Giri en de spermatozoën

Het was wel jammer dat ik vorige week net niet de laatste ronde van het toernooi in Reggio Emilia kon meenemen, want anders had ik de overwinning van Anish Giri al een week geleden kunnen vieren.

Hij had de laagste rating in dat toernooi en hij won het. Zijn eerste overwinning in een toernooi met mensen van de wereldtop.

Aan het begin van de laatste ronde stond Giri gelijk met Alexander Morozevitsj en Hikaru Nakamura. In die laatste ronde speelde hij remise tegen Fabiano Caruana. Giri was aan de partij begonnen met een ferme wil om te winnen, maar hij dacht dat hij zijn voordeel had laten glippen. Achteraf zag hij dat hij ook in de slotstelling nog in het voordeel was, maar achteraf zie je veel.

Schakers hebben het tegenwoordig vaak over Captain Hindsight, de superheld uit de televisieserie South Park die altijd klaar staat om rampen te voorkomen die al gebeurd zijn.

Giri verliet na zijn remise de toernooizaal. Zijn concurrent Morozevitsj had op dat moment duidelijk voordeel tegen Nikita Vitjoegov. Nakamura stond slechter tegen Vasili Ivantsjoek. Giri dacht dat hij tweede zou worden achter Morozevitsj, misschien gedeeld tweede als Nakamura het kon houden.

Toen Giri na een tijdje terugkwam, stond het er heel anders voor. Nakamura ging verliezen en Vitjoegov had Morozevitsj vanuit zijn beroerde positie beschwindeld en ging nu zelfs winnen. Tijdens Giri's afwezigheid was een wonder geschied, hij was toernooiwinnaar geworden dankzij Ivantsjoek en Vitjoegov. ‘Too much luck’, zei hij later bescheiden.

Oudere schakers denken in zo’n geval meteen aan ‘De fabel van de spermatozoo’, een vermaarde beschouwing die Hein Donner in 1974 schreef. Het ging over de spermatozo die als eerste van de miljoenen soortgenoten bij de eicel is aangekomen en het vlies – pantser van vrouwelijke trots – moet penetreren om bij de eicel binnen te kunnen gaan. Hij offert zijn zweepstaartje, dat het zuur bevat dat de afscherming op kan lossen, maar zijn eigen zuur is niet genoeg, hij heeft de hulp van andere spermatozoën nodig.

Donner schreef: „Hoe hij het doet, of hij valse beloften aanwendt, of dat er misschien homosexualiteit in het spel is, de moderne wetenschap weet het nog niet, maar in ieder geval moeten enige van zijn medestanders bereid gevonden worden, het beste wat zij hebben te geven, alleen om hem naar binnen te doen gaan.

Zo is het in het toernooischaak nu ook. Om een toernooi te winnen moeten anderen voor ons werken, anders gaat het niet.”

In Reggio Emilia waren die anderen Nikita Vitjoegov en Vasili Ivantsjoek, geprezen zij hun naam. Vandaag begint in Wijk aan Zee het Tata Steel toernooi, een nog aanzienlijk sterker toernooi dan dat in Reggio Emilia. We verwachten veel van Anish Giri.

Hikaru Nakamura - Anish Giri, Reggio Emilia 2011/2012

1. e4 e5 2. Pf3 Pf6 De Russische verdediging was in Reggio een goede vriend van Giri. In een eerdere ronde won hij ermee van Caruana. 3. Pxe5 d6 4. Pf3 Pxe4 5. Pc3 Pxc3 6. dxc3 Le7 7. Le3 Pd7 8. Dd2 0-0 9. 0-0-0 c6 10. h4 Te8 11. Ld3 d5 Een nieuwe zet. In Nakamura - Kramnik, Moskou 2010, werd 11...Pf6 gespeeld, maar Giri heeft een andere bedoeling met het paard. 12. Pg5 In de nieuwe omstandigheden vond Giri deze zet niet erg zinvol. 12...Pf8 13. h5 Lf6 14. Pf3 Hier en later is het voor wit steeds een moeilijke vraag of hij h5-h6 moet inlassen. In dit geval heeft zwart na 14. h6 behalve 14...g6 ook 14...Txe3, hoewel dat na 15. hxg7 Kxg7 16. Pxh7 onduidelijk is. 14...Lg4 15. Tde1 Lxf3 16. gxf3 Hier bood Nakamura remise aan. Te laat. 16...Pe6 17. f4 h6 18. a3 Da5 19. Dd1 Pc5 20. Lf5 Pa4 21. Dd3 Beter was 21. Ld4, omdat dan na 21...Db5 22. b3 Pxc3 het dameoffer 23. Lxf6 Pxd1 24. Teg1 goed voor wit is. Zwart moet 21...Txe1 doen en dan heeft wit na 22. Dxe1 (na 22. Txe1 is 22...Db5 wel goed) Lxd4 23. cxd4 nog geen gelijk spel. 21...Pc5 Hier had zwart 21...Pxc3 kunnen spelen. Volgens de computers is dan zowel 22. bxc3 Lxc3 als 22. Ld2 d4 gunstig voor zwart, maar aan het bord ziet vooral de tweede variant, met de akelige penning van Pc3, er heel riskant uit. 22. Dd1 Db5 23. De2 Da4 24. Dd1 Pe4 25. Lxe4 Txe4 26. Thg1 Tae8 27. Tg3 Kh8 28. Teg1 Dc4 29. Kb1 c5 30. Dd3 Wit koerst naar een eindspel dat slecht voor hem staat. Met twee torens op de g-lijn zou het in ieder geval consequent zijn geweest om 30. Df3 en Dg2 te spelen, al betekent dat nog niet dat het erg goed zou zijn. 30...b6 31. Dxc4 Txc4 32. Td1 d4 33. cxd4 cxd4 34. b3 Wit had zich passief moeten verdedigen met 34. Ld2, al kan ik me niet voorstellen dat zijn stelling met drie zwakke pionnen houdbaar is.

Nu wint zwart makkelijk met een kwaliteitsoffer. 34...dxe3 35. bxc4 exf2 36. Tf3 Te1 37. Kc1 Ld4 38. c3 Le3+ 39. Kc2 f5 40. a4 a5 41. c5 Lxc5 Wit gaf op. Hij staat volledig gebonden en als het nodig is maakt zwart nog een vrijpion op de koningsvleugel.