De post van 140 tekens uit de Tweet Kamer - duiden, maar niet negeren

Met 140 naar de voorpagina. Handen af van de hypotheekrenteaftrek! Ze zijn gek, in Tilburg!

Zo maak je het Geert Wilders wel erg gemakkelijk, vinden lezers, die zich eraan ergeren dat de krant zo vaak tweets van de PVV-leider citeert. Voor de politicus is dat medium een uitkomst: hij zendt, krijgt geen lastige vragen, maar komt wel in de krant. Ook veel andere politici twitteren erop los; Wilders stuurde 333 tweets in bijna een jaar, maar Marianne Thieme zelfs 6.467. Soms lijkt het of we vertegenwoordigd worden in een Tweet Kamer.

Lezers storen zich eraan: moet de krant die tweets zo veel aandacht geven? Waarom wordt Wilders niet geboycot zolang hij weigert journalisten normaal te woord te staan?

Die lezers lijken gelijk te krijgen van een recent onderzoek van de Nieuwsmonitor. Uit dat onderzoek blijkt dat NRC Handelsblad in 2011 de meeste artikelen wijdde aan tweets van Wilders (38), op de hielen gezeten door de Volkskrant (28). Onderaan staan De Telegraaf (8) en nrc.next (8). De onderzoekers concluderen dat NRC Handelsblad „de grootste interesse in het getwitter van Wilders toont” (lees het onderzoek via nieuwsmonitor.net).

Opmerkelijk. Alleen gaat het toch wat snel. NRC Handelsblad noemt die tweets het vaakst, dat blijkt, maar heeft de krant er daarmee ook de grootste interesse in?

Niet per se, vindt de chef van de Haagse redactie, Herman Staal. Uit het feit dat NRC Handelsblad het meest verwijst naar tweets van Wilders, zegt hij, blijkt nog niet dat andere kranten er minder gebruik van maken. „Wij vermelden de bron er altijd bij, daarom komen we zo ‘ongunstig’ uit dit onderzoek.”

Zo wordt volgens Staal ook weleens verwezen naar die tweets zonder dat expliciet het medium erbij wordt genoemd; dan lees of hoor je iets over een uitspraak of een „reactie” van Wilders. De regel die Staal hanteert (altijd vermelden waar de uitspraak vandaan komt) vind ik dan beter: ook het feit dat het om een tweet gaat, is immers nuttige informatie voor de lezer. Het laat zien hoe Wilders bij voorkeur communiceert: eenzijdig.

Bovendien, zulke kreten zijn on the record-informatie. Ook op 140 tekens kan een politicus worden afgerekend. Het zou dan slechte journalistiek zijn om dat „getwitter”, hoe irritant soms ook, systematisch te verzwijgen, alleen maar om een politicus een lesje te leren.

Nog een kanttekening. Noemen als bron is één ding, maar wat dóét de krant met een tweet? De kreet die Wilders stuurde over de hypotheekrenteaftrek („Onacceptabel dan maar verkiezingen”), was voor de Volkskrant voorpaginanieuws (Wilders: verkiezingen bij gemorrel aan renteaftrek, 29 december). NRC Handelsblad bracht het bericht binnenin en nogal laconiek (Schouderophalen na nieuwe dreigende taal van Wilders). Reactie van één politicus in dat stuk: „Gaap”. Toevallig kwam die dag ook het onderzoek van de Nieuwsmonitor (Tweets van Wilders halen altijd de krant, 29 december).

Meer kranten reageerden relativerend. Geert Wilders dreigt – maar tegen wie? was de kop boven een analyse van de handen-af-van-de-hypotheekrenteaftrek-kreet in Trouw (29 december). Een columnist in die krant stelde onder de kop Dreigtweet nuchter vast: „Een tweet is in feite niet meer dan een oneliner die niet wordt onderbouwd en daarom is Wilders de ongekroonde koning van de tweets. Zie het als het vervangmiddel voor de belletjestrekker voor wie wegrennen te vermoeiend is geworden.”

De Nieuwsmonitor signaleert inderdaad een verschil tussen Wilders en andere politici: „Waar andere politici in debat gaan met de achterban en reageren op elkaar, beperkt Wilders zich tot het zenden van korte boodschappen.” Daar past bij dat Wilders (145.254 volgers) zelf precies nul andere twitteraars volgt. De boodschap is, met een variant op Karel Doorman: ik volg niemand, ik val aan.

Daar zit dan ook het pijnpunt dat de lezers terecht signaleren. Wilders gaat het debat niet aan via Twitter, hij blaft en bijt (soms). De manier waarop hij het medium benut, is een effectieve vorm van populistische politiek; die wordt tenslotte verkondigd, niet besproken. Premier Rutte doet het nu anders: die roept burgers juist op hem vragen te stellen op Twitter. En ja, daarnaast lees je natuurlijk ook weleens tweets van een politicus die meldt dat hij ergens in de file staat. Goh, goed om te weten!

Tegelijkertijd is dit allemaal de uitdrukking van een algemener journalistiek probleem: door moderne sociale technologie zijn politici tegenwoordig een stuk minder afhankelijk van de schrijvende pers dan vroeger, en kunnen zij hun boodschap zelf in een oogwenk, of met twee duimen, ongefilterd de wereld insturen. Ook zoals Rutte het nu doet: stelt u gerust vragen, liefst rechtstreeks aan mij!

Als het blijft bij zenden, lijkt mij dat geen democratisering, maar eerder een democratisch tekort. Zoals de Nieuwsmonitor schrijft: „Journalisten dienen zich te realiseren dat zij [Wilders] op deze manier een luxepositie gunnen die een politicus normaal niet krijgt: het doen van uitspraken zonder kritische bevraging of debat.”

Dat maakt de journalistieke taak nog urgenter om het Haagse gebruik van nieuwe media op waarde te schatten en te duiden, soms te negeren – maar niet om het structureel te verzwijgen.

Sjoerd de jong