Oekraïne speelt hoog spel met gas

Opnieuw lijken Oekraïne en Rusland af te stevenen op een conflict over de levering en doorvoer van gas. Dat kan ook gevolgen hebben voor de gas- voorziening in West-Europa.

Blufpoker op niveau in de gaswereld. Gisteren zei de Oekraïense minister van Energie, Joeri Bojko, met een stalen gezicht tegen journalisten dat Oekraïne minder gas gaat kopen van Rusland, als dat blijft weigeren de prijs te verlagen.

Het zou contractbreuk zijn – Kiev legde zich in 2009 vast op een jaarlijkse afname van 52 miljard kubieke meter Russisch gas. Maar dat moest dan maar. Kiev, zei Bojko, had maanden gezocht naar een „beschaafde oplossing”. Maar zijn Russische onderhandelingspartners weigerden om maar enigszins mee te buigen.

Het was de voorlopig laatste zet in een dispuut dat al een jaar sluimert, maar nu, met het dreigement van de minister, snel lijkt te escaleren. Oekraïne koopt vrijwel al zijn gas van Rusland. Maar het verkeert in een zware crisis (in 2009 kromp de economie 15 procent) en kampt met een groot begrotingstekort. Het kan zich de gigantische gasuitgaven – in december 1 miljard dollar – niet veroorloven, ook al omdat dat gas tegen West-Europese prijzen aan het arme Oekraïne wordt verkocht.

Rusland, dat zelf eveneens aan de vooravond staat van een economische crisis en waar over twee maanden presidentsverkiezingen zijn, die doorgaans gepaard gaan met een forse toename van de publieke uitgaven, heeft geen behoefte aan minder inkomsten. Het houdt vast aan de contracten en dreigt naar het internationaal arbitragehof te stappen.

Voor komende zondag staat er een nieuwe, belangrijke onderhandelronde op de agenda. Maar het is de vraag of die voor enige ontspanning in de betrekkingen zal zorgen.

In Europese media werd gealarmeerd gereageerd op de dreigementen van minister Bojko. Het spook van de ‘gasoorlogen’ van 2006 en 2009 doemde weer op. Ruzies tussen Moskou en Kiev over van alles en nog wat, meestal met politieke ondertoon, leidden toen tot gastekorten in verschillende Oost-Europese landen.

Oekraïne importeert zelf gas uit Rusland, maar via het land wordt ook bijna al het gas vervoerd dat Rusland aan de rest van Europa verkoopt. Toen Rusland de gaskraan naar Oekraïne dichtdraaide, leidde dat verderop ook tot problemen.

Europa is dit keer beter voorbereid. Sinds 2009 is er gewerkt aan ‘interconnectors’, gaspijpleidingen waarmee landen elkaar te hulp kunnen schieten in geval van nood. Ook zijn er gasopslagplaatsen gebouwd en voorraden aangelegd.

Daarnaast zijn er alternatieven. Vloeibaar gas (LNG) komt op – zie de Rotterdamse haven – evenals schaliegas. De Russen zelf hebben nieuwe pijpleidingen aangelegd, zoals onlangs Nord Stream (met hulp van Nederland), waarlangs gas wordt omgeleid. Maar of dat toereikend is, wordt pas duidelijk bij een nieuwe crisis.

In tegenstelling tot 2009 is er nu geen deadline voor een deal. Voor Rusland is dat gunstig. Moskou heeft eerder gezegd dat het bereid is om de prijs te verlagen, als Kiev bereid is om de helft (of meer) van zijn transitpijpleidingen te verkopen, en lid wordt van een douane-unie met Rusland.

Die voorwaarden waren tot nu toe onaanvaardbaar voor Kiev. Het geld dat Rusland betaalt voor de doorvoer van gas naar Europa is een van zijn laatste substantiële inkomstenbronnen. De pijpen zijn, hoewel door Nord Stream nu minder dan voorheen, het enige drukmiddel dat Oekraïne heeft in de onderhandelingen.

Dat drukmiddel opgeven betekent politieke zelfmoord voor president Janoekovitsj, zeker met parlementsverkiezingen voor de deur (in oktober). Bovendien weet Janoekovitsj dat de verkoop van het netwerk tot wel heel veel dominantie van Rusland over Oekraïne leidt – iets wat Rusland vurig wenst, maar waar Kiev ondanks geflirt met Moskou geen behoefte aan heeft.

Maar hoe langer Kiev wacht, hoe groter de druk om toch toe te geven. Ergens moet geld ‘verdiend’ worden, maar alle andere opties zijn uitgeput. Het Internationaal Monetair Fonds weigert een nieuwe tranche van een noodlening van 15 miljard dollar vrij te geven, omdat Janoekovitsj weigert de enorme subsidies op gas voor de Oekraïense burgers – 1,5 miljard dollar vorig jaar – af te schaffen. Ook dat zou electorale zelfmoord voor Janoekovitsj betekenen.

En ook bij de Europese Unie heeft Janoekovitsj het verbruid door de hardnekkige vervolging van zijn rivaal Joelia Timosjenko, de oppositieleider die hij verantwoordelijk houdt voor het „ruïneuze” gascontract van 2009 en die nu zeven jaar celstraf uitzit wegens machtsmisbruik. De EU ziet dat als een politieke afrekening en zette daarom in december een samenwerkingsovereenkomst in de ijskast. Daardoor is ook financiële steun uitgesloten.

Janoekovitsj heeft gegokt op welwillendheid in Rusland. Hij dacht daar op te kunnen rekenen nadat hij na zijn aantreden een aantal irritaties bij Moskou, ‘gecreëerd’ door het vorige, pro-westerse Oekraïense bewind, had weggenomen. Zo stond hij de Russen toe de marinebasis in Sevastopol aan de Zwarte Zee nog zeventien jaar langer te gebruiken. En ook zag hij af van de plannen om lid van de NAVO te worden.

Maar Rusland laat dat kennelijk koud. Als buurland Wit-Rusland een voorbode is voor Oekraïne, ziet het er slecht uit voor Janoekovitsj. Aleksandr Loekasjenko, de leider van Wit-Rusland, heeft zich ook jarenlang verzet tegen de verkoop van de gaspijpleidingen in zijn land aan Rusland, waarbij hij eveneens hoog spel speelde. Maar onder dezelfde druk als waaronder Kiev nu staat, is hij vorige maand toch gezwicht.