Alles is slecht in de allerslechtste wereld

Aflevering 20: over Voltaires Candide en de Verlichting.

Voltaire Afbeelding ANP

‘Westerse beschaving, het zou een goed idee zijn.” Gandhi zei het, maar zijn bijna-naamgenoot Candide had het ook kunnen zeggen. De hoofdpersoon van de gelijknamige vertelling van Voltaire maakt rond 1750 een reis door Europa en de Nieuwe Wereld en komt onzacht in aanraking met alles wat het leven verschrikkelijk maakt: oorlogen, epidemieën, natuurrampen, menselijke wreedheid, onrecht en machtsmisbruik. Geen grootmacht en geen politiek systeem in Europa kan de toets der kritiek doorstaan; de Fransen en de Pruisen zijn verantwoordelijk voor de verwoestende Zevenjarige Oorlog, de Portugezen hebben een meedogenloze Inquisitie op hun geweten en de Britten executeren een admiraal omdat hij niet hard genoeg tegen de Fransen heeft gevochten – ‘pour encourager les autres’ luidt het cynische commentaar.

Candide, ou l’optimisme (1759) is een avonturenroman en een Bildungsroman, of eigenlijk een parodie daarop. De titelheld wordt geboren op een kasteel in Westfalen, groeit op in het gezelschap van een baronnendochter en verliest mét zijn seksuele onschuld ook zijn positie aan het hof. Zwervend door de wereld komt hij onzacht in aanraking met onder meer Bulgaarse huurlingen, een verwoestende aardbeving in Lissabon, de Spaanse groot-inquisiteur, een bastaarddochter van de paus, jezuïtische rebellen in Argentinië en piraten in Venetië. Uiteindelijk eindigt hij op een boerderijtje bij Constantinopel – in Candide worden alle hoeken van Europa aangedaan – en komt hij tot de slotsom dat de wereld zo wreed en gevaarlijk is dat je het beste je tuintje kunt bewerken: „il faut cultiver notre jardin”.

1001004011542416

Voltaires novelle is ook een satire; op de corruptie van koning, kerk en kapitaal, op diverse Europese volksaarden, en op het societyleven: „De maaltijd verliep zoals de meeste etentjes in Parijs: eerst is het stil […] daarna komen er grapjes, die meestal flauw zijn, uit de duim gezogen nieuwtjes, redenaties van likmevestje, een snufje politiek en veel geroddel. Er werd zelfs over nieuwe boeken gepraat.” Maar het voornaamste mikpunt van Candide is de optimistische filosofie van Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716). Diens overtuiging dat God goed is en de best mogelijke wereld heeft geschapen – „Het kan allemaal niet beter in de beste wereld die je je maar denken kunt” – is de running gag in een verhaal dat gruwel op gruwel stapelt. Voltaire mocht dan een aanhanger zijn van het deïsme (God is schepper van het universum maar bemoeit zich er verder niet mee), hij is overduidelijk van mening dat er bij de Schepping nogal wat mis is gegaan. En de machten die boven ons gesteld zijn, doen allesbehalve hun best om daar iets aan te verbeteren.

Met de strijdkreet Écrase l’infâme, verpletter wat verwerpelijk is, werd Voltaire (1694-1778) de pionier van wat later de Verlichting werd genoemd. François-Marie Arouet, zoals de Parijse ambtenaarszoon tot 1718 heette, schopte al jong tegen de autoriteiten aan. Hij betrok de filosofische munitie voor zijn strijd tegen het Ancien Régime tijdens zijn ballingschap in Engeland (1725-1728), waar hij kennis maakte met de denkbeelden van rationalisten als John Locke en Isaac Newton, die het ‘Mens durf te denken’ hoog in het vaandel hadden staan. Terug in Frankrijk richtte Voltaire zijn pijlen op het absolute koningschap, het wijdverbreide bijgeloof en de religieuze intolerantie die hij als belangrijke hinderpalen voor de ontwikkeling van zijn geboorteland zag. Hij deed dat in gedichten, essays, toneelstukken, literaire kritieken en artikelen voor de Encyclopédie van zijn collega-Verlichters Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert. Maar misschien wel het effectiefst waren zijn zogeheten contes philosophiques, fictievertellingen als Zadig (1748), Micromégas (1752) en Candide waarin hij op spannende en humoristische manier zijn ideeën uiteenzette.

©

©

Niet alleen filosofisch maar ook literair zou Candide grote invloed hebben – alleen al omdat het boekje, dat op 15 januari 1759 in vijf landen tegelijkertijd verscheen, in een mum van tijd een bestseller werd. Én een verboden geschrift: binnen een maand werd het in de ban gedaan door de autoriteiten in Parijs en Genève (waar Voltaire een tijdje had gewoond), en in 1762 werd het door het voornaamste slachtoffer van de satire, de Rooms-Katholieke Kerk, op de Index van Verboden Boeken gezet. Sindsdien is het aantal schrijvers dat zich door Voltaires zwarte humor heeft laten inspireren bijna te groot om op te noemen. In Amerika, waar Candide nog in 1929 (!) door de douane wegens obsceniteit in beslag werd genomen, werd het een cultboek met invloed op Joseph Heller (Catch-22), Thomas Pynchon (V) en Kurt Vonnegut (Slaughterhouse-Five); in Europa schemert het door de grote werken van Diderot, Sade, Orwell, Saint-Exupéry, Calvino en Kundera.

Wat een man, die Voltaire: individualistisch, intellectualistisch, humoristisch, antikolonialistisch (maar eigenaardig genoeg ook antisemitisch) en bovendien energiek tot op hoge leeftijd – een paar jaar geleden werd hij nog door een Nederlandse journalist als „vrolijk antwoord op de vergrijzing” op het schild gehesen. Hij is een hofleverancier van het Groot citatenboek en het hoeft dus niet te verbazen dat aan hem ook veel apocriefs is toegeschreven. Zo heeft Voltaire nooit over een van zijn tegenstanders gezegd: „Ik verafschuw wat u zegt, maar zal tot de dood uw recht verdedigen om het te zeggen.” Die zin, van een van Voltaires vroege biografen, was wel weer de reden voor de Franse president De Gaulle om zijn eeuwige tegenstander Jean Paul Sartre in de jaren zestig een gevangenisstraf te besparen. Dat De Gaulle toen écht gezegd heeft „On n’arrête pas Voltaire„ is overigens nooit bewezen.

Pieter Steinz

Candide of het optimisme, in de vertaling van Hans van Pinxteren, is onlangs heruitgegeven in de klassiekenserie Perpetua. Uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 132 blz. € 13,95 (geb.)