Overleg in Athene over kwijtschelden van de schuld zit muurvast

Onderhandelingen in Athene met private geldverstrekkers zijn vastgelopen. De partijen kunnen het niet eens worden over de voorwaarden voor het kwijtschelden van schulden.

athene. - Het akkoord over verlaging van de Griekse staatsschuld, dat eind oktober onder hoge druk werd gesloten, is alweer achterhaald. Onderhandelingen over de schuldkwijtschelding aan Griekenland zijn vastgelopen.

Vertegenwoordigers van de banken en beleggingsfondsen vertrokken vrijdag uit Athene voor ‘reflectie’. Ze botsten met de Griekse regering over de hoogte van de schuldkwijtschelding. Die hangt af van de rente die Griekenland in de toekomst over de overgebleven schuld betaalt.

Bij een hoge rente zal Griekenland opnieuw fors moeten bezuinigingen, wat de zware recessie in het land verergert. Bij een lage rente vrezen banken voor hun toekomst.

Om te voorkomen dat Griekenland bezwijkt onder de schuldenlast, sloten Europese regeringsleiders eind oktober een complex akkoord. Onderdeel daarvan is een vermindering met vijftig procent, ongeveer honderd miljard euro, van de verplichtingen aan private geldverstrekkers. In combinatie met een nieuwe internationale lening, moet dat ertoe leiden dat in 2020 een staatsschuld overblijft van 120 procent van het BBP. Een stuk dragelijker dan de huidige 160 procent.

Als banken en beleggingsfondsen vrijwillig meewerken aan deze schuldkwijtschelding, komen de eurolanden en het IMF over de brug met een financieel pakket van 130 miljard euro voor Griekenland. Een deel van dat geld is gereserveerd om ervoor te zorgen dat banken overeind blijven.

De onderhandelingen over de precieze uitwerking van het politieke akkoord uit oktober gaan echter al vanaf het begin stroef. Eigenlijk hadden ze voor eind 2011 moeten zijn afgerond. Toen dat niet lukte leek dit weekend de volgende logische deadline. Begin volgende week komt de trojka van IMF, EU en ECB naar Athene om de boeken te controleren.

Een van de redenen voor het moeizame verloop is dat groep de private geldverstrekkers telkens van samenstelling verandert. Onlangs bleek dat veel banken hun Griekse obligaties voor een fractie van de oorspronkelijke waarde hebben verkocht.

Ze zijn opgekocht door speculanten – hedgefondsen – met een slechte reputatie die een belang hebben bij een Grieks faillissement. De bijnaam voor dit soort speculanten is ‘vulture funds’. Ze gokken erop dat de eurozone Griekenland niet failliet laat gaan. Als dat toch gebeurt moeten de verzekeringen tegen faillissement uitkeren. Aan beide mogelijkheden verdienen de 'aasgieren'.

Een zo mogelijk nog verder complicerende factor is dat het akkoord uit oktober alweer achterhaald is. In uitgelekte IMF berekeningen staat dat eigenlijk een veel grotere schuldenvermindering nodig is.

Dat komt doordat de Griekse cijfers keer op keer tegenvallen. Dat valt deels het zeer slecht functionerende en politiek verziekte Griekse bestuur te verwijten. Maar komt ook doordat de Griekse economie sneller krimpt dan begroot en de werkloosheid harder stijgt. Daardoor heeft de overheid meer uitgaven en minder inkomsten.

De vijftig procent kwijtschelding door de banken zal volgens het IMF niet volstaan om Griekenland te redden. Dan zijn er verschillende opties: de banken zouden gedwongen kunnen worden om nog meer op de Griekse obligaties af te schrijven.

Een andere mogelijkheid is dat ook de ECB een deel van de lening aan Griekenland kwijtscheldt. Óf andere landen in de eurozone moeten Griekenland genereuzer bijstaan.

Op de achtergrond speelt daarbij de groeiende wrijving tussen het IMF en de EU over de aanpak van de crisis in Griekenland. De regeringen van EU-landen zijn verdeeld en eisen voortdurend van Griekenland dat de financiële kortetermijndoelen, zoals het afgesproken begrotingstekort, worden gehaald. Als dat niet lukt eisen ze extra bezuinigingen, die er weer toe leiden dat de economie nog verder krimpt.

Het IMF ziet liever dat de nadruk ligt op hervormingen die er mogelijk voor zorgen dat de Griekse economie gezonder wordt en weer gaat groeien. De ‘sociale kosten’ van nog meer bezuinigen zijn volgens de economen van het IMF te hoog. Dat betekent dat teveel Grieken erdoor in armoede worden gestort.