Nie wieder Krieg ?

Ter legitimatie van de Europese eenwording worden twee argumenten telkens in stelling gebracht. Ten eerste dat we onze welvaart aan de euro te danken hebben en ten tweede dat de Europese eenwording vrede heeft gebracht. Beide argumenten zijn onhoudbaar.

De euro garandeert onze welvaart niet, maar vormt daarvoor eerder een bedreiging. Landen buiten de eurozone, die hun eigen munt behielden, zoals Denemarken, Zweden en Polen, blijven het prima doen. Van de landen binnen de eurozone doen de armere, zoals Griekenland, Portugal en Ierland, het slecht omdat ze niet kunnen devalueren om goedkoper te worden; de rijkere, zoals Nederland en Duitsland, doen het minder goed dan ze hadden gekund omdat ze voor die arme landen moeten dokken.

Wat ook maar het effect van afgenomen transactiekosten moge zijn en hoeveel de handel de afgelopen jaren daardoor ook is toegenomen: het is zeker dat dit ook zonder euro gerealiseerd had kunnen worden, bijvoorbeeld door multilaterale afspraken over transactiekosten te koppelen aan een stelsel van periodiek vastgelegde wisselkoersen. Er bestond geen economische noodzaak om tot één munt over te gaan. Het is goed mogelijk dat de euro ons uiteindelijk armer heeft gemaakt, en niet rijker.

Ook de gevolgtrekking EU=vrede klopt niet. Het idee dat Europa, voordat de EU bestond, altijd oorlog voerde is om te beginnen onjuist. Er bestaat geen twijfel over de gruwelijkheid van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar tussen de Slag bij Waterloo en het begin van de Eerste Wereldoorlog heeft Europa honderd jaar van vrijwel onafgebroken vrede gekend.

Afgezien van kleine schermutselingen – zoals bijvoorbeeld de tiendaagse Nederlandse veldtocht – werden er in de negentiende eeuw slechts drie serieuze oorlogen tussen West-Europese mogendheden gevoerd: de Frans-Pruisische, de Pruisisch-Oostenrijkse en de Frans-Oostenrijkse. Hoewel deze conflicten bij vlagen bloedig waren en ieder gesneuveld mensenleven er altijd één te veel is, duurden ze kort, hebben ze het Europese leven nimmer structureel ontwricht, en gingen ze aan verreweg de meeste Europeanen tamelijk onopgemerkt voorbij.

Dat was anders met de twintig jaar van verwoestende oorlogen die Europa voorafgaand aan 1815 tekenden. Deze oorlogen, die miljoenen doden hebben gekost, waren veroorzaakt door Napoleon, die als doel had het verenigen van Europa. Napoleon wilde overal dezelfde principes doorvoeren, inclusief een Europees wetboek, een Europees hof van cassatie, dezelfde munt, dezelfde gewichten, dezelfde maten, enzovoorts. Napoleon mikte erop dat Europa een enkele natie zou worden.

Ook de Eerste en Tweede Wereldoorlog draaiden in belangrijke mate om de imperialistische – en niet, zoals vaak wordt gesteld, ‘nationale’ – ambities van machtsbeluste heersers. Net als Napoleon wilden Keizer Wilhelm II en Hitler de verschillende landen van Europa, of een deel daarvan, aan centraal gezag onderwerpen. Ook Mussolini wilde een imperium stichten dat allerlei volkeren zou omvatten en zijn grenzen zou uitstrekken tot ver buiten Italië. Deze veroveraars waren misschien geen Europese bureaucraten zoals we ze vandaag de dag kennen – maar nationaal denken kan ze toch ook niet zomaar worden verweten.

Kijken we dan nog eens scherp naar de periode sinds 1945, dan is er wel wat af te dingen op de stelling van een ‘halve eeuw van vrede’. Niet alleen hebben Europese landen sinds 1945 vele oorlogen gevoerd: in Algerije, op de Falklandeilanden, de Balkan, in Irak, Afghanistan, enzovoorts; maar ook waren de West-Europese landen decennialang verwikkeld in een strijd met de Sovjet-Unie – een unie die net als de Europese Unie de uitdrukking was van een supranationale gedachte. Het spreekt vanzelf dat de Europese landen in die jaren geen militair conflict met elkaar hadden: ze stonden zij aan zij in een levensgevaarlijke oorlog!

Kunnen we de Brusselse bureaucraten dan misschien krediet geven voor het feit dat het in deze Koude Oorlog nooit tot een daadwerkelijk treffen kwam met het Warschaupact? Ook dat niet. Totdat de supranationale Sovjet-Unie onder meer dankzij opspelend nationalisme uit elkaar viel, ontleende Europa haar kracht aan het NAVO-bondgenootschap en de aanwezigheid van formidabel Amerikaans wapentuig op haar grondgebied. Keiharde powerplay dus, in plaats van het gezellige overleg waar de EU in uitblinkt.

Kortom: de euro heeft niet voor welvaart gezorgd, en de EU heeft ons geen vrede gebracht. De angsten van schrijver Geert Mak zijn onrealistisch wanneer hij in zijn pas verschenen essay, De hond van Tisma, verwijst naar de Eerste Wereldoorlog en naar het bloedige uiteenvallen van Joegoslavië en schrijft: „Het gevaar is groot dat ons hetzelfde gebeurt.” Als hij ertoe oproept om de EU – die hij beschouwt als een „fantastisch experiment” – met „hand en tand te verdedigen” omdat anders „onze wereld (…) in stukken valt”, dan doet hij aan bangmakerij.

Zonder Europese eenwording wacht ons geen gruwelijk noodlot. We kunnen prima zonder – misschien zelfs stukken beter.