Waarom Vlamingen zoveel geestiger zijn dan wij

De Vlaamse tv-satire bloeit. De programma’s zijn geestig, vernieuwend en succesvol. Vlaamse humor laat zich echter lastig overplanten naar Nederlandse situaties.

Wat als Facebook een dag niet werkte? Op 18 januari schijnt het zover te zijn, als protestactie tegen de Amerikaanse antipiratenwet SOPA. Het Vlaamse komische programma Wat als? zag dit vorig jaar al aankomen en maakte er een sketch over. We zien mensen op een besneeuwd plein met megafoons rondlopen. Twee mensen huppelen gearmd rond en roepen: „We hebben negen gemeenschappelijke vrienden!” Twee anderen roepen steeds in hun megafoon: „Vind ik leuk! Vind ik leuk!” Een eenzame man zoekt vrienden op het plein, maar een passant roept naar hem: „Ik negeer uw vriendschapsverzoek.”

Dit weekeinde beginnen op de Nederlandse televisie twee lachsuccessen uit België. De VPRO zendt vanaf vanavond het derde seizoen uit van het Vlaamse satirische programma Zonde van de zendtijd. En RTL 4 begint morgen met de Nederlandse remake van Wat als?, met onder anderen Annet Malherbe, Kasper van Kooten, Marcel Musters.

Dat is geen toeval. De Nederlandse televisie produceert in hoog tempo nieuwe komische programma’s, maar hun manco is dat ze niet zo geestig zijn. Dus kijken we met jaloerse bewondering naar het Zuiden waar aan de lopende band, verbazingwekkend geestige, vernieuwende programma’s worden gemaakt: De slimste mens, Mag ik u kussen, Basta en Benidorm Bastards. Wat hebben de Vlamingen dat wij niet hebben? Dat ligt waarschijnlijk aan een andere traditie in humor.

Vooral Basta, van het komisch kwartet Neveneffecten, heeft hier indruk gemaakt, mede dankzij de uitzending met de container voor het telefoonbedrijf Mobistar, die ook in De wereld draait door (DWDD) werd getoond. Basta heeft inmiddels ook een Nederlandse pendant gekregen: RamBam.

Maar, zo blijkt uit de Nederlandse remakes, humor laat zich niet zomaar overplanten. Die remakes zijn namelijk lang zo goed niet. Tim van Aelst, bedenker van Benidorm Bastards en baas van Shelter, ook de producent van M!ilf en Wat als?, zei eerder in DWDD dat hij teleurgesteld was in de buitenlandse versies. Je mist blijkbaar de hand van de oorspronkelijke bedenkers. En de Nederlandse versie van Benidorm Bastards – waarin bejaarden de omgeving choqueren door te tongen, te vloeken of te stelen – werkte niet omdat de jongeren helemaal niet geschokt waren door het gedrag van de bejaarden.

Dat brengt ons op de eerste aanwijzing waarom Vlamingen grappiger zijn: voor humor heb je tegenstellingen nodig: die tussen hippe jongeren en archaïsch aandoende nonnen. In Nederland is minder om tegenaan te schoppen. In België heb je nog gedragsregels: wellevendheid, welbespraaktheid, elkaar uit laten spreken. Er zijn tegenstellingen in taal, klassen, roomsen en soci’s, je kunt je verzetten tegen een keurslijf.

En het hufterige ontbreekt. Als het Vlaamse Basta mensen ertussen neemt, is het venijnig maar gemoedelijk. Misschien omdat bij de Vlamingen het plezier voorop blijft staan. Hier moet er meteen weer iets aan de kaak gesteld worden.

Nederlandse humor is vaak geëngageerd; de stichtelijke traditie. We houden van beroemde mensen nadoen, in de traditie van Kopspijkers. Afgezien van Jiskefet en Hans Teeuwen is onze tv-humor meestal ethisch en reageert vaak op de politiek. De Vlamingen putten uit een vrijere traditie, die van het absurdisme en surrealisme. Zie de prachtige, tragikomische serie Duts van Herwig Llegems en Bart Meuleman, over een zonderling met een baard en een plusbril in een Vlaams dorpje. Als je de Nederlandse en de Vlaamse versies van Wat als? naast elkaar legt, zie je bijvoorbeeld dat Nederlandse acteurs de sketches helderder brengen; minder vreemd. Ze hebben ook niet van die rare breugheliaanse koppen zoals Vlamingen.

Gewoon het origineel uitzenden? Dan stuit je ook op problemen. Neem Zonde van de zendtijd. Komieken Bert Gabriëls (neus) en Henk Rijckaert (bakkebaarden) nemen onder meer Vlaamse artiesten en politici in de veiling die wij niet kennen, waardoor het minder werkt.

Het absurdisme is ook terug te vinden in een programma als Wat als?. Het volgt een eenvoudig stramien: iedere sketch begint met een wat-als-vraag. Hoe zou het zijn als de werkelijkheid een draai zou krijgen? Vervolgens wordt dit doorgedacht en sterk overdreven; eigenlijk het stramien van veel humor. Soms volgen de makers de voorspelbare lijn. In ‘Wat als uw garagist de waarheid zou vertellen?’, zien we een garagehouder de waarheid vertellen.

Eén van de sketches heet ‘Wat als Barbie echt bestond?’ We zien een gewone blonde vrouw met haar verse minnaar naar zijn huis gaan: droomhuis, roze auto voor de deur. De hele sketch draait om Barbies grote bekentenis: „Hans, ik moet iets zeggen voordat we naar binnengaan. Ik heb geen foef.” Hoe zou de Nederlandse versie zijn? Wat de Nederlandse waardering van Vlaamse humor vertekent, is dat Nederlanders de Vlaamse ‘tussentaal’ zo ontwapenend geestig vinden. Dat verlies je bij een remake. Wat zou de Nederlandse vertaling van ‘foef’ worden? Desgevraagd zegt de woordvoerder van RTL: „In de Nederlandse versie is het vooral visueel opgelost.”