Standard & Poor’s verdedigt afwaardering eurolanden

Het kantoor van kredietbeoordelaar Standard & Poor's in New York, gefotografeerd op 2 augustus jl. Foto Reuters / Brendan McDermid

Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s heeft de downgrade van de negen Europese landen, waaronder Frankrijk, vandaag in een toelichting verdedigd. Volgens de kredietbeoordelaar doen de Europese leiders niet genoeg om de schuldencrisis op te lossen, meldt persbureau AP.

Gisteren werd de kredietwaardigheid van Italie, Spanje, Portugal, Cyprus, Oostenrijk, Frankrijk, Malta, Slovenië en Slowakije verlaagd. Nederland, Duitsland, Luxemburg en Finland ontsprongen de dans en behielden hun status. Vanuit de eurozone en China is kritisch gereageerd op de afwaardering. Zo noemde EU-commissaris Rehn de stap van S&P “inconsistent”.

Volgens Moritz Kraemer, analyst bij S&P’s, zijn de maatregelen van de Europese leiders niet voldoende om het vertrouwen te herstellen. Volgens hem is de kans dat de eurozone in recessie raakt zo’n 40 procent. Woordvoerder Martinn Winn verwierp tegenover AP de suggestie dat de beslissing voor de afwaardering politiek is ingegeven en dat het de eurolanden verder kan beschadigen. Winn: “Het trackrecord van onze soevereine ratings als indicator voor het risico van wanbetaling is wereldwijd heel sterk.”

Merkel: haast maken met verdrag

De Duitse bondskanselier Angela Merkel liet vandaag weten dat de afwaardering duidelijk maakt dat het nieuwe Europese verdrag, waarin de eurolanden afspraken maken over strengere begrotingsregels, snel getekend moet worden. Merkel:

“We zijn nu uitgedaagd om de het verdrag nog sneller te implementeren. We moeten resoluut te werk gaan en niet afzwakken.”

Het afwaarderen van de kredietwaardigheid van een land betekent dat het moeilijker wordt om schulden het hoofd te bieden. Het land wordt minder gezien als een betrouwbare terugbetaler en moet dus meer gaan betalen voor het lenen van geld. Ook het noodfonds voor de eurozone, het EFSF, wordt zwakker nu de participerende landen minder kredietwaardig zijn. Lenen voor het EFSF wordt duurder, waardoor het noodfonds minder effectief wordt.

Het EFSF hapert nu niet meteen, maar Europese politici moeten wel haast maken, schrijft onze economieredacteur Melle Garschagen vandaag in NRC Weekend:

“Het gevaar is dat de onderhandelingen in Brussel worden ingehaald door de werkelijkheid. De massa-afwaardering van S&P kan de obligatiemarkt voor eurolanden ontwrichten. Italië, met een schuld van 1800 miljard euro, is nog twee stappen verwijderd van junk-status. Het risico bestaat dat grote beleggers nauwelijks meer mogen beleggen in de obligaties van het land met de grootste uitstaande schuld in de eurozone, omdat de kans op wanbetaling groot is. Alleen de dreiging van nog een afwaardering kan ervoor zorgen dat beleggers alles wat euro is mijden op de obligatiemarkt. Zelfs een uitpuilende oorlogskas van het IMF is dan waarschijnlijk niet genoeg om de crisis te bezweren.”