Ruzie binnen vakverenigingen legt het poldermodel tijdelijk stil

Na de dreigende splitsing binnen de FNV lijkt ook de vakcentrale CNV uit elkaar te vallen. Politiebond ACP overweegt zich af te splitsen. Midden in de crisis dreigt het ooit zo geprezen poldermodel uit elkaar te vallen.

Eerst was er ruzie en dreigende afsplitsing binnen de vakcentrale FNV (1,4 miljoen leden). Scheurt nu ook de christelijke vakcentrale CNV (340.000 leden)? Politiebond ACP en de bond voor defensiepersoneel ACOM dreigen te vertrekken uit de overkoepelende vakcentrale van het CNV.

Beide bonden voelen zich niet meer thuis bij de christelijke vereniging van twaalf bonden. Ze zeggen te weinig invloed op het beleid te hebben. In december stuurden ze een opzegbrief aan de vakcentrale. De bonden vertegenwoordigen 8 procent van het ledenbestand.

De onvrede binnen het CNV lijkt een kopie van die bij de FNV. ACP en ACOM zijn tegen het pensioenakkoord, dat de centrales sloten met werkgevers en het kabinet. Dat zijn de opstandige vakbonden bij de FNV, Bondgenoten en Abvakabo, ook. Belangrijk verschil is wel dat de FNV-bonden groter zijn. Was er bij de FNV persoonlijke ergernis over voorzitter Jongerius, bij CNV is die er over voorman Jaap Smit. Hij zou te gretig hebben gereageerd op de oproep van FNV-bemiddelaar Han Noten aan andere vakbonden om zich aan te sluiten bij De Nieuwe Vakbeweging, die de FNV moet gaan vervangen. Als het CNV zou opgaan in de FNV, hebben de ontevreden bonden helemaal niks meer in te brengen, zo is het gevoel. „Dit is een optelsom van jarenlange frustratie,” aldus ACP’er Gerrit van de Kamp.

Ook de opstelling van Smit rond het pensioenakkoord wekte irritatie. Volgens ACOM-voorzitter Kleian mocht hij van Smit niet aan zijn leden vertellen dat hij tegen het pensioenakkoord was: „Terwijl Smit zich in de pers wel uitliet over onze leden. Dat ze zich niet druk moeten maken, want ze kunnen op hun 56ste met pensioen. Wat niet waar is. Ons verbieden te spreken past misschien in een communistisch regime, maar niet in een vakcentrale.”

Door de ruzie binnen de twee grootste vakcentrales ligt het poldermodel nu tijdelijk stil. De macht van Smit en Jongerius is aangetast. Het is onzeker of het zo geroemde overleg tussen werkgevers en bonden over hervormingen in de sociale zekerheid en de arbeidsvoorwaarden kan voortbestaan. Weten de bonden zich opnieuw uit te vinden?

De onmin binnen FNV en CNV draait om dezelfde vraag: wat is nog de toegevoegde waarde van een vakcentrale? ACP en ACOM zijn bonden met een duidelijk beroepsprofiel. Ze hebben relatief veel leden onder hun achterban, vergeleken met andere, bredere ‘sectorbonden’. Dat profiel verliezen ze in de vakcentrale, waar meer bonden vertegenwoordigd zijn, en waar besluiten worden genomen die niet goed vallen bij de achterban. „Wij zien geen toekomst meer in een vakcentrale,” zegt Van de Kamp van ACP.

Als ACP en ACOM zich afsplitsen van de vakcentrale CNV verliezen ze invloed bij nationale akkoorden over bijvoorbeeld het pensioen. Maar ACOM-voorman Kleian haalt daar zijn schouders over op: „Ik werd nu ook niet gehoord. Dus op dat punt heb ik niks te verliezen.”

Binnen de vakbeweging wordt intussen druk gespeculeerd over een fusie tussen de opstandige bonden van FNV en CNV. De voorzitters van de twee politiebonden zouden daar voor voelen. Han Busken, voorzitter van de Nederlandse Politiebond (FNV), wil met collegabond ACP „zeker het gesprek aan gaan over de toekomst. Er zijn wel verschillen tussen de ACP en de NPB, maar die zijn niet wezenlijk.”

De onmin binnen de diverse bonden kan leiden tot een verdere verzwakking van de positie van de werknemersbewegingen. Maar er kunnen ook nieuwe machtsbolwerken ontstaan. Als bijvoorbeeld Bondgenoten, Abvakabo, ACP en ACOM fuseren, ontstaat een van de grootste en machtigste bonden van Nederland.