De weinig creatieve destructie van de idee publieke omroep

De paragraaf over de publieke omroep in het PVV-verkiezingsprogramma uit 2010 was duidelijk: „Avond aan avond paraderen er linksmensen die door linkse omroepen worden uitgenodigd hun politiek-correcte meningen te debiteren. Dat allemaal op uw kosten.” Weg ermee. De VVD pleitte in haar programma voor één publiek tv-net minder.

Ook na de toelating door een PvdA-minister van de Telegraaf-omroepen WNL en PowNed zijn de VVD en de PVV, met minister Van Bijsterveldt (Media, CDA) als onwillige uitvoerder, bezig de publieke omroep een kopje kleiner te maken. Ruim baan voor de commerciële omroepen.

Omroeppolitiek is vervelend, ik gaap er ook altijd bij. Behalve als je bedenkt hoe de televisie er uitziet in landen met alleen maar commerciële omroepen. In de Verenigde Staten, het mekka van de marktknuffelaars, is ’s avonds tv-kijken vrijwel overbodig. Het meest geslaagde en gedurfde amusement is nog onverteerbaar: je zit meer dan de helft van de tijd op gebitsreinigers en wasmiddelen te wachten.

De PVV beveelt RTL 1, 2, 3 en 4 en SBS 6, 7 en 8 van harte aan als ideaal omroepdieet. En ziet niets nuttigs op de drie publieke zenders. De publieke omroepen hoeven geen amusement te doen, wordt vaak gezegd, de commerciëlen doen dat beter. De kijkcijfers van Wie is de Mol, Tussen Kunst en Kitsch, Beatrix onder Vuur en Boer zoekt Vrouw weerleggen dat idee deze week.

Dan moet je nog beginnen de programma’s te inventariseren die ergens over gaan en mensen ondersteunen als klant, burger, reiziger, patiënt of rechtzoekende. En nieuws, achtergronden, documentaires en verslaggeving van sporten die niet altijd met een V beginnen. In landen zonder publieke omroep bestaan die programma’s nauwelijks. In de Verenigde Staten is zelfs het pure nieuws verdreven naar de randen van de avond.

De PVV schildert de publieke omroep stelselmatig af als „staatsomroep” en is lang niet de enige partij die moeiteloos de grens overschrijdt en de inhoud van radio- en tv-programma’s wil sturen. De PVV wil het percentage Nederlandstalige muziek op Radio 2 bepalen, D66 wil meer drama, het CDA wil weten hoe het zit met kannibalisme bij BNN, de SP overwoog Kamervragen over de selectie voor het Songfestival, enzovoort.

Een staatsomroep wordt in hoge mate beïnvloed door de politieke machten. Dat is hier in principe alleen het geval bij opzet en uitwerking van het bestel. Dat is er op gericht ruimte te geven aan zoveel mogelijk levensstijlen en -beschouwingen. In de verzuilde tijd vielen omroepen vaak samen met partijen. Niet meer. Er is hier minder sprake van staatsomroep dan in grote delen van de wereld en minder dan in de jaren ’50.

In hun afkeer van het bestaande publieke bestel hebben de gedoogcoalitiepartijen een bezuiniging van grofweg een kwart van de omroepbegroting opgelegd. De Wereldomroep is van de kaart geveegd. Het Muziekcentrum van de Omroep is gedecimeerd. Na veel geduw en getrek is in november afgesproken dat het aantal omroepen teruggaat van 20 naar 8.

De inkt was nog niet droog toen de omroepwoordvoerder van de VVD zei dat er nog eens 200 miljoen afkon. Premier Rutte legde haar het zwijgen op. Afgelopen week sloeg deze Anouchka van Miltenburg aan op de Avro-directeur die zei dat de afgesproken bezuinigingen gevolgen hebben voor programma’s. Op haar website juicht Van Miltenburg: ,,De VVD gooit de beuk in het eens pluriforme omroepbestel’’. In Kamervragen toonde zij zich deze week bezorgd over de kwaliteit van de programma’s.

Het vervolg van deze veldtocht is één van de drie publieke netten afpakken, met als tussenvariant één landelijk net aan de regionale omroepen geven. Leek het CDA ook wel wat. Die regio-omroepen lijden een kwijnend bestaan. Omroep Fryslân heeft thuis een marktaandeel van 3 procent. De meeste andere regionale tv-zenders trekken amper aan één procent van de totale kijktijd in hun regio.

De regionale omroepen klagen dat zij op veel digitale indelingen ergens tussen positie 317 en 748 zijn verdwaald. Maar een rechtgeaarde Drent die zijn zender graag wil zien kan deze natuurlijk toch wel vinden. Toch kijkt de Drent maar 1,3 procent van zijn tijd naar TV Drenthe. De hoop van de regionale omroepen is dat zij op een landelijk net af en toe 10 minuten na het Journaal of zo mogen uitzenden in de eigen provincie. Dan zijn zij goeddeels door hun centjes en ideeën heen. De gedachte een heel landelijk net aan de regionalen te geven is een illusie die als Paard van Troje fungeert om Hilversum dat derde net af te pakken.

Het is een onnozel achterhoedegevecht. Islam, grachtengordel, majesteit, Europa, publieke omroep. De VVD zegt wel een publieke omroep willen, volgens een BBC-model. Geen omroepverenigingen. Intussen heeft Den Haag toch de ledentallen belangrijker gemaakt om geld en zendtijd te verdelen. Incoherent. Zonder een blik op Google TV, YouTube en al die andere vormen van internetvideo die het hele omroepbestel opzij blazen. Ruim baan voor de commerciële zenders, allemaal in buitenlandse handen.

Dit gaat over afbraak van fatsoenlijke, vernieuwende, bewerkelijke Nederlandse publieke omroep. Die past misschien in het PVV-programma, minder in dat van de VVD en al helemaal niet bij het oude of het nieuwe CDA. Creatieve destructie werkt anders. Niets wijst erop dat de PVVD geïnteresseerd is in de toekomst van goede Nederlandse radio en televisie.

marc chavannes

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl