Natuurlijk gaat de EU ten onder

Landen en statenunies zijn volgens Norman Davies veel kwetsbaarder dan wordt gedacht.

In Polen, waar Davies vaak over schreef, weten ze dat maar al te goed.

Natuurlijk verdwijnt de Europese Unie. „Elke staat gaat vroeg of laat ten onder, voor politieke instituties geldt niet anders”, zegt Norman Davies, Brit, Polenfan, historicus en auteur van Vanished Kingdoms, een boek over verdwenen staten. „Rousseau zei al: elke politieke levensvorm begint met sterven zodra het geboren is. Net als een mens. De seeds of destruction zitten er al vanaf het eerste moment in.”

Met de EU is dat dus niet anders. „Het enige wat niet te voorspellen is”, zegt Davies, „is wanneer zij precies sterft.”

Het is een nogal ontnuchterende conclusie van de Britse historicus, een kleine man met een Noord-Engels accent. De Europese droom een illusie? Europa, zoals we dat kennen van na het Verdrag van Rome in 1957, een stervend continent? Het is nog zó jong. In Brussel beginnen ze pas net te accepteren dat een Griekse exit uit de euro misschien onvermijdelijk is. Maar een algehele ineenstorting?

Davies zelf vindt dat allemaal niet zo schokkend, zegt hij in een interview met deze krant. Hij vertelt ontspannen en zelfs licht geamuseerd over de reeks verdwenen staten die hij in zijn nieuwe boek beschrijft. Alsof hij leuke herinneringen ophaalt.

De 72-jarige historicus mag graag provoceren. Hij schreef diverse standaardwerken over Europa en in het bijzonder over zijn geliefde Polen, het land van zijn echtgenote waar hij veel tijd doorbrengt. Stuk voor stuk dikke pillen. Maar in zijn boeken gaat hij verder dan de meeste historici. Davies is een geschiedschrijver met een mening. En meestal is dat een mening die in het Westen niet zo goed valt. Zo is hij openlijk polemisch over het door de eeuwen heen stelselmatig in de steek laten van het Oosten door het Westen. Europa heeft twee longen, placht hij te zeggen. Op een long kun je niet leven.

Staten zijn kwetsbaarder dan je denkt, zegt Davies. De Polen weten dat maar al goed. Tot de Eerste Wereldoorlog stond hun land ruim 120 jaar niet op de kaart van Europa en gingen zij gebukt onder Oostenrijkse, Duitse of Russische repressie. Na 1945 volgde nog eens vijftig jaar communisme. Wellicht dat zij zich daarom ook zoveel zorgen maken over nieuwe onrust op het Europese continent, als gevolg van de eurocrisis. De Poolse minister van Financiën Jacek Rostowski waarschuwde onlangs zelfs voor de mogelijkheid van een algehele oorlog, als het Europese experiment mislukt.

Dat gaat Davies te ver. Maar met grote politieke verdeeldheid moeten de Europeanen wel degelijk rekening houden. Europa is niet reddeloos verloren, zegt hij, en kan ook nog best wel gered worden, in ieder geval tijdelijk. Bijvoorbeeld door Duitsland, dat over meer dan genoeg geld beschikt om Griekenland, en daarmee Europa, overeind te houden.

Met het geld zou het ergste bloeden kunnen worden gestelpt. Daarna moet de echte operatie nog volgen: het herstellen van de weeffout die er vanaf het begin in de Unie zat, een gebrek aan toezicht, dat ervoor moest zorgen dat afspraken die waren gemaakt en regels die waren opgesteld ook werden nageleefd.

Maar de Duitse burgers zijn niet gecharmeerd van het pompen van miljarden in Griekenland, waar de mensen toch maar lui zouden zijn. Het is op dit punt dat Davies ineens van toon verandert en ernstig wordt. Het argument dat het oneerlijk is dat Duitsers moeten betalen voor op de pof levende Grieken, vindt hij lariekoek. „De Duitsers hebben hun welvaart te danken aan het feit dat Grieken zich in de schulden staken om Audi’s en Mercedessen te kopen.” Duitsland, zegt hij, zou als geen ander moeten weten hoeveel de Europese Unie de afgelopen jaren heeft opgebracht.

De recente noodkreet van de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Radek Sikorski, die hij goed kent, deelt hij volledig. Sikorski deed tijdens een toespraak in Berlijn een dringende oproep tot Duits leiderschap. „Ik ben banger voor Duitse inactie dan voor Duitse macht”, zei hij.

Bijzonder woorden uit de mond van een Pool. Veel van Sikorski’s landgenoten zien Duitsland door de Tweede Wereldoorlog nog altijd als erfvijand nummer twee – na Rusland. Maar Sikorski, zegt Davies, zei tenminste wat er gezegd moest worden „Een eenzame stem van rede”.

Een stem ook van een echte Europese leider. „Mensen zoals hij, en andere Polen, groeiden op in een wereld waar alles kapot was”, zegt Davies. „Oost-Europeanen weten wat er kan gebeuren als een systeem instort. Westerlingen zijn dat vergeten. Ze zijn in slaap gesukkeld door de welvaart en denken dat de goede tijden altijd zullen voortduren.”

Juist Europa zou beter moeten weten.