan ook goed, jij staat droog maar alles lekt hier op mijn schoenen, verdomme.”

Zij: „Wat nou? Ik hou hem toch boven ons allebei. Rustig nou maar.”

Hij: „Hoger die plu, je prikt met dat ding in mijn ogen. Hier met dat ding.”

Stapvoets schuifelt de rij vooruit. Via een andere ingang lopen mensen zonder rij naar binnen.

Hij: „Krijg nou de tering. Moet je kijken! Daar staat helemaal geen rij, kom op, daarheen.”

Zij: „Nee-hee, blijf nou staan, dat is niet voor ons.”

Hij: „Wat nou niet voor ons? Is mijn geld van blik dan? Ik betaal d’r toch voor.”

Zij: „Nee, kijk nou wat daar staat, dat is als je al een kaartje hebt gekocht van tevoren, via internet of zo.”

Hij: „Waarom heb je dat niet gedaan dan? Jij moest toch zo nodig hier naar toe. Godsklere. Sta ik hier een partij zeiknat te worden.”

We bereiken de luifel van het museum en staan droog. Zij probeert hem te sussen: „Zo. Daar zijn we. Lekker droog toch? Nog maar effetjes. Kijk, je kunt het binnen al zien.”

Maar dat helpt niet. Integendeel. Hij ontwaart het controlepoortje binnen.

Hij: „Godsamme, krijg nou wat, moeten we nog door zo’n poortje. Het lijkt Schiphol wel. Moet ik straks mijn broek nog uitdoen. Alsof ik die kutkunst wil opblazen. Rot toch op.”

Zij: „Rustig nou maar, dat is gewoon voor de veiligheid. Zo. Daar zijn we al. Ging toch best snel?”

Bij het controlepoortje keert hij zijn zakken binnenstebuiten. „Zo, mesjeu, je n’ai pas de Mona Lisa dans mon sac, nou goed?”

En dan zijn ze binnen. Hij loopt linksaf. Zij rechtsaf en roept: „Deze kant op. Hier begint de tentoonstelling.”

Hij schreeuwt: „Bekijk het maar. Ga maar lekker in je uppie. Ik mot koffie. Doei.” En loopt het café in.