Trainer Angelo Dundee (90) adviseert nog steeds boksers; vanavond in Louisville te gast bij Ali

Angelo Dundee is 90, maar reist vanuit Tampa nog met plezier Amerika rond. Naar de Boxing Hall of Fame, naar de verjaardag van Ali. Boksen, dat is nog steeds zijn leven.

Muhammad Ali mag dan 70 worden – zijn vroegere trainer, twintig jaar ouder, heeft het over ‘my kid’ als hij over The Greatest praat. „Ik ken hem sinds zijn zestiende.” Ali heette toen nog Cassius (Marcellus) Clay en het zou nog een paar jaar duren voordat hij in Rome de olympische titel in het halfzwaargewicht won. Dundee was met een van zijn boksers voor een gevecht in Clays woonplaats Louisville en de ambitieuze amateur was zo brutaal zichzelf en zijn jongere broer Rudy uit te nodigen op de hotelkamer van Dundee en zijn bokser. Urenlang spraken ze daar over het vak. Eind 1960, nadat Clay prof was geworden, werd Dundee zijn trainer. En bleef dat tot het bittere eind, in 1981 op de Bahama's, toen Trevor Berbick de bijna 40-jarige Ali vernederde. Met tussen de ronden door het geluid van een koeiebel. „Die zal me de rest van m’n leven bijblijven”, zegt Dundee over dat requiem voor zwaargewicht Ali. In tegenstelling tot dokter Pacheco bleef Dundee Ali trouw. „Ik was er in het begin van z’n carrière, ook op ’t laatst wilde ik er voor hem zijn. Punt.”

De trainer en zijn grootste kampioen zien elkaar nog regelmatig. Vanavond is Dundee erbij als in het Muhammad Ali Center in Louisville een groot verjaardagsfeest wordt gegeven. Op zijn beurt komt Ali nog wel eens in Florida, waar de 5th Street Gym in Miami van de broers Chris en Angelo Dundee zijn uitvalsbasis was. Hoewel de ziekte van Parkinson zijn slopende werk doet, was Ali in het najaar van 2010 eregast bij de heropening van de gym. Op de plek in het hippe Miami Beach waar Ali ontelbare uren trainde, verrees een nieuwe boksschool, eigendom van Dundee en twee jonge zakenvrienden annex trainers. Vorig jaar ging Ali bij Dundee langs toen hij in Tampa was om z’n honkballende zoon te zien spelen – een catcher, zegt Dundee.

Ali schreef het voorwoord in Dundees autobiografie, My view from the corner (2008): „Angelo was nooit bazig. Hij zei me nooit wat ik [buiten het boksen] moest doen.” Ook toen de bokser zich bekeerde tot de islam, van Cassius Clay in Muhammad Ali transformeerde en op geloofsgronden dienst weigerde, hield Dundee zich afzijdig. „Hij liet me precies zijn wie ik wilde zijn, en hij was loyaal”, aldus Ali. „Daarom houd ik van Angelo.” Dundee: „Wie wist er in die jaren iets over de islam?” Lachend: „Ik dacht dat het een stuk stof was.”

Boksen is zijn leven, nog steeds. Hij praat graag over zijn vak én over Ali. Lachen is zijn tweede natuur. „Wij hadden altijd plezier; ook iets wat je nu in het boksen mist. Rond elk gevecht bedachten we iets waar je om kon lachen. Het was ook show.”

Als weinig anderen bespeelde Ali de media. „Ik bracht mijn jongen altijd onder de aandacht van de pers. Als we in New York waren, gingen we naar het café van [de vroegere wereldkampioen uit de jaren twintig] Jack Dempsey. Want daar zaten de journalisten. Dan zagen ze Dempsey met die nieuwe jongen, Clay, en dat leverde dan weer publiciteit op. De finale van het WK voetbal in 1966, Engeland-West-Duitsland; daar was ik bij, met Muhammad. Niet voor het voetbal. Wat wist ik van voetbal. Dat interesseerde Muhammad ook niks. Maar de journalisten waren er. In de rust zijn we weggegaan, want ik wilde Muhammad op tijd in bed hebben [ook al werd de finale ’s middags gespeeld]. En wij hadden gedaan wat we moesten doen: reclame maken voor een gevecht.” Ali, die twee maanden eerder op Wembley Henry Cooper had verslagen, sloeg in de Britse hoofdstad een week na de WK-finale Brian London knockout, een andere Engelsman.

Dundee haalt herinneringen aan „zestig gouden jaren” op in zijn appartement in een verzorgingscomplex in Palm Harbor, bij Tampa. Het interview vindt plaats in juni vorig jaar, in het bijzijn van zijn manager en begeleider, Mark Grismer. Als gevolg van een val is Dundee slecht ter been en laat hij zich in een rolstoel voortduwen. Hij ging onderuit toen hij zijn veters wilde strikken. Als hij later die middag met zijn rolstoel in de lift staat en twee bejaarde vrouwen – op schoenen met klittenband – hem vragen wat er gebeurd is, zegt-ie met een knipoog: „Te pakken genomen door een paar knappe meiden.”

Zijn hoge leeftijd weerhoudt Dundee er niet van boksers van advies te voorzien. En zijn ogen open te houden voor nieuw talent. „Onlangs zag ik een jongen van 14. Die lijkt nu al een olympisch kampioen.” In Tampa begeleidt hij een vrouwelijke bokser. Als adviseur en trainer werkte hij een maand met Russell Crowe, voor diens hoofdrol in Cinderella Man (2005). En mede dankzij Dundee werd Will Smith een getrouwe kopie van Muhammad Ali in Ali (2001).

Weinig beroemdheden die de trainer niet ontmoette. Als Dundee na het interview in een Italiaans restaurant op een pizza trakteert, wijst hij op foto’s aan de muur van Amerikaanse iconen. Frank Sinatra, ElvisPresley, Marilyn Monroe; meer dan eens liep Dundee ze tegen het lijf, net als Afro-Amerikaanse voormannen als Martin Luther King en Malcolm X. Allemaal dankzij de man met wie hij al een halve eeuw in één adem wordt genoemd.