Op de foto met de mammoet van Dinkeldal

Wie liefhebber is van natuurhistorische musea moet in Oost-Nederland zijn. In het Twentse Denekamp staat het 100-jarige Natura Docet, levenswerk van J.B. Bernink (1878-1954), waarover nu een boek is verschenen.

Een van de allermooiste natuurhistorische musea in Nederland is ongetwijfeld het honderdjarige Natura Docet in het Twentse Denekamp, het levenswerk van de plaatselijke onderwijzer J.B. Bernink (1878-1954). Ik kwam er als kind, ik kom er nog. Bernink is een exponent van het ‘biologisch reveil’ van rond 1900. Je hebt Heimans en Thijsse, Craandijk en Schipperus – samenstellers van streekgerichte kuierboeken – en je hebt de wandelende Bernink, die in 1911 voor zijn verzamelingen gedroogde bloemen, opgezette dieren, fossielen en mineralen een heus museum wist te organiseren. Denekamp stootte er mee op in de vaart der volkeren – toeristen, hotels, tramverbinding.

Over het jubilerende museum schreef Willem Groothuis zijn Honderd jaar Natura Docet. Meester Bernink en zijn natuurhistorisch museum. Het bevat uiteraard de gebruikelijke plichtplegingen van een jubelboek. Conservatoren na Bernink, beleefd positieve toon, kiekje, klaar. Maar het is gelukkig veel méér. Belezen en op prettig leesbare toon beschrijft Groothuis uitgebreid het natuurvorsers-netwerk aan het begin van de 20ste eeuw. Interessant. Vogelaars, botaniseertrommeldragers, fossielgravers, bodemkundigen, preparateurs, de scribenten van de wereld ‘die leeft en bloeit en altijd weer boeit’. Hoe de heren elkaar leren kennen, corresponderen, bij elkaar op bezoek gaan, en er gezamenlijk op uit trekken. Mooi te zien hoe de aanvankelijk jonge Bernink langzaamaan groot respect verwerft bij gestudeerde grootheden, tot en met de wereldberoemde plantenfysioloog Hugo de Vries.

U kunt het hele artikel hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 6 januari 2012, pagina 14 - 15.