Conflict in de Andes: goud of water

In Peru loopt de bevolking te hoop tegen plannen om de omvang van de grootste goudmijn van het continent te verdubbelen. Vier meren in de Andes worden drooggelegd. ‘Mensen zijn bang te sterven van de dorst.’

Steeds hoger slingert de weg, in noordelijke richting. Vanuit de Peruaanse provinciehoofdstad Cajamarca (200.000 inwoners) openbaart zich na een uur rijden op 3.600 meter hoogte een in alle opzichten adembenemend spooklandschap. Het gebergte is geplunderd, de dalen zijn afgedekt met plastic en gevuld met afgegraven aarde. Overal zie je reusachtige machines. Vlak bij de ingang van Yanacocha, de grootste goudmijn van het Amerikaanse continent, staat een bord langs de weg. ‘De mens is de enige bewaker van de natuur. Zorg goed voor onze planeet.’

Over wat dit rentmeesterschap precies betekent is in Peru een venijnig gevecht gaande. Vorige maand moest de regering in het noorden van het land zelfs even de noodtoestand afkondigen. Het openbare leven was er tot stilstand gekomen na elf dagen van wegblokkades en demonstraties. De bevolking protesteert steeds luidruchtiger tegen de aanleg van Conga, een nieuwe gigantische goudmijn. Yanacocha – een firma die eigendom is van het Amerikaanse Newmont (51 procent), het Peruaanse bedrijf Minas Buenaventura (44 procent) en de Wereldbank – wil de nieuwe goudmijn eind 2014 in gebruik nemen. Door een investering van 4,8 miljard dollar moet het huidige mijnbouwgebied in omvang verdubbelen.

„In de twintig jaar dat Yanacocha bestaat zijn stroomgebieden veranderd, rivieren drooggevallen, meren vergiftigd en vissen en planten verdwenen. Nieuwe afgravingen en het gebruik van explosieven in de Andes zijn fataal voor de waterhuishouding’’, zegt Mirtha Vásquez Chuquilín. Ze werkt als advocaat voor de lokale milieuorganisatie Grufides, die het verzet tegen de mijn aanvoert.

Volgens de actievoerders is de afweging die de Peruanen moeten maken eenvoudig. Kiezen ze voor goud of water? „Voor de exploitatie van Conga wil Yanacocha vier meren droogleggen. In twee van die meren zal goud worden gewonnen en het afval wordt in twee andere drooggelegde meren gestort. Volgens elke hydroloog zal dit leiden tot een grote milieuramp”, zegt Vásquez.

De werknemers van de mijnbouw vinden dit een simplistische keuze. Dat zegt Flavio Flores, manager bij de door Yanacocha opgerichte stichting Asociación Los Andes de Cajamarca die geld geeft voor „sociale investeringen” in de regio. „Het gaat om de keuze tussen armoede en ontwikkeling”, zegt hij in zijn kantoortje in Cajamarca. Hij snapt zijn landgenoten niet. „Peru heeft niet de luxe om kieskeurig te zijn. In Cajamarca is haast geen andere economische activiteit haalbaar dus laat de mensen blij zijn met Conga.”

Yanacocha verzekert dat er nieuwe waterreservoirs worden aangelegd, waardoor de watertoevoer zelfs beter zal zijn. Maar de bevolking van Cajamarca is achterdochtig. Er wonen in het mijnbouwgebied voornamelijk veehouders en afstammelingen van de Inca indianen. Mensen met kleurige kleren en grote witte hoeden die tegen de zon en de regen beschermen. „Zij zijn al zo vaak bedonderd door Yanacocha dat ze de geruststellingen niet meer geloven. Er is geen bedrijf met een slechtere reputatie in het land dan Yanacocha”, vertelt advocaat Vásquez, die vanwege haar werk met de dood is bedreigd.

Er hebben zich de afgelopen jaren ernstige milieu-incidenten voorgedaan in de Andes die het wantrouwen verklaren. Om uit de aarde goud te winnen wordt het afgegraven gesteente besproeid met water met natriumcyanide. Door lekken is die vloeistof af en toe in het drinkwater beland. De grootste ramp gebeurde in 2000 toen een vrachtwagen van Yanacocha 151 kilo kwik verloor bij het stadje Choropampa. „Mensen namen het spul mee naar huis omdat ze dachten dat het een soort zilver was”, vertelt Vásquez. „Het spul werd in bakjes op tafel gezet, zo mooi vonden ze het. Nu hebben honderden mensen ernstige gezondheidsklachten.”

Volgens José Rodriguez, als antropoloog verbonden aan de Nationale Universiteit van Cajamarca, zijn veel mensen in de regio bang in de toekomst te sterven van de dorst. De oplopende spanningen in het noorden van Peru worden volgens hem overigens niet alleen ingegeven door zorgen over het milieu. „Mensen accepteren niet langer dat de mijnbouwers de politieke machthebbers volledig kunnen gijzelen met hun geld.”

Volgens schattingen heeft de mijn Yanacocha de afgelopen twintig jaar ongeveer vijf miljard euro aan goud opgeleverd. De 1,4 miljoen inwoners van dit departement wonen op een goudader, de rijkste plek op aarde. Toch behoort Cajamarca onveranderd tot een van de vier armste provincies van het land. „Behalve de 8.000 mensen die in de mijn werken en enkele lokale bedrijven profiteert de bevolking niet van het goud.”

Het leven is er wel nadrukkelijk veranderd. Twintig jaar terug was Cajamarca even hip als Noord-Korea. Een auto zag je niet. Elektriciteit was schaars en vanuit de stad vertrok maar een keer per week een klein vliegtuig naar de hoofdstad Lima. „Toen ik in 1992 telefoon aanvroeg kreeg ik te horen dat ik zeven jaar moest wachten”, herinnert Rodriguez zich. Cajamarca telde toen 70.000 inwoners, nu 200.000. Blinkende pick-up trucks toeteren zich door de straten en er zijn tegenwoordig drie keer daags peperdure vluchten naar Lima. „Mensen verdienen meer, maar het leven is veel duurder geworden”, merkt Rodriguez.

Probleem is volgens de tegenstanders van de mijnbouw dat Yanacocha voor het snelle geld en niet voor duurzame ontwikkeling kiest. „Het bedrijf heeft heel goed in de gaten dat in Cajamarca de vriendelijkste mensen van Peru wonen. Ze zijn makkelijk voor de gek te houden”, vertelt advocate Vásquez. „De mijnbouwers hebben boeren in het begin gedwongen hun grond te verkopen voor een belachelijk lage prijs van 30 dollar per hectare. Als ze niet akkoord gingen met de prijs zou de grond worden onteigend, kregen ze te horen.” Invloedrijke vertegenwoordigers van kerk en politiek werden volgens haar financieel ingepakt.

Pikant is de positie van de in juli aangetreden nieuwe links populistische president van Peru Ollanta Humala (49). Deze voormalige militair won de verkiezingen doordat hij de steun wist te verwerven van de Peruaanse onderklasse. Peru (30 miljoen inwoners en 30 keer zo groot als Nederland) had de afgelopen tien jaar een van de snelst groeiende economieën van Latijns Amerika (gemiddeld 6 procent). In Cajamarca heeft de bevolking massaal op Humala gestemd omdat hij beloofde de strijd voor water in plaats van de zucht naar goud te zullen steunen.

„Hij was nog geen week in functie en maakte meteen een enorme draai. Nu is hij vóór Conga”, vertelt Vásquez. De meest gehoorde verklaring voor de ommezwaai van Humala is dat hij het geld van de mijnbouw nodig heeft ter bekostiging van zijn plannen voor ‘sociale integratie’, zoals hij het noemt. „Hij staat ook onder druk van de Brazilianen die hem adviseerden in zijn campagne. Brazilië wil geld verdienen met de aanleg van infrastructuur in Peru en een weg naar de kust”, aldus Vásquez.

De spanning in Peru loopt op. Voor- en tegenstanders van Conga hebben nu ingestemd met een wapenstilstand. Een groep onafhankelijke experts zal nog een keer studie doen naar milieuschade van Conga. Binnen veertig dagen moeten ze rapporteren. Inmiddels heeft Humala zijn premier Salomón Lerner – die een dialoog wilde met de tegenstanders van de mijn – vorige maand vervangen door zijn voormalige docent op de militaire academie Oscar Valdés. Een man van de harde lijn. „We zijn bang dat het leger hier naar toe wordt gestuurd om ons verzet te breken”, zegt milieuactiviste Vásquez.

Ook de gouddelvers worden inmiddels zenuwachtig. Conga, een mijn die volgens Yanacocha 19 jaar lang veel goud moet opbrengen, dreigt te stranden. „Het conflict moet uiterlijk binnen twee maanden zijn opgelost. Anders loopt Peru 5 miljard dollar aan investeringen mis”, sombert Flavio Flores van de sociale stichting van Yanacocha. Het probleem is volgens hem dat Cajamarca wordt geregeerd door xenofoben. „Extreemlinkse groepen hebben het hier voor het zeggen. Communisten. Zij maken van de mijnbouw een ideologisch conflict. Ze wijzen buitenlandse investeringen af uit angst voor imperialisme. Newmont is in hun ogen de duivel, gringo’s die je nooit kunt vertrouwen. Het is bekrompen nationalisme.”

„Het is nooit genoeg”, antwoordt Carlos Santa Cruz op de vraag waarom het verzet tegen zijn mijnplannen zo oploopt. Santa Cruz is de hoogste baas van mijnfirma Newmont (34.000 werknemers) in Latijns-Amerika en gaf donderdag in het chicste hotel van Lima een presentatie over de zegeningen van de goudwinning in Peru. Dankzij Yanacocha is er meer werk, minder ondervoeding en betere scholing.

Toch is ook Santa Cruz het slechte imago van zijn bedrijf niet ontgaan. „Het steekt mensen dat een chauffeur bij ons meer verdient dan de eerzame onderwijzer.” Hij klaagt ook over onverantwoordelijke werknemers die zich arrogant gedragen en daardoor weerstand oproepen. De mijnbouwers moeten volgens hem betere contacten opbouwen met de bevolking. Meer mensen moeten profiteren van de investeringen.

„Toch blijf ik optimistisch dat Conga doorgaat”, zegt Santa Cruz. „Peruanen zijn heel pragmatisch. Uiteindelijk kiezen ze voor economische vooruitgang.”

Antropoloog Rodriguez spreekt van een „pervers huwelijk” tussen Cajamarca en Yanacocha. „Samenleven gaat niet want ze mishandelen elkaar. En scheiden is onmogelijk want dan sterven ze.”