'Zelf had ik het allang opgegeven'

Sonia Faleiro tekende het harde levensverhaal op van Leela, een dansmeisje uit de rosse buurten van Bombay. ‘Lang niet iedereen deelt in de Indiase welvaart. Ik wilde laten zien hoe de rest leeft in ons land.’

In de dancing bars in de rosse buurten van Bombay (Mumbai), waar meisjes met hun wervelende voorstellingen het hoofd op hol proberen te brengen van wellustig toekijkende mannen, stuitte de journaliste Sonia Faleiro (34) zes jaar geleden op een uitzonderlijk luidruchtige jonge vrouw. Leela was haar naam, 19 jaar oud.

Leela was niet alleen mooi maar ook buitengewoon levendig, Ongegeneerd zat ze met een medewerker van de bar te flirten. ,,Iedereen viel stil in haar omgeving en wilde horen wat ze had te zeggen’’, vertelt Sonia Faleiro, die in Amsterdam was op uitnodiging van het internationale conferentienetwerk TEDx. „Ik vermoedde dat ze – zoals de meeste meisjes daar – al een tragisch leven achter zich had, maar ze maakte die avond zo’n gelukkige indruk. Ik was in één klap gegrepen door haar persoonlijkheid en wist: ik wil haar verhaal achterhalen en een boek over haar schrijven.’’

Het verhaal van Leela, zoals Faleiro dat beschrijft, is in veel opzichten deprimerend – het leest soms als het dramatische script van een somber uitgevallen Bollywood-film, de vermaarde filmindustrie van Bombay. Ze groeide op in de Noord-Indiase provincieplaats Meerut, waar haar vader – een klusjesman in een lokaal garnizoen – haar al op haar dertiende tegen betaling door lokale politiemensen seksueel liet misbruiken. Daarop nam ze haar lot in eigen hand en stal geld van haar vader voor een treinkaartje naar Bombay. Daar kwam ze na wat prostitutiewerk terecht bij dansbar Night Lovers. Aanvankelijk met groot succes. Maar in 2005 verloren veel dansmeisjes hun baan omdat lokale politici de dansbars lieten sluiten. Ze belandden in de harde prostitutie, die wél bleef voortbestaan. Ook Leela – tot ze een baan als danseres in een club in Dubai kreeg aangeboden.

Faleiro was niet toevallig verzeild geraakt tussen de dansmeisjes in Bombay, een van de grootste stedelijke jungles ter wereld. Ze had al eerder het gevoel gekregen dat het ‘echte’ India, het grootste deel van de bevolking, ondanks alle retoriek van politici niet deelde in de toenemende welvaart. „Ik vond het belangrijk te weten hoe de rest in ons land leefde. We zijn geobsedeerd door India’s rol als potentiële economische supermacht. Dat is niet logisch als 55 procent van ruim een miljard Indiërs nog altijd niet verzekerd is van een dagelijkse maaltijd.”

Waarom bent u zo gefascineerd door juist die mensen aan de onderkant?

„Wanneer je in een stad als Bombay onderaan de ladder zit, is het echt heel moeilijk je zonder hulpmiddelen omhoog te werken. Om dan een gevierde danseres te worden, om als 16- of 17-jarige jongen als pooier je geld te verdienen of om het tot een kleine gangster te schoppen, met een dansbar en steeds meer macht – die ontwikkeling vind ik fascinerend.”

Maar waarom speciaal de Bombayse seksindustrie? Ziet u die als een metafoor voor de stad?

„Het gaat in menig andere metropool, inderdaad net als in Bombay, om macht. Er zijn nauwe banden met de onderwereld, de politie en politici. De mensen met macht zitten aan de top in de seksbranche en de mensen die het geld voor hen verdienen zitten aan de onderkant.’’

U lijkt gegrepen door de extremen in Bombay.

„Iedereen groeit op met het cliché dat Bombay een stad van dromen is, zoals New York. Je begint met een groentestalletje en voor je het weet heb je een supermarkt. Maar er is ook een tragische kant. Mensen trekken er vanuit hun dorpen naartoe, mislukken daar, of sterven in diepe armoede. Vrouwen worden meteen na aankomst verkracht, argeloze mannen worden overreden op straat. Een keiharde stad, met een diepe scheiding tussen de geprivilegieerden en de armen. Maar ook aan de onderkant zijn mensen heel ambitieus.”

Kunt u daarvan een voorbeeld geven?

„Ik werk nu aan een verhaal over een vrouw die op een trottoir in Bombay is geboren. Ze heeft zeven kinderen gebaard op het trottoir. Haar ouders konden niet lezen of schrijven en maakten greppels en riolen schoon, zoals op grond van hun kaste van hen werd verwacht. De vrouw is nog maar even in de dertig, kan zelf ook niet lezen of schrijven en doet hetzelfde werk als haar ouders. Maar ze heeft een dochter van elf en ze zorgt ervoor dat die naar school gaat, wat er ook gebeurt.

„Ze wil dat haar dochter onderwijzeres wordt. Ze wonen nog steeds in een tentje op een stoep onder een brug. Dat je dat volhoudt en je dochter zó steunt, vind ik geweldig. Ik denk dat ik het allang zou hebben opgegeven.”

Leela denkt dat ze beter af is dan haar moeder? Maar is dat wel zo?

„In India kan het leven een worsteling zijn voor vrouwen uit de lagere klassen. Leela meent dat ze beter af is dan haar moeder omdat ze economisch onafhankelijk is. Haar moeder was dat niet en werd bijna doodgeslagen door haar man. Ze kon niet vluchten want dan zou ze worden verbannen uit haar gemeenschap.

„Leela is ook beter af dan haar moeder omdat ze er zelf voor kon kiezen om haar familie te verlaten en omdat ze ook zelf kon uitmaken met wie ze wilde slapen. Maar uiteindelijk zie je dat ze wegens haar sekse en haar klasse pardoes uit de dansbar wordt gegooid. Zou de regering ook 75.000 mannen zo van hun inkomen hebben beroofd? Nee. In sommige opzichten zijn we vooruitgegaan, in andere niet.”

In veel opzichten lijkt de toestand eerder verslechterd. Miljoenen vrouwen die merken dat ze zwanger zijn van een meisje, laten het aborteren. Ze willen alleen jongens.

„Ja, en ook het sterftecijfer van vrouwen is nog veel hoger dan dat van mannen. Maar ik zie ook gunstige veranderingen. Toen ik opgroeide, waren er bijvoorbeeld veel meer moorden op vrouwen wegens conflicten over de bruidsschat dan nu het geval is. Niettemin zitten de weeshuizen vol meisjes, jongens zijn er niet.”

Wat is er met Leela gebeurd na haar vertrek naar Dubai?

„We hadden een eenzijdige relatie. Toen ze vertrok naar Dubai belden we eerst met elkaar, maar ik ben het contact verloren toen ze van nummer veranderde. Toch ben ik optimistisch over haar. Ik geloof dat ze sterk genoeg is om aan tegenslagen het hoofd te bieden.”

Is dat verbroken contact typerend voor haar? Ze komt in uw boek niet over als iemand die graag terugkijkt.

Lachend: „Absoluut. Ze is een vrouw die in het heden leeft. Die wel eens aan de toekomst denkt maar nooit terugkijkt.”

Waren er bij alle armoede en ellende in Bombay ook tekenen van hoop?

„Bombay zit vol mensen die zwoegen om te overleven. Ze doen dat niet alleen voor zichzelf, maar vooral om hun familie in de dorpen te kunnen helpen. Daar zit iets nobels in – het ontroert me en het inspireert me. Neem de 16-jarige Tinkoo. Hij is een pooier, maar ook iemand die iets wil maken van zijn leven. En hij wil ook zijn familie onderhouden. Je moet toegeven dat het van lef getuigt.

„Bombay zit vol met dergelijke types. Ook met kinderen die op straat bij voorbeeld illegaal gedrukte boeken verkopen en die denken: op een dag ben ik de man die de boeken uitdeelt aan de kinderen en er zelf geld mee verdient. Vandaag ben ik een kind, morgen ben ik de baas van alle straatkinderen. Dat kom je overal in Bombay tegen.”

Sonia Faleiro: Bombay Baby. Portret van een bardanseres. Nieuw Amsterdam, 256 blz. €19,95