Onrecht op Twitter.com

Is diefstal van identiteit erger dan diefstal van fiets of auto? Strafrechtadvocaat en slachtoffer Bénédicte Ficq startte deze week een discussie over identiteitsfraude op internet, in het bijzonder op sociale media. Zij voelde zich meer dan bestolen.

Op websites als Twitter, Facebook en Hyves wordt niet tevoren gecontroleerd of de accountnaam wel de echte naam is. En dus ontdekken meer of minder bekende burgers met enige regelmaat dat anderen met hun naam, beroepsidentiteit en reputatie aan de haal gaan. Met soms vervelende gevolgen voor de betrokkene. Ficq bepleitte een nieuw wetsartikel in het Wetboek van Strafrecht dat digitaal misbruik van andermans identiteit ‘met welk oogmerk dan ook’ met celstraf of boete bestraft. De valse twitteraar heeft inmiddels dreigbrieven aan haar adres uitgelokt, zo meent ze.

Nu is identiteitsfraude inderdaad een groot probleem, alleen (nog) niet op Twitter. Zelfs internet is nog geen bepalende factor voor de opkomst van identiteitsfraude. Het nog vrij nieuwe Centrale Meldpunt Identiteitsfraude stelde vorig jaar vast dat tweederde van de meldingen door slachtoffers niets met internet te maken heeft. Het gaat meestal om misbruik van gestolen identiteitsbewijzen, creditcardgegevens. Maar ook over het bewust ruilen of afstaan van identiteit of het combineren van verzonnen met echte gegevens. De ellende die daaruit voortvloeit, is groot en vaak nog wat tastbaarder dan een enkele dreigbrief. Slachtoffers melden dat er op hun naam bedrijven worden opgericht, aankopen gedaan en misdrijven gepleegd. De echte naamdrager kan er jarenlang negatieve gevolgen van ondervinden.

De overheid heeft vaak de grootste moeite om slachtoffer en dader uit elkaar te houden. De kwestie van de Surinaamse zakenman K. op wiens naam jarenlang drugsdelicten werden gepleegd, demonstreerde dat. Hij werd herhaaldelijk gearresteerd. Klagen noch procederen hielp. De overheid is er nog altijd niet in geslaagd alle opsporingsregisters van het misverstand over zijn naam te zuiveren.

Slachtoffers van identiteitsfraude staan bovendien vaak op achterstand. „Het komt vaak voor dat de politieambtenaar achter de balie deze vorm van criminaliteit niet als zodanig herkent en weigert om aangifte op te nemen.” Aldus nota bene een officiële brochure van het ministerie van Veiligheid voor de politie, waarin de politieman wordt bijgepraat. Identiteitsfraude staat inderdaad niet met zoveel woorden in de wet. Maar wel computervredebreuk, belaging, oplichting, bedrog, valsheid in geschrifte, stalking, diefstal, heling, vervalsing reisdocumenten, valse gegevens verstrekken, witwassen, gegevens aftappen en laster. En dat is alleen nog het areaal aan mogelijkheden in het strafrecht.

Ficq is er door confrères van andere kantoren al op gewezen dat naaminbreuk op Twitter een gewone onrechtmatige daad is. Het is praktisch, effectief en logisch om zelf de dader aan te pakken. Sinds het arrest Lycos-Pessers van de Hoge Raad zijn providers immers verplicht om gegevens van fraudeurs te verstrekken. De civiele rechter trad al op tegen de kaping van domeinnamen – hele websites op naam van burgers die van niets wisten. Het gevaar van verwarring en het beperken van de mogelijkheid voor de echte naamdrager zich op internet te kunnen presenteren, gaven de doorslag.

Advocaat Ficq zou een dito klusje in een handomdraai kunnen klaren – één keer boe roepen tegen Twitter en de dief, de nepaccount verdwijnt en de deurwaarder kan met de schadeclaim op pad. Van Twitter is bekend dat het bedrijf alert is en snel accounts sluit. De Hoge Raad liet vorig jaar snel een nepaccount van een nieuwe raadsheer sluiten. Daar was geen nieuwe wetsbepaling voor nodig. Zeker niet een waarin het gebruik van andermans naam ‘met welk oogmerk dan ook’ wordt verboden. Dat schakelt immers ook satire, spot en humor vrijwel uit. Wat burgers zelf ‘civiel’ kunnen aanpakken, verdient de voorkeur. En verantwoordelijke providers kunnen het leed door valse accounts ook makkelijk voorkomen. Met het strafrecht inschakelen moeten we zuinig zijn.