Omringd door rancuneuze gekken in Berlijn

Erik Larson: In the Garden of Beasts. Love and Terror in Hitler’s Berlin. Doubleday, 450 blz. € 25,90

Met een zekere tegenzin voer William Dodd in de zomer van 1933 van New York naar Duitsland om in Berlijn Amerikaans ambassadeur te worden. Liever had de toen 64-jarige historicus uit Chicago zich in zijn laatste werkzame jaren gewijd aan wat zijn magnum opus moest worden: de geschiedenis van het Zuiden van de VS. Maar hij had zich door president Roosevelt laten overhalen, al had deze volgens sommigen zich vergist en had hij een andere Dodd gebeld dan hij eigenlijk op het oog had omdat een medewerker had hem het verkeerde telefoonnummer gegeven.

Toen hij in Berlijn aankwam, stond hij tamelijk neutraal tegenover het nazi-regime dat toen een half jaar aan de macht was. Hij vond dat de regering van de nieuwe kanselier Adolf Hitler de kans moest krijgen om zich te bewijzen. Als milde antisemiet had hij zelfs wel enig begrip voor hun virulente jodenhaat.

Maar binnen een jaar was het Dodd (1869- 1940) duidelijk dat nazi-Duitsland een volstrekt ander karakter had dan het Duitsland van ‘Dichter und Denker’ waar hij in het begin van de 20ste eeuw aan de universiteit van Leipzig had gestudeerd. De nazileiders die hij tijdens diners en officiële ontmoetingen leerde kennen, waren volkomen irrationele, rancuneuze en onberekenbare lieden. Slechts twee dingen wist hij zeker: ze haatten joden en ze bereidden zich voor op een nieuwe, grote oorlog.

Catastrofe

Ook na 1937, het jaar waarin hij afscheid had moeten nemen als ambassadeur, hield hij bij lezingen in Amerika zijn gehoor voor dat Europa afstevende op een catastrofe waarbij de VS niet afzijdig konden blijven. Hij liet ook weten dat de nazi’s uiteindelijk alle joden zouden vermoorden. Maar dit was een boodschap die het Amerikaanse publiek niet wilde horen. Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken, hoofdzakelijk bevolkt door klassieke diplomaten van de Pretty Good Club, was blij dat het van de ambassadeur was verlost. Zijn opvolger Wilson stond veel welwillender tegenover nazi-Duitsland en ging bijvoorbeeld wél naar de nazi-partijdagen in Neurenberg, iets dat Dodd uit weerzin tegen de nazi’s altijd had geweigerd.

‘The extraordinary true story of an American family in Hitler’s Berlin’, noemt de Amerikaanse schrijver Erik Larson zijn boek over de Berlijnse jaren van ambassadeur Dodd, zijn vrouw Mattie, dochter Martha en zoon Bill. En dat is het ook: hoewel Larson niets heeft verzonnen leest In the Garden of Beasts – de titel verwijst naar Tiergarten, het grote park vlakbij het Berlijnse huis van de Dodds – als een thriller over een onorthodoxe ambassadeur die eerder dan de meeste andere diplomaten het ware karakter van de nazi’s onderkende. Veel hoofdstukken eindigt Larson, die eerder een bestseller schreef over de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago (The Devil in the White City), met zinnen die het boek tot een pageturner maken. Zo besluit hij het hoofdstuk over een diner bij Sturmabteilung-leider Ernst Röhm af met: ‘Dodd zat rechts van Röhm, een ereplaats. Recht tegenover Röhm, op de onmogelijkste plek aan de hoefijzervormige tafel, zat Heinrich Himmler die hem verachtte.’

De ijzingwekkende gebeurtenis waar In the Garden of Beasts op een thrillerachtige manier naartoe werkt, is de Nacht van de Lange Messen op 30 juni 1934. Toen werden in opdracht van Hitler honderden leden van Röhms SA gearresteerd en onmiddellijk geëxecuteerd. Over het lot van SA-leider Röhm zelf twijfelde Hitler eerst. Maar ten slotte gaf hij de bevelhebber van concentratiekamp Dachau Theodor Eicke het bevel om zijn oude strijdmakker toch terecht te stellen. Eicke gaf Röhm een pistool om zelfmoord te plegen, maar toen deze dit weigerde en zei: ‘Als ik gedood moet worden, laat Adolf het dan zelf doen’, schoot Eicke hem dood.

Goedgelovig

Voor Dodd was de Nacht van de Lange Messen het zoveelste en definitieve bewijs dat het nazi- regime misdadig was. De massamoord bracht zelfs zijn dochter Martha tot inkeer. De eerste maanden van hun verblijf in Berlijn was ze onder de indruk van de nazi’s die ‘zaken op orde stelden’ en had ze zelfs een affaire met de Berlijnse Gestapochef Rudolf Diels. Ook voor haar stond nu vast dat de nazi’s Duitsland slechts onheil zouden brengen.

Maar een groot deel van de rest van de wereld sloot zelfs toen liever nog de ogen voor het ware karakter van de nazi’s. Al te graag geloofden diplomaten en politici Hitlers bewering dat de massamoord nodig was om een putsch van Röhm en zijn homoseksuele SA’ers te verijdelen. Dodd bleef een roepende in de woestijn die ten slotte door gechicaneer van de Amerikaanse diplomaten van de Pretty Good Club voortijdig werd teruggeroepen.

In de epiloog beschrijft Larson de vele archieven, memoires en (dag)boeken waarvan hij voor In the Garden of Beasts gebruik heeft gemaakt. Vreemd genoeg noemt hij niet 1933 van de Amerikaanse auteur Philip Metcalfe uit 1988, hoewel deze bestseller sprekend lijkt op In the Garden of Beasts. Ook Metcalfe laat het Berlijn van 1933 en de jaren daarna zien door de ogen van ambassadeur Dodd en zijn dochter Martha. En net als in Larsons boek spelen Gestapochef Diels, Hitlers voorlichter ‘Putzi’ Hanfstaengl en de Berlijnse society-journaliste Bella Fromm belangrijke rollen in 1933. Vaak zijn de dialogen letterlijk hetzelfde, natuurlijk doordat beide auteurs gebruik hebben gemaakt van dezelfde bronnen. Van de twee eendere verhalen is dat van Larson te prefereren: hij schrijft soepeler en vooral spannender dan Metcalfe. In the Garden of Beasts is een verbeterde versie van 1933 .