Waarom die pensioenkorting niet doorgaat

De ophef over pensioenverlagingen is onnodig. Politieke pressie van de sociale partners zal het verhinderen, voorspelt Menno Tamminga.

‘Parijs is nog ver”, zei wielrenner Joop Zoetemelk als iemand hem erop aansprak dat hij geen nummer één was in het klassement van de Tour de France.

Zo is het ook met de massale pensioenverlaging. Dat is nog ver, op zijn vroegst 1 april 2013. Toch vond president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) het vorige week nodig en nuttig om alvast te voorspellen dat 125 pensioenfondsen er nu zo slecht voorstaan dat zij de pensioenuitkeringen voor ouderen én de pensioenrechten van werkenden moeten verlagen. Welke fondsen dat zijn, mag de centrale bank vanwege wettelijke beperkingen niet zeggen.

De onzekerheid is een herhaling van de zomer van 2010 toen minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken), na DNB-advies, aankondigde dat achttien pensioenfondsen de uitkeringen moesten verlagen. Maar wie dat waren, nee, daar moest hij over zwijgen. Typisch een gevolg van falende wetgeving: het toezicht op pensioenen is er voor u, maar als gevaar dreigt mogen de controleurs geen man en paard noemen. Het schimmenspel over de vraag welke fondsen het betrof duurde toen dagen, nu wordt het met 125 kapseizende fondsen weken, zo niet maanden.

Wat is het nut van zulke aankondigingen? Spierballenvertoon. Of is Knot bang dat de betrokken fondsen zelf het slechte nieuws niet durven melden, maar eerst onder druk moeten worden gezet? Als dat zo is, geldt: daden, geen woorden. Stel het fonds onder curatele. Een wetswijziging kan verder aan de poppenkast van zwijgende controleurs een eind maken. Maar als pensioenen in het geding zijn, is de politieke reflex paradoxaal: krachtdadig afwachten.

De deining over de massale pensioenaantasting is extra sneu, omdat het niet gaat gebeuren. De georganiseerde werknemers en werkgevers, VNO-NCW voorop, zullen genoeg pressie op de politiek uitoefenen om dat te voorkomen. Zoals zij dat altijd doen als hen onwelgevallige pensioenmaatregelen dreigen. Zij zijn immers de baas over de pensioenen. Zij onderhandelen over de voorwaarden. Werknemers en werkgevers betalen jaarlijks ruim 28 miljard euro pensioenpremies, waarvan tweederde voor de bedrijven, is de vuistregel. Ze verhinderen massale verlaging van pensioenen met machtspolitiek, economisch boerenverstand, politiek opportunisme en logica.

1 Machtspolitiek

Werkgeversleider Bernard Wientjes zei meteen: Knot zaait onnodig onzekerheid. Dat is ‘geheimtaal’ voor: Knot bemoeit zich met iets waar hij uiteindelijk niet over gaat. DNB en ministers van Sociale Zaken ondervinden dat voortdurend. In een eerdere pensioencrisis (2002/2003) dacht DNB de wet te handhaven door pensioenfondsen met tekortschietende financiën na 13 weken tot maatregelen te dwingen. Mislukt. Onder druk van werkgevers en vakbonden werd dat één jaar.

In de huidige pensioencrisis (2008-heden) wilde de centrale bank de pensioenwereld drie jaar de tijd geven om haar financiële positie te herstellen voordat de pensioenrechten verlaagd moesten worden. Na agitatie van met name de vakbonden werd de ‘remweg’ verlengd naar vijf jaar, maar wel met tussentijdse evaluatie, zoals nu gebeurt.

Maar de werkgevers en de vakbonden zullen de consequenties niet aanvaarden. Reken maar op de ijzersterke VNO-NCW lobby. De werkgevers willen niet met de zwartepiet blijven zitten: dat zíj straks de pensioengaten moeten dichten. Als het kabinet een groot sociaal akkoord over lonen, pensioenen, banen en zorgkosten wil sluiten met werkgevers en vakbonden, en dat is een beproefd recept voor crisisbestrijding, zal de verlaging van tafel gaan. Bovendien: verlaging van pensioen baart onzekerheid en kost koopkracht. Dat is het volgende argument:

2Economisch boerenverstand

Hier lopen de belangen van werkgevers, vakbonden én politici parallel. Nu dreigt een vicieuze cirkel: dalende koopkracht, minder consumptie, sluiting van winkels, oplopende werkloosheid, verslechterende economische prognoses. De hardste klappen vallen in bedrijfstakken die gevoelig zijn voor de stemming onder consumenten: de horeca en de woningmarkt, van de aankoop van huizen tot en met keukenboeren.

Verlaag straks de pensioenen, en zie het inmiddels permanent negatieve consumentenvertrouwen nog dieper zakken. Meer sparen dan maar, minder uitgeven. Nu al kampt het kabinet met minder belastinginkomsten, hogere werkloosheidsuitgaven, en de drift om meer te bezuinigen. Daarom komt pensioenpijn niet alleen economisch slecht uit:

3Politiek Opportunisme

Het jaar 2013 is het derde jaar van de regeringscoalitie, het vanzelfsprekende ‘oogstjaar’ waarin de basis moet worden gelegd voor een succesrijke verkiezingsuitslag. Na het zuur eindelijk wat zoet. Dan is het een lelijke tegenvaller als de pensioenen in april 2013 omlaag gaan, maar het is ook een politieke kans. Een mooie opsteker als het kabinet zoiets op het laatste moment juist kan verijdelen.

De posities worden al ingenomen. De PVV onderscheidt zich met Kamervragen als pensioenkampioen. Dat is dubbel gevaarlijk voor de VVD-CDA-minderheidscoalitie. Zij wordt straks aangekeken op de verlaging, maar concurrent Geert Wilders wint het kiezerssentiment én de stemmen. Dat leidt tot de beste officiële reden om de verlaging te schrappen. Een neutraal, klinisch argument:

4 Logica

De pensioenfondsen hebben meer beleggingen dan ooit tevoren: 835 miljard euro per eind september. De kern van de crisis zit dan ook in de toezeggingen die zij ons hebben gedaan. Specifieker, in de manier waarop ze het pensioen hebben toegezegd te zullen becijferen.

Hoe werkt dat? De pensioenwereld moet beleggingen én toezeggingen tegen de actuele waarde boeken. Daarbij moet tegenover elke euro toegezegd pensioen minimaal 1,05 belegd vermogen staan (de dekkingsgraad). De actuele waarde van beleggingen is simpel: pak de koersen van aandelen en obligaties op de financiële markten, taxeer het vastgoed.

Voor de pensioentoezeggingen bestaat echter geen markt. De actuele waarde construeren de pensioenfondsen zelf. Zij moeten daarvoor de langlopende rente op risicoloze staatsobligaties gebruiken. Die rente is sinds de uitbraak van de kredietcrisis in 2007 gestaag gedaald tot historisch lage niveaus, nu 2,7 procent. Hoe lager de rente, hoe meer beleggingen de pensioenwereld moet hebben. Een klein rekenvoorbeeld. Als u over een jaar 1.100 euro moet betalen en de rente is nu 10 procent, bent u met 1.000 euro klaar. Dat groeit aan toe 1.100. Is de rente 2 procent, dan heeft u nu 1.080 euro nodig. Anders gezegd: de rente is een afspiegeling van het toekomstige rendement op de beleggingen.

Maar dat klopt niet meer. Om drie redenen. Ten eerste werkt DNB via de Europese Centrale Bank mee aan kunstmatig lage Europese rentetarieven om de banken en de economie overeind te houden. Twee: de rente is absurd laag ten opzichte van de gerealiseerde rendementen van de laatste veertig jaar van gemiddeld 8 procent. En drie: de koppeling van pensioenen aan de risicoloze staatsobligaties is alleen houdbaar als de pensioenen zelf ook risicoloos zijn. Dat zijn zij nu juist niet. Daarmee valt de bodem onder de verlaging weg. Daarom steunt het kabinet ook de omschakeling naar nieuwe pensioenregelingen die juist niet meer zijn geënt op de huidige lage rente. Dat moet eind 2013 zijn beslag krijgen. Dus eerst moeten de pensioenen verlaagd worden en dan blijkt het niet nodig te zijn geweest.

Verlagen is niet logisch, politiek onhandig, conflictaanjagend en economisch onverstandig.