Economisch eliteclubje van Europa valt uiteen

Weer zijn er eurolanden waarvan de kredietstatus is verlaagd. Voor het noodfonds EFSF wordt het duurder om te lenen. Politici moeten haast maken.

De massale afwaardering van de kredietstatus van eurolanden dwingt leiders om snel met een geloofwaardig reddingsfonds te komen voordat een onbeheersbare negatieve spiraal vat krijgt op de financiële markten.

Het was niet onverwacht dat beoordelaar Standard & Poor’s de kredietstatus van Frankrijk, Oostenrijk, Italië, Portugal, Spanje, Malta, Slowakije, Slovenië en Cyprus verlaagde. S&P had daarvoor gewaarschuwd als het resultaat van de eurotop van 9 december onvoldoende zou zijn.

Frankrijk en Oostenrijk verliezen de AAA-status, de hoogste beoordeling van kredietwaardigheid. Frankrijk heeft wel een relatief lage staatsschuld, maar de economie groeit nauwelijks en de uitgaven stijgen. Ook hebben Franse banken grote portefeuilles in bezit met staatsobligaties van perifere eurolanden. Oostenrijk kampt met banken die te veel hebben uitgeleend aan Hongarije. Dat is inmiddels een probleemland buiten de eurozone geworden.

Met de afwaardering is Frankrijk uit het Europese economische eliteclubje gevallen. Duitsland en Groot-Brittannië blijven over als de enige EU-leden die als economische grootmacht lid zijn van de G20 en de hoogste kredietbeoordeling bezitten.

Belangrijker dan de Franse imagoschade zijn de gevolgen voor de bestrijding van de eurocrisis. Bij de oprichting van noodfonds EFSF kregen de toenmalige AAA-landen (Frankrijk, Oostenrijk, Luxemburg, Duitsland, Finland en Nederland) een cruciale rol toebedeeld. Het noodfonds zou alleen goedkoop geld kunnen lenen bij beleggers wereldwijd als de zes kredietwaardigste en dus betrouwbaarste landen garant stonden voor alle obligaties die het EFSF op de kapitaalmarkt ophaalde. Noodfonds EFSF zou dat goedkope geld uitlenen aan eurolanden die wegens schuldproblemen zelf torenhoge rentes moesten betalen.

Duitsland staat met 211 miljard euro voor het hoogste bedrag garant. Frankrijk volgt met 158 miljard euro, Oostenrijk met 22 miljard euro. Nu Frankrijk en Oostenrijk de AAA-status kwijt zijn, wordt lenen voor het EFSF duurder. Daardoor wordt het noodfonds minder effectief.

Het crisismechanisme van de eurozone hapert niet meteen. Wel moeten politici haast maken. In Brussel wordt onderhandeld over de voorwaarden van een lening van EU-landen van 200 miljard aan het Internationaal Monetair Fonds. Het idee is dat rijke landen als Japan, Canada, en China eenzelfde bedrag storten, waardoor de IMF-crisiskas voor de eurozone goed gevuld is.

Het gevaar is dat de onderhandelingen in Brussel worden ingehaald door de werkelijkheid. De massa-afwaardering van S&P kan de obligatiemarkt voor eurolanden ontwrichten. Italië, met een schuld van 1.800 miljard euro, is nog twee stappen verwijderd van junk-status. Het risico bestaat dat grote beleggers nauwelijks meer mogen beleggen in de obligaties van het land met de grootste uitstaande schuld in de eurozone, omdat de kans op wanbetaling groot is. Alleen de dreiging van nog een afwaardering kan ervoor zorgen dat beleggers alles wat euro is mijden op de obligatiemarkt. Zelfs een uitpuilende oorlogskas van het IMF is dan waarschijnlijk niet genoeg om de crisis te bezweren.