De koningin rendeert uitstekend in Oman

Je kon er op wachten: Royal Bank of Scotland gaat opnieuw diep snijden in de organisatie, en wederom zijn de van oorsprong Nederlandse activiteiten een belangrijk doelwit. 3.500 banen gaan er weg bij de zakenbank van RBS, en de man met de zeis doet zijn inmiddels traditionele rondganglangs de Zuidas. Het voorval wijst opnieuw naar een van de pijnlijkste episodes uit de Nederlandse zakelijke geschiedenis: de overname en opsplitsing van ABN Amro door RBS, Fortis en het Spaanse Santander. Alleen die laatste bank lijkt er relatief nog enigszins goed uit te springen. De rest is een knekelveld. RBS is inmiddels voor meer dan viervijfde in handen van de Britse overheid. Fortis bestaat in wezen niet meer. En de romp van ABN Amro is inmiddels genationaliseerd door de Nederlandse staat.

Het contrast met de jaren daarvóór is enorm. Een blik in het jaarverslag van ABN Amro over 2006 werpt de lezer terug in een tijdperk waarin de almacht en eigenwaan hoogtij vierden. Klein voorbeeld: maar liefst 3,5 pagina’s gaat het daarin over de beloning van het bestuur in al haar facetten. ‘Onze 107.000 medewerkers’ moeten het daarna doen met anderhalve pagina. Veel ook over het vervolgens door de drie briljante overnemers gesloopte internationale netwerk. En dat laatste doet pijn, want juist daarin steeg de bank boven het eigenbelang uit. ABN Amro belichaamde de wereldwijde projectie van het zakelijke belang van Nederland. Dat was een eigenschap die kan worden herleid tot de oorsprong van de bank zelf: de Nederlandse Handel Maatschappij van koning Willem I.

Met de Koningin net terug van haar staatsbezoek aan Oman wordt de traditionele vraag gesteld wat voor zin zo’n reis heeft. De contracten die feestelijk worden gesloten zouden er toch wel zijn geweest. Dat kan zijn, maar er wordt voorbijgegaan aan wat de ‘soft power’ van het internationale zakendoen kan worden genoemd. Niet alle landen zitten zo in elkaar als het onze. Politiek en zaken zijn elders veel meer verweven dan hier: in de Golfstaten, maar ook in bijvoorbeeld die delen van oostelijk Europa en Azië waar niet alleen de economie maar ook de moderne staatsinrichting nog in aanbouw is.

In veel gevallen is het daar toch de bedoeling dat bij een zakelijke deal de minister, de premier of het staatshoofd even het hoofd om de hoek steekt. Want wie in Rome is, zal als de Romeinen moeten doen.

Het besluit van minister Rosenthal van Buitenlandse zaken om het aantal Nederlandse ambassades te verminderen, zal met het bovenstaande in het achterhoofd moeten worden uitgevoerd. Verschuiven, parallel aan de wijzigende economische machtsverhoudingen in de wereld, is beter.

Maar er is hoop. Rabo is in het gat gesprongen dat ABN Amro noodgedwongen heeft laten vallen. ING beschikte, zeker na de de overname van Barings vijftien jaar geleden al over een uitgebreider netwerk. En ABN Amro is met de komst van Gerrit Zalm als topman hard bezig om de internationale vertegenwoordiging te restaureren. Nog vorige maand kondigde de bank een offensief aan in Azië.

Toen de kredietcrisis uitbrak is de samenleving, ten overvloede, gewezen op de utilitaire functie van banken. Ze zijn niet alleen ondernemingen, maar maken door het onderhouden van het geldverkeer ook deel uit van de fundamentele infrastructuur van een land.

Dat mag wat Nederland betreft worden aangevuld met de vanouds diplomatieke functie van het bancaire systeem. Het is goed dat de sector daar zelf op in zet, en misschien mag het nog wel wat meer. Doet ze op die manier weer iets terug voor de samenleving.

Maarten Schinkel