Reboundhamster

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: de kus van Thérèse

Mijn huidige verkering is een feeder en zo kom je nog eens ergens. Voor zijn verjaardag nam hij me mee naar de Librije, het driesterrenrestaurant van Jonnie en Thérèse Boer. Voor de lunch wel te verstaan, want dineren op zaterdag is tot 2013 volgeboekt. Op weg naar het verwenpaleis in Zwolle, waar hij mij als een gans zou laten stoppen, bedacht ik me dat het raar kan lopen in de liefde, hoe je van het ene uiterste in het andere uiterste kan vallen.

Ik zie dat ook bij mijn dochter en haar nieuwe dwerghamster. Haar vorige liefde was een onrustig, pezig, ADHD-erig type dat het grootste deel van de dag op zijn kop in de tralies hing en vrijwel nooit sliep. De nieuwe hamster is een goeiig, ontspannen, tikje mollig type dat slaapt in haar trui en eet uit haar hand. De rebound hamster, noemen we hem bij ons thuis, naar de reboundman; de tussenman die een vorige liefde moet doen vergeten en meestal in alles tegenovergesteld is aan hem.

Nu wil ik mijn huidige verkering niet met een dwerghamster vergelijken, maar hij houdt heel erg van slapen. Dus zouden we ook bij Jonnie en Thérèse blijven overnachten.

Daar in de verbouwde gevangenis waar nu het hotel is, had Thérèse met haar toverstafje lopen zwaaien. En mijn huidige verkering, die – zeker voor een feeder – een nogal minimalistische smaak heeft, moest even slikken toen de butler de deur van onze suite open zwaaide. Terwijl ik al in een roes verkeerde door de welkomstbonbon met gepoft buikspek en mij mentaal voorbereidde op wat komen ging, zeeg hij neer op het bed en keek verslagen de kamer rond: alles was er roze. Er stonden vaasjes met roze kunstbloemen en achter het bed was een met zijde gecapitonneerde nis vol met kaarsen in zilveren kandelaars. Toen we even later in het al even rijk gedecoreerde restaurant plaatsnamen, was hij de schrik nog steeds niet te boven. Dat ik zachtjes kreunde bij de volle polderhaas met boerenkoolchlorofyl leek hem geen genot meer te verschaffen.

Het kwam eigenlijk pas weer goed toen – ergens tussen de nachtkreeftjes met dennetopolie en de sint-jacobsmossel met kalfsmerg en zwarte knoflook – Thérèse aan ons tafeltje verscheen. Een ravissante verschijning, even uitbundig en burlesque als haar hotel. „Mag ik u een kus van Thérèse aanbieden”, vroeg ze. Het was een elegante, droge kus met een stuivende, grassige aanzet en frisse geuren van appel en grapefruit. Ze had hem zelf gemaakt en hij was van de Cabernet Blancdruif. Ik zag mijn huidige verkering langzaam ontspannen.

En Thérèse was nog lang niet uitgezoend. Eén van de toetjes heette ook al ‘Kus van Thérèse’: twee krokante rode lippen gevuld met iets romigs. De jarige job kreeg het allengs beter naar zijn zin, maar mij bekroop opeens een naar gevoel. Wat nu als ik hier de reboundhamster was? Een korte tussenstop op weg naar een machtige vrouw als Thérèse. Hoe kun je eigenlijk weten of iemand voor even is of voor altijd? Dat iemand in alles tegengesteld is aan de vorige liefde hoeft toch nog geen reboundman van hem te maken? Tussen mijn dochter en haar nieuwe dwerghamster was het immers ook echte liefde. Daar dacht ik dus allemaal aan terwijl mijn lief aan de lipjes van Thérèse knabbelde.

Die avond in bed wilde ik er nog wat verder over muizenissen, maar toen rommelde mijn verkering wat met het dekbed, trok mij in zijn warme nestje, bestelde bij roomservice goddelijke gehaktballetjes, balletjes van Jonnie, en met de jus nog in onze mondhoeken vielen we toen in slaap.