Andriessen ijzersterk in ijle vioolglissandi

ASKO|Schönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw m.m.v. Monica Germino. Werken van Andriessen, Krauze, Reich en Van Rossem. Gehoord: 12/1 Muziekgebouw Amsterdam.

Hard en snel, zo stuiterde Steve Reichs met een muziek-Pulitzer bekroonde Double Sextet (2007) op de luisteraar af. Twee identieke sextetten tegenover elkaar op het podium, met bijna dezelfde partituren op de lessenaars: het is conceptueel intrigerend. Het aanhoudende hameren van de beide uitversterkte vleugels ontbeerde echter nuance, en het langzame middendeel kwam als een verademing. Razend moeilijk en helaas niet erg bevredigend, al bood het slotdeel bij vlagen prachtige muziek.

De Donderdagavondserie met ASKO|Schönberg herbergde maar liefst twee wereldpremières, direct voor en na de pauze. Zygmunt Krauze heeft naam gemaakt met een conflict- en contrastvrije, ‘unistische’ benadering van muziek. Zijn Canzona was een wat merkwaardige maar sympathieke mengelmoes van fragmenten, die hier en daar behoorlijk contrasteerden.

Concerto, Pt. 1 van Andries van Rossem begon onschuldig, met langzame akkoorden, maar dat bleek misleiding. De heldere uitwerking van eenvoudige motieven voerde in de sterke tweede helft naar een spetterende climax.

Als afsluiter en absoluut hoogtepunt beleefde Louis Andriessens vioolconcert La Girò zijn Nederlandse première. Soliste Monica Germino, aan wie het vierdelige werk is opgedragen, speelde niet alleen viool, ze zong en sprak ook, vaak tegelijkertijd. Anna Girò was de artiestennaam van Vivaldi’s muze, een piepjonge, sensationele zangeres. Af en toe schemerde een vivaldiaanse flard door Andriessens noten, maar theatraal gesproken vormden uiteenlopende aspecten van artistieke perfectie het onderwerp. Vanaf maat 1 sorteerde Andriessen met volledige controle over zijn spaarzame materiaal maximaal effect. De krijsende meeuwen aan het einde, lange noten en ijle glissandi, kropen onder de huid: ijzingwekkend en ijzersterk.