In drieën geknipt is Philips veel meer waard

De nieuwe Philips-topman Frans van Houten heeft het zwaar. Na de derde winstwaarschuwing in één jaar, speculeren aandeelhouders over het opknippen van het bedrijf. Maar volgens oud-topman Cor Boonstra is dat geen oplossing.

Cees Banning

Wat is Philips waard? Die vraag speelt meer dan ooit nadat het elektronicaconcern deze week opnieuw een winstwaarschuwing moest afgeven. Het was de derde sinds het aantreden van topman Frans van Houten in april van 2011. Op basis van de beurskoers van vrijdagmiddag waarderen beleggers het bedrijf op ruim 14,5 miljard euro. Maar wat nu als Philips zou worden opgesplitst in de drie divisies die het bedrijf vormen? „De losse onderdelen zijn opgeteld meer waard dan het geheel”, zegt Patrick Beijersbergen van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Het gaat om de divisies consumentenproducten, verlichting en medische systemen. „Het verklaart dat veel beleggers nu roepen om een opsplitsing van het concern.”

Maar Cor Boonstra, oud-topman van Philips, ziet niks in zo’n opsplitsing. Hij heeft de discussie eerder meegemaakt. „Ook in mijn tijd zijn er al studies gedaan naar een opsplitsing”, zegt hij via de telefoon. Maar het is geen oplossing voor de problemen, aldus Boonstra. Toen niet, en nu ook niet.

Boonstra ziet hoe de druk op topman Frans van Houten groeit om met rigoureuze maatregelen te komen. Aandeelhouders zagen het afgelopen jaar de waarde van hun belegging in Philips met 40 procent verminderen. Het heeft de discussie over splitsing nieuw leven ingeblazen. „Maar Frans van Houten moet niet toegeven aan de druk van het aandeelhouderskapitalisme en het bedrijf opsplitsen”, zegt Boonstra.

Wat is Philips eigenlijk? Waar staat het voor? Het bedrijf is de afgelopen twintig jaar ingrijpend van gedaante veranderd, en heeft grote reorganisaties meegemaakt. Toen Cor Boonstra in 1996 de leiding kreeg over het concern was het een stuk minder goed georganiseerd dan nu. Boonstra vergeleek de divisies en hun organisatie met een „bord spaghetti”. Bij het elektronicaconcern waren de zes productiesectoren – onderverdeeld in vijftien divisies en meer dan honderd business units – en de productie- en verkooporganisaties in zo’n zeventig landen op een uiterst ingewikkelde en onoverzichtelijke wijze met elkaar verweven. Het was de uitkomst van een doodsstrijd die Philips onder Boonstra’s voorganger Jan Timmer had gevoerd. Jan Timmer, loodste Philips in de jaren 1990-1992 door een diepe crisis. Met zijn Operatie Centurion, waarbij het personeelsbestand van ruim 300.000 met ongeveer 60.000 werd verminderd, redde hij het concern van de ondergang.

In 1995 maakte het concern weer winst, maar een jaar later bij het aantreden van Boonstra dook het bedrijf weer in de rode cijfers. Ondank de saneringen in de periode-Timmer deed Philips het structureel nog steeds niet goed. Boonstra wilde de organisatie ombouwen tot een reeks helder afgegrensde bedrijfsonderdelen, keurig in het gelid. Het bord spaghetti moest „een bord asperges” worden.

Philips was inderdaad logischer georganiseerd toen Gerard Kleisterlee in 2001 het roer van Boonstra overnam. Kleisterlee werkte verder aan een verbetering van de financiële positie en het afstoten van activiteiten. De chipdivisie werd in 2006 verkocht aan een aantal private-equitypartijen. Frans van Houten, die bij Philips een plek in de raad van bestuur had bemachtigd, ging mee. Philips trok zich grotendeels terug uit de productie van componenten (onderdelen), semiconductors (chips en halfgeleiders) en de levering van automatiseringsdiensten.

Daarnaast versterkte Kleisterlee de medische divisie. Omdat groei op eigen kracht niet lukte, zocht Philips zijn toevlucht in een reeks dure acquisities waarbij drie- tot vijfmaal de omzet van de overnamepartij werd betaald. Het nieuwe beleid bracht een ingrijpende wijziging in de omzetverdeling teweeg. Vorig jaar kwam 40 procent van de omzet uit de medische tak, 34 procent uit de traditionele kernactiviteit verlichting, en 26 procent uit consumentenproducten.

Boonstra heeft zijn zin gekregen. Philips is nu een bord met asperges. Nog maar drie stuks: healthcare, consumer life style en lighting. De drie onderdelen zijn duidelijk afgebakend en in die zin geschikt om te worden opgesplitst en afzonderlijk naar de beurs te worden gebracht. Wat zouden ze daar opbrengen?

Eerst de lichtdivisie. Een goede vergelijking biedt Osram, dochteronderneming van het Duitse concern Siemens en op Philips na de grootste verlichtingsproducent. Siemens wilde Osram vorig jaar naar de beurs brengen. Er werken 40.000 mensen bij het verlichtingsbedrijf dat vorig jaar een omzet haalde van 4,7 miljard euro. De beurswaarde werd toen geschat op 7 miljard euro, anderhalf keer zoveel. De beursgang is uitgesteld vanwege het slechte beursklimaat.

Philips Lighting haalde vorig jaar een omzet van 7,6 miljard euro. Er werken 54.000 mensen – bijna de helft van het totale aantal werknemers. De waarde van het onderdeel zou, uitgaande van anderhalf keer de omzet, uitkomen op ruim 11 miljard euro.

Dan de medische tak. Die boekte vorig jaar een omzet van bijna 9 miljard euro. „Een normale waardering voor een goed draaiend bedrijf in de medische sector met een dergelijk omzet is ook ongeveer anderhalf keer de omzet”, zegt VEB-econoom Beijersbergen. Geschatte waarde van de medische tak: 14 miljard euro.

Het moeilijkst is de waarde te bepalen van de divisie Consumer life style, zegt Beijersbergen. Bij een eventuele opsplitsing van het concern is het volgens hem zeer waarschijnlijk dat de lichtdivisie en de medische tak een aparte notering aan de beurs krijgen. Hij verwacht dat de divisie consumentenproducten in delen zal worden verkocht aan verschillende ondernemingen. De Duitse technologiereus Siemens zou nu al belangstelling hebben voor de goed renderende scheerapparaten. En voor Chinese en Japanse bedrijven zou de aanschaf van een Philips-onderdeel een strategische manier zijn om voet aan de grond te krijgen op de Europese markt.

Het opsplitsen van consumentenproducten is Philips niet vreemd. De verlieslatende televisietak is vorig jaar april afgestoten, door een licentieovereenkomst met het Chinese TPV. Het was de eerste beslissing van Frans van Houten, die net als nieuwe topman was aangetreden.

De divisie consumentenproducten is zeer conjunctuurgevoelig en boekte vorig jaar een omzet van 6 miljard. „Bij een conservatieve waardering zou je uitkomen op de helft daarvan”, zegt Beijersbergen. Geschatte waarde: 3 miljard euro.

De totale geschatte waarde van de losse onderdelen is omgerekend 28 miljard euro. Dat is het dubbele van de huidige beurswaarde. Wat vindt Boonstra? Het zou realistisch kunnen, zegt hij. „Philips is wel eens vaker het dubbele waard geweest van de beurswaarde.” Maar hij blijft bij zijn waarschuwing: splits het bedrijf niet. „De synergie tussen de drie bedrijfsonderdelen is weliswaar beperkt, maar het Philipsmerk is krachtig. Klanten vertrouwen Philips vanwege de geschiedenis en de sterke financiële positie. De hoogwaardige technologische kennis, die is geconcentreerd in het NatLab, en de patenten zijn de bindende factor.”

In het wereldberoemde Natuurkundig Laboratorium was Albert Einstein te gast en gaf koningin Wilhelmina in 1927 haar eerste radiorede. Het laboratorium staat nu onder leiding van Henk van Houten, de drie jaar oudere broer van de bestuursvoorzitter. Was het NatLab ooit toonaangevend, inmiddels heeft het de boot gemist, volgens financieel onderzoeksbureau AME Research. En Philips heeft op het terrein van de technologische ontwikkeling gefaald, zo stelt het bureau in een recent onderzoek. Philips is „niet meer betrokken bij de aanhoudende technologische innovaties waar de componentendivisie en de semiconductor (halfgeleiders) sterk in waren”. Het concern zit „nergens in de meest innovatieve producten en diensten”. En voorzover het daar wel in zit, betreft het steeds vaker ingekochte technologie. AME Research vindt dat Philips is „omgeturnd tot een veilige haven voor conservatieve beleggers”.

Door het uitbouwen van de medische tak is Philips veel afhankelijker geworden van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Dat leek een slimme koers. Door onder meer de vergrijzing wordt het beroep op de gezondheidszorg steeds groter. Maar sinds de kredietcrisis van 2008 kampen de westerse overheden met grote schulden en wordt de zorg getroffen door bezuinigingen.

Het waren met name de slechte ontwikkelingen in de medische tak die leidden tot de winstwaarschuwing eerder deze week. Volgens AME Research heeft Philips onvoldoende weten te profiteren van de groei in de nieuwe industriële economieën. Het relatieve marktaandeel van het concern is hier gekrompen.

Het streven naar omzetgroei moet volgens AME Research plaatsmaken voor het streven naar een verbetering van het rendement. De investeringen in speur- en ontwikkelingswerk (R&D) moeten worden opgevoerd. Nu maken ze 7 procent uit van de omzet. Dat moet omhoog naar 15 tot 18 procent.

Van Houten heeft hier al een begin mee gemaakt. Vorig jaar zomer maakte hij bekend dat de investeringen in innovatie met 200 miljoen euro worden verhoogd. „Innovatie blijft onze levensader.”