Ontslag is zo beroerd nog niet - na de eerste schrik

Duizenden mensen zullen de komende maanden hun baan verliezen door de recessie. Is dat erg? Lang niet altijd. Slachtoffers van de vorige crisis blikken zonder wrok terug op hun ontslag. ‘Ik had dit duwtje nodig.’

Dit is een optimistisch verhaal. Een opsteker voor de lezers die komend jaar hun baan zullen verliezen. Dat zijn er nogal wat. Volgens de jongste prognoses van het Centraal Planbureau groeit de werkloosheid door de recessie van 455.000 nu naar 545.000 eind dit jaar. Dat zijn 90.000 nieuwe werklozen. Even voor de duidelijkheid: voor wie het overkomt, is ontslag een drama. Vrijwel niemand zal met een brede grijns de boodschap van ‘boventalligheid’ in ontvangst nemen en vervolgens schaterend zijn bureau leegruimen. De eerste dagen en weken gaan de meeste ontslagenen een waar rouwproces door. Verdriet, verbazing, woede en angst buitelen over elkaar heen. Maar op de langere termijn gaat het met de meeste mensen die hun baan verloren best goed. En met sommigen zelfs veel beter dan voor het ontslag.

Tijdens de vorige crisis, die in 2008 begon, volgden we in deze krant mensen voor, tijdens en vlak na hun ontslag. Nu, ruim drie jaar later, spraken we drie van hen opnieuw (zie de portretten op deze pagina’s). Hun verhaal komt in grote lijnen overeen. Ja, het ontslag was heftig en naar, maar ze hadden het niet willen missen. Omdat het hen dwong om keuzes te maken en de veilige haven van een vaste baan te verlaten.

Loopbaancoaches Ciska Pittie en Caroline Harder hebben er in hun praktijk vrijwel dagelijks mee te maken. Afgelopen najaar zetten ze hun ervaringen op papier in het boek Maak er werk van. Ontslag als stap in je loopbaan, waarvan binnenkort de tweede druk verschijnt. Daarin beschrijven ze de verschillende fases rond een ontslag: van het ontslaggesprek naar de zoektocht naar een nieuwe baan. Hun conclusie na jarenlang ‘veldwerk’: ontslag is niet het einde van de wereld, maar eerder een nieuw begin.

Pittie en Harder volgen de mensen die ze begeleiden na ontslag. Bellen ze na jaren weer op om te vragen hoe het gaat. „Dan vertellen ze meestal hetzelfde: ze zijn achteraf blij met het ontslag omdat ze anders nooit een nieuwe stap in hun loopbaan hadden durven zetten”, zegt Pittie. „Ik sprak deze week nog een man van 58 die in de vorige crisis zijn baan als ICT’er kwijtraakte. Hij vond tot zijn eigen verbazing snel een nieuwe baan. Binnenkort wordt hij weer ontslagen door een reorganisatie bij zijn nieuwe werkgever, maar hij heeft inmiddels zoveel zelfvertrouwen dat hij optimistisch is over zijn kansen op de arbeidsmarkt.” Dat optimisme is terecht, denkt Pittie: „Die man heeft nu een meer up to date cv dan voor zijn ontslag.”

In eerste instantie zijn vrijwel alle mensen gekwetst en teleurgesteld na ontslag, zegt Harder. „Ik sprak net nog iemand die net ontslagen is en ontzettend boos is op zijn werkgever. Mensen denken vaak: wat heb ik fout gedaan? Maar in tijden van crisis gaat het daar niet om. Bedrijven moeten reorganiseren en ontslaan noodgedwongen honderden werknemers tegelijk. Dan ligt het echt niet aan de individuele prestaties.”

Zodra die eerste heftige emoties verdwijnen, ontstaat er ruimte voor iets anders, weten Pittie en Harder. Dan gaan mensen eerlijk naar zichzelf kijken: wat heb ik te bieden? Wat wil ik eigenlijk nog? Pittie: „Door het ontslag worden mensen gedwongen om goed naar zichzelf te kijken. En om een volgende stap te zetten. Het haalt ze uit hun comfortzone.”

Weinig mensen verlaten namelijk vrijwillig een veilige omgeving: wie een leuke baan heeft, met een prettig salaris en aardige collega’s, zal niet snel kiezen voor een andere baan. Zeker niet in onzekere tijden. Daardoor blijven de meeste werknemers ‘hangen’ terwijl ze diep in hun hart best iets anders zouden willen doen. Harder: „Door na ontslag een opleiding te volgen, of een eigen zaak te beginnen, ontdekken die mensen nieuwe kanten van zichzelf. Dat is enorm verrijkend.”

En hoe lang duurt het, voordat de eerste schrik en boosheid zijn gezakt? Zo’n twee maanden, gemiddeld, weten Pittie en Harder. „Die tijd heb je wel nodig om een nieuwe start te maken”, zegt Pittie. „Maar jonge mensen pikken de draad vaak sneller op. Die hoeven lang niet altijd een compleet rouwproces door, omdat ze zich nu eenmaal minder hebben gehecht aan het bedrijf waar ze werkten.”