Behaaglijke ijspaleizen De ijsbaantest

Nederland is het kunstijsbaandichtste land ter wereld. Een verhaal over ijsdoping en zomerijs. Inclusief ijsbaantest.

Schaatskampioenen Sven Kramer en Martina Sáblíková samen in de arrenslee, het ijs op de stadsvijver van Boedapest glinsterend in kunst- en maanlicht, met op de achtergrond het sprookjeskasteel Vajdahunyad. Hooguit ontbrak nog wat sneeuw, afgelopen weekeinde bij de Europese kampioenschappen in Hongarije. Verder was het schaatsen op een kunstijsbaan zoals schaatsen op een kunstijsbaan bij gebrek aan strenge winters ooit bedoeld was: een ideaal substituut voor het echte werk op sloten, plassen en vaarten.

Toch was het geklaag van de topschaatsers niet van de lucht. Die ellendige wind, bij vlagen oplopend tot kracht acht, verpestte een eerlijke competitie. Zand en roet op het ijs zorgden voor bramen op de zo zorgvuldig geslepen en tot op de millimeter nauwkeurig afgestelde klapschaatsen. Nee, geef hun maar liever de overdekte en hypermoderne ijspaleizen als in het Russische Kolomna, het Wit-Russische Minsk of het Kazachstaanse Astana. Waar kosten nog moeite worden gespaard om elke invloed van buiten uit te bannen. Waar de ijsmeester de temperatuur in de hal gerust opstuwt tot een aangename zeventien graden boven nul. Speciaal geprepareerd water zorgt voor minder glijweerstand en snellere tijden: ijsdoping. In Milwaukee blaast zelfs een gestuurde luchtstroom de schaatsers vooruit naar records.

Volgens de Italiaan Ottavio Cinquanta, voorzitter van de Internationale Schaatsbond ISU, horen weersinvloeden bij het schaatsen. „Dit blijft wel een wintersport”, zei hij bij de EK in Boedapest. Maar de feiten spreken hem tegen. Als een van de laatste topbuitenbanen in de wereld kreeg ook het Zuid-Duitse Inzell vorig jaar een dak. Inmiddels kun je in het bergdorpje ook schaatsen in juli of augustus, net als op het ‘zomerijs’ van het Noorse Hamar, het Duitse Erfurt en Thialf in Heerenveen.

Jaap Eden

Van de vijftien 400-meter kunstijsbanen in Nederland is alleen de oudste nog volledig onoverdekt. Op 9 december 1961 werd in Amsterdam de Jaap Edenbaan geopend. Tot die tijd had je louter natuurijsbanen. Zoals aan het Amsterdamse Museumplein, in 1893 het decor van het allereerste officiële WK allround, gewonnen door Jaap Eden. Of in het Groninger Stadspark, waar Coen de Koning in 1905 wereldkampioen werd. Kunstijs was er slechts op kleine binnenbaantjes, de Apollohal in Amsterdam of HOKIJ in Den Haag. Tot Henk van der Grift in februari 1961 wereldkampioen werd op de demontabele pekelbaan van het Ullevi-stadion in Gothenburg, gebouwd in 1958 en de oudste 400 meter-kunstijsbaan ter wereld. Daarmee kwamen de plannen voor een dergelijke ijsbaan in Nederland in een stroomversnelling.

„Van der Grift staat aan de basis van de Nederlandse schaatssuccessen”, sprak Ard Schenk onlangs bescheiden bij het vijftigjarig jubileum van de Edenbaan. De schaatslegende zelf en generatiegenoot Kees Verkerk zorgden voor een ongekende bloeiperiode in de jaren zestig. Na Amsterdam volgde al snel kunstijs in Deventer, volgens schaatshistorici tijdens het EK van 1966 de ‘geboorteplaats’ van het duo Ard & Keessie. Ook Heerenveen, Den Haag, Assen en Alkmaar kregen internationale kampioenschappen. Zo werd Nederland het kunstijsbaandichtste land ter wereld, met de meeste succesvolle schaatsers bovendien.

Revolutionair was de overkapping van Thialf Heerenveen, waar in 1987 het eerste WK in een hal plaatsvond. Toenmalig schaatscoach Henk Gemser, die nog de barre Elfstedentocht van 1963 uitreed, spreekt van „Jules Verne-achtige fantasieën” die bij hem boven kwamen. „Het ijs was fantastisch, er was geen wind en geen regen en er werden vier wereldrecords gebroken”, herinnert hij zich in het vorige maand verschenen boek 50 Jaar Kunstijs van auteur Huub Snoep.

Inmiddels is Thialf volgens sommigen alweer hopeloos verouderd. „Platbranden en een nieuwe hal neerzetten”, adviseerde topschaatsster Ireen Wüst. Onlangs presenteerde de stuurgroep Nieuw Thialf een plan om voor 100 miljoen euro „de snelste en duurzaamste laaglandbaan ter wereld” te bouwen in Heerenveen. Schaatsgrootmacht Nederland wil een visitekaartje met de nieuwste snufjes op het gebied van klimaatbeheersing en ijsbereiding. Maar is Thialf echt verouderd?

„Vergeleken met Den Haag is Thialf nog modern”, stelt gewestelijk trainer Wim den Elsen, die met schaatsers uit Zuid-Holland naar Friesland trekt om te trainen. De half-overdekte kunstijsbaan De Uithof is pas echt verouderd, met vorig jaar een lekkende vriesinstallatie en een ingestort dak. Eerder ging de baan in Eindhoven bijna failliet. Om de dure exploitatie rond te krijgen, worden kunstijsbanen energiezuinig gekoppeld aan zwem-baden (Groningen, Deventer, Assen). Den Haag probeert een combinatie met karten, skiën en klimmen. Voor ouderwets natuurijsgevoel resteert naast de Jaap Edenbaan sinds 2007 het vijf kilometer lange kunstijstraject in Biddinghuizen, inclusief aangeplante rietkragen.