Baas in land dat niemand wilde

Grieks-Cyprioten heeft Rauf Denktas nooit vertrouwd. Hij heeft er veertig jaar van zijn leven tegen geageerd.

De gisteravond overleden Rauf Denktas (87) geloofde in een land dat niemand wilde. De Turkse Republiek van Noord-Cyprus, waarvan hij 22 jaar president was sinds de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid in 1983, werd alleen door broodheer Turkije erkend. Vier decennia van zijn leven besteedde hij aan het bestrijden van de Grieken. Als advocaat, als driftig schrijver van meer dan vijftig boeken, als ras politicus. In de woorden van de schrijvers Hugh en Nicole Pope: „Denktas was de belichaming van het principe dat Turken en Grieken net zo min kunnen mengen als olijfolie en azijn.’’

Ieder die hem ontmoette kreeg een geschiedenisles van de zwaarlijvige Denktas. Hij verhaalde graag, tussen de vogelkooien in zijn kantoor. Over het conflict tussen Turken en Grieken sinds de Trojaanse oorlog. En over hem, als jonge activist voor de Turks-Cypriotische rechten in Britskoloniale tijden. Als de oprichter van de Turkse verzetsvereniging TMT, in 1957 opgericht met maar één doel: het bestrijden van het streven van Grieks-Cypriotische radicalen tot Enosis: vereniging met het Griekse vasteland.

Denktas was woedend toen in 1963 aartsbisschop Makarios als president van het drie jaar eerder onafhankelijk verklaarde Cyprus met een pennenstreek de meeste rechten van de Turks-Cyprioten wegstreepte. Maar pas toen Griekse ultranationalisten in 1974 de macht grepen en een bloedbad tussen de twee gemeenschappen onafwendbaar leek, stuurde Ankara de 30.000 Turkse troepen die tot op heden het noorden van het eiland bezet houden. Daarna blokkeerde Denktas steevast alle pogingen het eiland te herenigen, overtuigd van het gevaar van de Grieks-Cyprioten. Grieks-Cyprus werd lid van de EU en de Turks-Cyprioten bleven geïsoleerd in het vergeten land van Denktas.