Linkse krachten zijn al jaren lastig te bundelen

PvdA, SP en GroenLinks trekken steeds vaker samen op. Zo ook vandaag. Maar van serieuze fusieplannen is geen sprake. Leden willen wel, ‘Den Haag’ nog niet echt. Bovendien: met SP en D66 gaat het te goed.

Toen GroenLinks-leider Femke Halsema ruim een jaar geleden de Tweede Kamer verliet, bevatte het instituut even veel linkse partijen als toen ze aantrad, in 1998. Dat er geen „doorbraak” kwam en geen enkele noemenswaardige krachtenbundeling, noemt ze de grootste desillusie uit haar politieke carrière.

Ze staat niet alleen. SP-ideoloog en Kamerlid Ronald van Raak vraagt zich vaak hardop af waarom er op rechts wel van alles kan (op- en ondergang LPF en Verdonk, ontstaan PVV) terwijl links „versteend” lijkt. PvdA’er Frans Timmermans verzuchtte in deze krant dat het nu echt moet opschieten met die linkse samenwerking. „Praten is prima, maar er moeten nu resultaten komen.”

Intussen komen de linkse partijen met gezamenlijke bijeenkomsten, om te protesteren tegen het kabinetsbeleid. Zo voltrekt zich vandaag de gezamenlijke nieuwjaarsbijeenkomst, in de Vereeniging in Nijmegen. Motto: „Een ander Nederland.” De drie linkse partijleiders presenteren er een gemeenschappelijk voorstel ter bestrijding van de crisis. Het alternatief voor de extra bezuinigingen die het kabinet voorstelt.

Dat lijkt voorlopig het hoogst haalbare. De grote doorbraak, waar Halsema zo naar had verlangd, komt er zeker nog niet.

Zal dit ooit veranderen? De parlementaire geschiedenis leert, zo zeggen politicologen, dat politieke partijen alleen fuseren als alle partners in de peilingen op verlies staan. Zo ging het bij het CDA, in 1980. En zo ging het bij GroenLinks, in 1989. Verzwarende omstandigheid: het aantal linkse kiezers dat overloopt naar een rechtse partij is in Nederland traditioneel bijzonder klein. Linkse partijen zijn als communicerende vaten: het verlies van de een is de winst van de ander. En dus ontstaat zelden de door een fusie kansrijk geachte situatie. Nu staat de SP er bijvoorbeeld zo goed voor, dat de druk om te fuseren klein is.

Ook D66 staat goed in de peilingen, maar die partij doet sowieso niet mee. Ze probeert zich in het politieke midden te positioneren. Als de partij ergens in een krant onderdeel van de linkse oppositie wordt genoemd, komt een woordvoerder direct in actie. „We zijn niet links.”

Toch doen D66-leden wel mee aan initiatieven van onderop om tot samenwerking met andere partijen te komen, in de hoop het politieke landschap te veranderen. Zoals het initiatief ‘D66+GroenLinks=’, dat in korte tijd duizenden adhesiebetuigingen kreeg. Initiatiefnemer Stefan Hoevenaar, zelf partijloos, hield bij de start een jaar geleden bewust afstand tot de top van beide partijen. „Omdat ik dacht dat zo’n fusie van onderaf moet komen. Inmiddels vraag ik me af of zoiets wel kan zonder de steun van de partijtop.”

GroenLinks-leider Jolande Sap denkt van wel. De „basis” moet het doen, zegt ze. En dat gebeurt ook, zei ze onlangs tegen deze krant, enkele initiatieven zullen de komende tijd zichtbaar worden. Maar Hoevenaar heeft niets van haar gehoord. Noch van een andere landelijke politicus van D66 of GroenLinks. Alleen lokaal zijn er contacten.

De ervaring van Teun Gautier, oud-voorzitter van de D66-Amsterdam, stemt nog minder hoopvol voor vernieuwers. Samen met vijf andere (oud-)leden van de PvdA, GroenLinks en D66 startte Gautier een „paarse beweging”. Het moet leiden tot een progressief-liberale partij die in 2014 meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen en later wellicht aan nationale verkiezingen. Van de partij zijn onder meer de filmmaker Eddy Terstall (PvdA), raadslid Thijs Kleinpaste (D66) en oud-raadslid Maarten van der Meer (GroenLinks). Gautier: „Het was interessant te zien hoe gewone kiezers, langs het hockeyveld en op het werk, enthousiast reageerden, terwijl alle klachten en regelrechte woede altijd van partijmensen kwamen. Die zagen een nieuwe progressieve partij niet als een kans om het partijlandschap beter aan te laten sluiten bij deze tijd, maar louter als concurrentie.”

Voorstanders van samenwerking putten hoop uit de langzame maar onmiskenbare toenadering tussen SP en PvdA. „Dat zie je vooral sinds Wouter Bos in de Den Uyl-lezing nadrukkelijk afstand nam van de ‘derde weg’, de hervormingsbeweging binnen de sociaal-democratie”, zegt Michiel Emmelkamp. Hij was coördinator van de zogenoemde ‘reuringcongressen', waar in zes steden 1.200 mensen op afkwamen. De organisatoren waren van de PvdA, de uitkomst klonk als van de SP: stop de uitverkoop van de beschaving, geef de gemeenschap meer te zeggen.

Niet alleen de PvdA, ook de SP is opgeschoven. Zo hoeft Nederland van de socialisten niet meer uit de NAVO, mag het koningshuis blijven en mogen ook socialisten over ’s lands veiligheid vergaderen in de ‘commissie-stiekem’ in de Tweede Kamer. Tegelijk, zo weten ook de voorstanders van een doorbraak, zijn programmatische overeenkomsten mooi, maar niet genoeg voor een fusie. Gautier: „Bestaande machtsstructuren moeten bereid zijn zichzelf op te heffen. Daarom is het maar beter, denk ik, om gewoon iets nieuws te beginnen.”

Gelooft Hoevenaar nog in de komst van een partijfusie? „Het moet. Maar ik ben er niet gerust op. Het partijlandschap past niet meer bij deze tijd. Maar ja, dat kun je ook zeggen van het omroepbestel, terwijl de TROS, AVRO en NCRV nog altijd bestaan.”