Jekyll & Hyde

Er is een nieuwe Porsche 911. Hij is sterker, zuiniger, comfortabeler en ziet er vooral uit als … een 911.

Van Youp van ’t Hek komt de bewering dat „veel mensen die in een Porsche rijden niet eens weten hoe je dat schrijft”. Ik durf de stelling wel aan dat nog veel meer mensen niet weten hoe je de merknaam nu eigenlijk uitspreekt. Een beetje te vaak wordt er gesproken over een ‘Pors’ of – en dan een beetje met Engelse tongval – ‘Porsj’. Enfin, voor eens en altijd: Porsche spreek je uit als ‘Porrsjuh’. Met een rollende ‘r’ en een nadrukkelijke uh-klank op het eind.

Van de belangrijkste Porsche ooit, de 911, is een nieuwe versie verschenen. De eerste 911 zag het daglicht in 1963 en nog altijd is de Elfer (zoals hij intern wordt aangeduid) het hart, de ziel en het zinnebeeld van de Porsche-organisatie. De 911 noteert allang niet meer de grootste productieaantallen (van de vierdeurs Panamera en de Cayenne worden beduidend meer exemplaren verkocht), maar die andere Porsche-modellen kunnen bestaan omdat de 911 er is. Een uur voor de onthulling van de nieuwe 911 – op de autosalon van Frankfurt, afgelopen september – sprak ik Porsches ontwerpchef Michael Mauer en die zei het mooi: „Als je aan het design van de 911 gaat werken, weet je dat je invloed uitoefent op de merkidentiteit van Porsche.”

Mauer zag kans de 911 zes centimeter langer te maken, maar tegelijkertijd de wielbasis met tien centimeter te doen groeien. Dat komt, samen met een iets toegenomen spoorbreedte, het comfort en de wegligging ten goede. Maar de verdienste van Mauer is toch vooral dat de nieuwe Porsche 911 er uitziet als een Porsche 911. De lijnen zijn onmiskenbaar en los van het uiterlijk is er vastgehouden aan tradities die de kenner doen glimlachen: het contactslot zit links van het stuurwiel, er is plaats voor 2+2 en tanken gaat nog altijd via een klepje in het rechter voorspatbord.

Al even traditiegetrouw zit de motor áchter de achteras. Porsche heeft er – in het hedendaagse streven naar een lagere CO2-uitstoot – veel aan gedaan om het verbruik van de zescilinder boxer omlaag te krijgen. Zo was dit de eerste 911 waar ik ooit in reed met een stop/start-systeem. Maar ook de PDK-automaat met dubbele koppeling levert een bijdrage aan lagere verbruikscijfers. Paradoxaal genoeg staat dat de prestaties niet in de weg, want de PDK-versie heeft een snellere sprint naar 100 km/uur dan de handgeschakelde versie en laat alleen een verwaarloosbare 2 kilometer per uur lagere topsnelheid zien. Maar de verbruikswaarden zijn allemaal gunstiger dan die van de versie met handbak. Volgens Porsche is een verbruik van ruim 1 op 11 haalbaar, maar daar kwam ik niet aan.

Tussensprints

Dat zal te maken hebben gehad met de nodige acceleratieproeven en tussensprints. Want daar nodigt de auto nadrukkelijk toe uit. Hard gaan is in Nederland vrijwel onmogelijk geworden, maar af en toe even lekker vlot optrekken of een snelle inhaalmanoeuvre uitvoeren kan gelukkig nog wel. De verdienste van een 911 is altijd geweest dat het een sportwagen is die zeer geschikt is voor dagelijks gebruik. Je kunt er keurig 130 mee rijden, maar desgewenst ook meer dan twee keer zo hard. Dr. Jekyll en Mr. Hyde op vier wielen. Op de middenconsole zitten een Sport en een Sport Plus-knop, die onderstel en uitlaatgeluid nadrukkelijk beïnvloeden en met een ietsje aangepaste bandenspanning kun je dan zomaar het circuit op en daar heel acceptabele rondetijden neerzetten. Dat is weinig andere sportwagens gegeven.

Zo’n twintig jaar geleden had Porsche een 911-reclamecampagne met de slogan ‘Hoe vertel ik het mijn vrouw?’ Anno 2012 kan dat probleem nog steeds spelen bij een voorgenomen aanschaf, maar misschien redt u het met de stelling dat de nieuwe 911 sterker, maar beduidend zuiniger is dan zijn voorganger. |Die milieuvriendelijke aanpak legt Porsche zelf overigens geen windeieren. Het zal toch geen toeval zijn dat er vorig jaar in Nederland meer 911’s werden verkocht dan alle Maserati’s, Lamborghini’s, Lotussen, Aston Martins, Bentley’s en Ferrari’s bij elkaar opgeteld?