Aasgier

Iets heel anders – of toch ook weer niet. Met een groep Nederlandse studenten volgde ik de Republikeinse kandidaatsverkiezingen in New Hampshire. De kandidaten bleken verrassend benaderbaar. In sporthallen, aula’s en cafés, overal kon je hen de hand schudden of vragen stellen. Mitt Romney liet zich verleiden om op zijn partijkantoor over de Nederlandse schaatssport uit te wijden, een stramme Newt Gingrich probeerde zich in een schoolgebouw als de nieuwe Reagan te presenteren, de ultraconservatief Santorum waarschuwde in een afgeladen biertent voor Amerika’s ondergang, als Obama de kans zou krijgen het land onherstelbaar van zijn bewoners te vervreemden.

Dhimmi’s en cultureel-marxisten – nooit hoor je er meer over. Voorbij.

Buiten stonden steevast radicalen te roepen. Meestal waren het Occupy’ers of aanhangers van de libertair Ron Paul. Maar ik sprak ook ultraorthodoxe Joden die Israël van de kaart wilden vegen, een vriendelijke mevrouw met een poster waarop Obama als Hitler stond afgebeeld en twee als varkens verklede mannen die vlees wilden belasten. De spreekkoren liepen hoog op, maar nergens de agressie die je in Nederland zou verwachten. Wanneer de kelen schor zijn, gaat iedereen tevreden naar huis.

Romney won, zoals iedereen voorspeld had – maar wat betekende dat? De kleinschaligheid van de voorverkiezingen – in New Hampshire stemden tweehonderdvijftigduizend mensen – verhindert de Amerikaanse media geenszins zich te laten gaan in speculatie. Ieder woord van de kandidaten wordt uitgelegd alsof het om een Bijbeltekst gaat, iedere nieuwe poll wordt geduid in het licht van alle andere polls. De pundits struikelen over elkaar om de situaties in de context te zien van eerdere verkiezingen. Het is een verslavend gezelschapsspel: eindeloos debatteren zonder dat je weet waar het eigenlijk om gaat.

Waar gaat het om? Er wordt meer gespeculeerd dan anders, omdat ook de Amerikanen niet goed weten wat op rechts de werkelijke thema’s zijn. Wordt het de economie of toch weer God en vaderland? De slogans van de Republikeinen gaan vooral over restauratie – restore, rebuild – maar het is onduidelijk of de keizer pragmatische nuchterheid verlangt of verbeten evangelische bevlogenheid. Wordt het werk of homohuwelijk? Zetten de cultureel conservatieven de toon? Of wordt de grootsheid van Amerika vooral afgemeten aan de mate waarin het de opkomende economische grootmachten als China en India het hoofd weet te bieden?

In die verwarring begint Amerika ineens op Europa te lijken – en op Nederland. Lang was de bedreigde culturele eigenheid hèt thema op rechts. Waar links, in Nederland de SP, de pijlen richtte op de schadelijke effecten van globalisering en neoliberalisme, concentreerde rechts zich op de negatieve effecten van immigratie, en dan vooral de culturele kant ervan.

Dat laatste verhaal lijkt deels uitgewerkt. Er valt geen nationale woede meer te mobiliseren tegen Beatrix met een hoofddoek. De opmerking van een Limburgs PVV-Statenlid over een Turkse collega („een stuk uitgekotst halalvlees, gemaakt van Turks varken”) kost hem een jaar na dato alsnog zijn zetel, terwijl hij in de denigrerende geest van Wilders’ „kopvoddentaks” dacht te handelen.

Dhimmi’s en cultureel-marxisten – nooit hoor je er meer over. Voorbij.

Bij de kandidaatsverkiezingen van de Amerikaanse Republikeinen deed zich deze week een verrassende wending voor: koploper Mitt Romney wordt door tegenstanders voor roofkapitalist uitgemaakt. In zijn aanvallen spreekt Gingrich ineens de taal van Occupy: kapitalisme mag niet betekenen dat je bedrijven opkoopt om ze bewust failliet te laten gaan. De Texaan Rick Perry maakt ineens onderscheid tussen venture capitalism en vulture capitalism. De ene kapitalist maakt de andere uit voor aasgier.

Romney denkt die aanvallen af te kunnen slaan door zijn opponenten als tegenstanders van het vrije marktdenken af te schilderen. Maar de bedreigde gemeenschap zal als thema ook deze verkiezingen overheersen. Nieuw is het besef bij de Republikeinen dat die gemeenschap juist door hun ongeremde marktdenken ondermijnd wordt. Die les staat ook neoliberaal Rutte nog te wachten. Als hij slim is ruilt hij de PVV in voor de SP.