Met De Gids tegen de tijdgeest

Het is hard, maar helder is het wel: vanaf 2013 krijgt geen enkel literair tijdschrift meer rijkssubsidie, als het aan staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) ligt. Een aantal zal dan ophouden te bestaan.

Van abonnees alleen kan zelfs een succesvol literair tijdschrift niet meer leven. Het tijdschrift dat wil overleven moet dus gewiekst zijn. Niet vluchten in zelfbeklag, niet star vasthouden aan tradities, maar van strategie veranderen, aanvallen, iets dóen.

Uitgerekend De Gids, eerbiedwaardig, gerenommeerd en de oudste van het stel, blijkt geen last te hebben van stramme botten. Het zag de afgrond, nam een aanloop en landde in de armen van het opinieweekblad De Groene Amsterdammer, dat ingegaan was op de rooksignalen. Het weekblad neemt De Gids over.

De Groene Amsterdammer schenkt het tijdschrift achtmaal per jaar aan zijn lezers. De Gids past zijn vormgeving aan, niet zijn inhoud. Het losse abonnement op De Gids blijft bestaan, de losse verkoop ook.

De Gids nam het initiatief voor deze deal en dat was goed gezien. Opgericht in 1837, dateert het blad uit dezelfde eeuw als De Groene Amsterdammer, sinds 1877.

Beide werden door letterkundigen opgericht en ze bleven zich baseren op de literaire drift van Nederlandse schrijvers met cachet. Ze zijn niet schuw voor polemiek of tegendraadse kritiek.

En ook al houden ze allebei, soms lichtelijk behaagziek, hun tradities in ere, afkerig van nieuwe tijden, nieuwe waarden en van nieuwe onderwerpen zijn ze nooit geworden.

De Gids heeft bij deze inwoning alles te winnen, De Groene veel te verliezen. De Gids komt binnen bij een veelvoud aan lezers. De Groene loopt het risico op een molensteen om de nek, als De Gids niet beantwoordt aan zijn reputatie. Dat maakt de overname des te interessanter.

De Groene vindt het blijkbaar belangrijk dat De Gids niet verdwijnt en dat het, als literair erfgoed, zichzelf kan blijven: een blad met een nadrukkelijk intellectuele en culturele signatuur. En dus smeedde het dit optimistische plan van overname, tegen het tij.

Dat schept een verplichting voor De Gids. Een tijdschrift kan niet bestaan bij historisch besef alleen. Heeft het geen weerklank, dan bestaat het niet. In Potgieters tijd werd de immer blauw gekafte Gids ‘de blauwe beul’ genoemd, in reactie op de ongemeen felle literaire kritieken die erin stonden. Het mag wel een beetje blauwer. De Gids heeft urgentie nodig, zoals in de tijd dat Joke Smit met haar essay ‘Het onbehagen bij de vrouw’ in 1967 in Nederland de tweede feministische golf inluidde.

Sensationeel hoeft niet goedkoop te zijn, veelbetekenend is genoeg.