Voor eens en altijd moordenaar en skinhead

Nico Bodemeijer was een skinhead. Een mager jochie met een kortgeschoren kop in bomberjack. Zo zag hij eruit toen hij zich, zestien jaar oud, begaf in het ruige, Amsterdamse uitgaansleven van de jaren tachtig.

Een avondje stappen in 1983 liep finaal mis. Hij kreeg ruzie, een woordenwisseling met een andere jongen in een shoarmatent in de Damstraat. Bodemeijer stak de 15-jarige Antilliaanse jongen Kerwin Duinmeijer neer. Bloedend rende die weg. Duinmeijers vrienden probeerden hem in een taxi te krijgen zodat hij naar het ziekenhuis kon. Maar de taxichauffeur weigerde Duinmeijer mee te nemen. Kerwin Duinmeijer bloedde op straat dood.

Bodemeijers daad werd gezien als de eerste racistische moord sinds de Tweede Wereldoorlog. Massale anti-racismeprotesten volgden, ‘Wie wil er bloed op de achterbank’, zong Frank Boeijen in Zwart Wit en nog steeds wordt Duinmeijers dood elk jaar herdacht. Maar de kinderrechter achtte een racistisch motief niet bewezen. Terwijl Bodemeijer de politie verteld zou hebben dat „de nikker” hem vies had aangekeken, kreeg hij zes jaar ‘buitengewone behandeling’ voor agressief gedrag.

„Ik geloof niet dat hij een racist was”, zegt Kees Vlaanderen die in 2008 een documentaire over Bodemeijer maakte. „In zijn milieu werden zonder nadenken de meest grove dingen tegen mensen gezegd.” Bodemeijer had een ellendige jeugd, vertelt de documentairemaker. „Hij kreeg nauwelijks aandacht van zijn ouders en werd volledig aan zijn lot overgelaten.” Met zijn vader stond hij op de markt op het Waterlooplein, de avonden bracht hij door in het café van zijn moeder. Zijn vader was een joodse man die zijn oorlogstrauma probeerde weg te drinken. Zijn moeder was afstandelijk en kil, schreef de forensisch psychiater. In haar café ontmoette Bodemeijer types die aan heling en geweld deden en drugs gebruikten.

Bodemeijer kreeg op straat vrienden die deel uitmaakten van de skinhead scene. Nadat hij in 1988 vrijkwam zocht hij ze weer op, hij werd lid van de neonazi’s en de Centrumpartij. „Hij werd door iedereen uitgekotst, maar die vrienden waren er nog, die onthaalden hem als een held”, zegt Vlaanderen. Bodemeijer liet zich vol tatoeëren. Op zijn achterhoofd stond ‘skinhead’, in de nek ‘Made in Holland’, op een vinger de woorden ‘Nico’ en ‘Hate’. „Het ging ons puur om de muziek”, zegt Bodemeijer in de film.

Bodemeijer raakte aan de drugs, gebruikte heroïne maar bleef werken op de markt. Er volgden meer steekpartijen, waarbij hij ook een keer geraakt werd. Het lukte Bodemeijer nauwelijks om met een schone lei te beginnen hoe graag hij ook wilde, vertelde hij Vlaanderen. Hij bleef altijd moordenaar Nico B.

Door zijn verslaving kreeg Bodemeijer last van longemfyseem. Hij lag geregeld in het ziekenhuis. Omdat hij liever niet wilde stikken door de longziekte pleegde hij vorige week zelfmoord. Nico Bodemeijer werd 44 jaar.

Yasmina Aboutaleb