Een eerbetoon aan het Joodse verzet

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een oordeel. Over de Joodsche Raad, een wereldberoemde beginzin en de vraag hoe te leven.

Walter Süskind was een welgestelde Duits-Joodse zakenman die in 1938 voor de nazi’s naar Nederland uitweek. Als medewerker van de Joodsche Raad werd hij in 1942 door de Duitsers belast met de leiding in de Hollandsche Schouwburg, waar vanaf 1942 de Amsterdamse Joden werden verzameld voor deportatie naar de vernietigingskampen. Hoeveel kinderen en volwassenen door het Joodse verzet uit de schouwburg naar buiten zijn gesmokkeld, zal nooit precies bekend worden. Het zijn er zeker honderden en mogelijk enkele duizenden geweest. Zonder Süskind was dat niet mogelijk geweest. Hij was een handlanger maar ook een mensenredder. Een verrader maar ook een held die grote persoonlijke risico’s nam. Uiteindelijk is hij met vrouw en kind in Auschwitz vermoord

Historicus Mark Schellekens maakte van dit verhaal een zorgvuldige reconstructie en dat is ook een eerbetoon aan het Joodse verzet (Walter Süskind, Atheneum, 271 blz., €17,95). De hoofdpersoon, over wie Rudolf van den Berg een film maakte die zondag in première gaat, komt uit het boek naar voren als een gewiekste en charismatische figuur die door de omstandigheden voor bovenmenselijke keuzes geplaatst werd.

Dat de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog nooit gedetailleerd genoeg kan zijn, blijkt ook uit Het niet vertelde verhaal van 44 door Ada van Hoof (Polderhuis Westkapelle, 167 blz., €24,95). Hierin staan herinneringen opgetekend aan het bombardement van de geallieerden op Walcheren en de bevrijding van het eiland in de herfst van 1944. Waardevolle lokale oral history. Opmerkelijk is dat de auteur een mystieke betekenis toekent aan het getal 44. Dat doet gekunsteld en niet ter zake aan.

Een beetje geldt dat ook voor de nieuwe vertaling van de wereldberoemde eerste zin van Het proces (Athenaeum, vert. Willem van Toorn, 232 blz., €22,50) van Franz Kafka. Het origineel gaat zo: „Jemand mußte Josef K. verleumdet haben, denn ohne daß er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet.” In alle Nederlandse uitgaven die ik ken, luidt de vertaling: “Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads gedaan had, werd hij op een ochtend gearresteerd.” Het is deze vertaling, die me altijd weer door het hoofd schiet als ik lees over de Holocaust of andere vervolgingen van onschuldige mensen. Onbegrijpelijk dat Willem van Toorn er, aanzienlijk minder omineus, dit van maakt: „Iemand moest kwaad van K, gesproken hebben, want zonder dat hij iets slechts had gedaan werd hij op een ochtend gearresteerd.” Maar dat is dan ook het enige minpuntje aan de nieuwe uitgave van Kafka’s klassieker in de schitterende Perpetuareeks

Een heel bijzonder en ook enigszins Kafkaesk boek is de roman Het grote vuur (Karaat, Vert. Evalien Rauws & Luc de Rooy, 139 blz. €16,90) die Cesare Pavese & Bianca Garufi samen schreven. In deze enige roman van Pavese die tot nu toe een Nederlandse vertaling ontbeerde, draait alles om ‘il non detto’, ‘dat wat verzwegen wordt’. Pavese, één van de grootste Italiaanse auteurs van de twintigste eeuw, werd vooral bekend om zijn dagboeken, waarin hij zijn zelfmoord in 1950 literair aankondigde. Het grote vuur is net als Het Proces vanaf het begin omineus, je voelt het noodlot aankomen. De vertalers verzorgden een uitstekend nawoord, dat dit, samen met zijn muze Bianca Garufi opgetekende, ongepolijste verhaal ook voor lezers die niets van Paveses wanhoop weten, in een context plaatst.

Lees hem om te leven” zei Gustave Flaubert over de Essays van Michel de Montaigne (1533-1592) en dat advies is de leidraad voor de Britse biografe Sarah Blakewell: Hoe te leven. Een leven van Montaigne. In één vraag en twintig pogingen tot een antwoord. (Vert. Dick Lagrand en Marjolijn Stoltenkamp. Van Gennep, 492 blz. €22,50). Blakewell geeft niet alleen de levensfeiten van de filosoof, maar presenteert hem ook als gesprekspartner die als het ware tegenover je zit en van wiens levenslustige gezelschap, zelfreflectie en erudiete conversatie je altijd kunt blijven genieten. De Britse pers was razend enthousiast over deze biografie als introductie bij de essays: „Geschreven in de geest van Montaigne”. Elke fase van zijn leven wordt opgehangen aan een thema uit de essays. Roelof van Gelder (Boeken, 13 augustus 2010) beoordeelde het boek als informatief en goed leesbaar, maar wat geforceerd van constructie. ‘Goed leesbaar’ geldt ook voor de vertaling.