Operatie herstel duurt veel langer voor ING

Door de economische crisis in het eurogebied en strengere kapitaaleisen duurt het langer voordat ING de staatssteun terugbetaalt.

Bestuursvoorzitter Jan Hommen van ING moet langer op zijn bonus wachten . Dat werd vanmorgen duidelijk nadat ING bekend maakte dat het financiële conglomeraat meer tijd gaat nemen om de staatssteun terug te betalen. Vorig jaar verordonneerde minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) – onder druk van de Tweede Kamer – dat een financiële instelling geen bonus mag uitkeren zolang het bedrijf aan het ‘staatsinfuus’ ligt.

„Gezien de aanhoudende crisis in de eurozone en toenemende kapitaaleisen van toezichthouders, moeten we voorzichtig te werk gaan en speciale aandacht schenken aan liquiditeit, financiering en kapitaal”, zei Jan Hommen vanmorgen tijdens een presentatie op de jaarlijkse Investors Day van ING. „De marktomstandigheden zijn in 2011 moeilijker en volatieler geworden en we verwachten dat dat ook in de nabije toekomst het geval zal zijn.”

In totaal kreeg ING in oktober 2008 10 miljard euro steun van de Nederlandse overheid. De Staat kocht voor dat bedrag zogenoemde core tier-1 Securities – een soort aandelen die geen stemrecht gaven, maar wel als kernkapitaal meetelden voor de kwakkelende bank. Deze buffer was destijds nodig, omdat de bank midden in de kredietcrisis in de problemen dreigde te komen door een dalende beurskoers en weglekkend kapitaal. Inmiddels is daarvan 7 miljard euro terugbetaald en de bank streefde ernaar om het resterende bedrag vóór mei 2012 terug te betalen. Deze ambitie is uitgesteld tot, op zijn vroegst, later dit jaar.

Aan de staatssteun stelde de Europese Commissie de voorwaarde dat ING de balans zou verkleinen. Met andere woorden, ING moest flink kleiner worden. Dus besloot ING om drie onderdelen af te stoten: het gehele verzekeringsbedrijf (Nationale Nederlanden en buitenlandse dochters), de Amerikaanse tak van internetspaarbank ING Direct en hypotheekdochter Westland Utrecht. ING moet zijn verzekeringsactiviteiten voor het eind van 2013 hebben afgestoten. Tijdens de Investors Day brengt Jan Hommen tachtig internationale analisten en institutionele beleggers op de hoogte hoe de bank er na de afsplitsing van de verzekeringsactiviteiten uitziet en wat er van kan worden verwacht.

ING Bank heeft zijn rendementsdoel naar beneden bijgesteld. De bank denkt nu in 2015 een rendement op eigen vermogen van 10 tot 13 procent te maken, terwijl het in 2010 nog uitging van een rendement van 13 tot 15 procent.

De bank denkt dit rendement te realiseren door scherp op de kosten te blijven letten en door eenvoudige producten via meerdere kanalen te verkopen. De kosten moeten over drie jaar zijn gedaald naar 50 tot 53 procent. Op het gebied van inkoop kan 300 miljoen euro per jaar worden bespaard.

In de periode voor de crisis (2004-2007) maakte ING een rendement op het eigen vermogen van gemiddeld 19 procent. De kapitaaleisen van toezichthouders waren toen een stuk lager lager dan nu. Door strengere kapitaal eisen staat het rendement onder druk. De core tier-1 ratio, het kernvermogen uitgedrukt als percentage van het vreemde vermogen, steeg van 7,3 procent in 2008 tot 9,6 procent afgelopen jaar. Vanaf 2013 wil ING een core tier-1 ratio van tenminste 10 procent aanhouden.

De prioriteit voor ING zal dit jaar liggen bij het kapitaal, de financiering en de liquiditeit van zijn bankdivisie, zei Hommen. „We zullen ook aandacht schenken aan de winst, maar kapitaal, financiering en liquiditeit zijn de eerste prioriteit.”

Hommen noemde als sterke punten van de nieuwe bank de kostenbeheersing en het vermogen om financiering aan te trekken. Dat laatste is, volgens hem, mogelijk dankzij de sterke positie van de bank in Noord-Europa. De bank maakt dinsdagochtend bekend dat de investeringen in Zuid-Europese landen verder is teruggebracht, tot circa 2 miljard euro.

De ING-topman denkt dat de kredietverlening de komende jaren kan groeien ondanks de kapitaalseisen van toezichthouders. ING wil dat doen zonder de balans te laten groeien. Dat kan door een betere afstemming tussen verstrekte leningen en gedeponeerd spaargeld.

Op de Amsterdamse beurs daalde de koers van het aandeel vanmorgen met bijna 3 procent naar 6 euro per aandeel.