Limburgse concurrentie voor Lady Gaga

Stehgeiger André Rieu prijkt als enige Nederlander en als enige vertegenwoordiger van het klassieke genre in de top van grote omzetmakers in de concertwereld. Na Australië en Japan wil hij dit jaar Zuid-Amerika veroveren. „Waar anderen stoppen, gaat hij door. Dat is zijn kracht.”

Het was nog kortebroeken- en rokjesweer toen André Rieu afgelopen oktober zijn kerstspecial opnam. Zomerse dag of niet, de omgeving van het kasteel van de violist op de Sint Pietersberg in Maastricht was bedekt met een sneeuwdeken. Want in de wereld van Rieu is elke Kerst een witte Kerst.

Zoals Walt Disney met zijn eigen hoogst aaibare interpretaties van de soms behoorlijke lugubere sprookjeswereld, zo winkelt de Maastrichtse muzikant/ondernemer zijn repertoire bijeen in de schatkamers van de klassieke muziek. Hij komt met gepolijste versies. Scherpe randjes zijn zorgvuldig verwijderd. Tijdens concerten en op cd’s en dvd’s domineert ietwat zoetige romantiek.

Rieu maakt louter olijke grapjes. Wie zich laat meevoeren in zijn wereld van amusement verruilt de onzekere, alledaagse realiteit van fluctuerende beurskoersen voor het zachtjes wiegen op de maat van walsen en polka’s. Geen house maar Strauss, zei hij zelf eens. Het publiek moet weg kunnen dromen.

Dat doet Rieu ook graag. Hij fantaseert hardop over een optreden op de Noordpool. Als hij het Weense Schloss Schönbrunn als decor wil hebben, laat hij het niet op kleinere schaal nabouwen, maar op ware grootte, ook als dat als consequentie heeft dat zijn decor slechts in de lengte van het veld in stadions past. Zijn er vanwege het toeren over de wereld twee Schönbrunns nodig, dan komen er twee paleizen. Een bordkartonnen schijn van werkelijkheid voldoet niet. Dus komt er parket in de balzaal, worden de fonteinen van beton gemaakt en schaatst het ballet op echt ijs, terwijl ander, goedkoper materiaal ook mogelijk was geweest.

Bij de verwezenlijking van zijn dromen probeert Rieu de regie strak in handen te houden. Onwil van anderen en bureaucratische tegenwerking kunnen hem wel in de weg zitten. De succesvolle traditie van Vrijthofconcerten in de zomer kwam er pas, nadat toenmalig burgemeester Gerd Leers na een stadionoptreden in Kerkrade beloofde alles te doen om zoiets in eigen stad mogelijk te maken.

De optredens op het plein trekken mensen van heinde en verre en gaan via tv-zenders en dvd’s de hele wereld over. Rieu laat ondertussen weinig aan het toeval over: meestal had hij prachtig weer, maar voor het geval dat tegenzit, bouwt hij in het plaatselijke congrescentrum, het MECC, keer op keer het Vrijthof na.

Rieus dromen zijn kostbaar. In 2008, een van zijn succesvolste jaren, leed hij bijna 11 miljoen euro verlies. Een belangrijke reden was de afschrijving op dure decors. Financiële problemen werd afgewend met een miljoenenlening bij de Rabobank. Als onderpand verlangde de bank een hele boel: van de Stradivarius van Rieu, onroerend goed, zijn overlijdensverzekering tot de merknaam ‘André Rieu’.

Inmiddels schrijft de Limburger weer zwarte cijfers: in 2009 9,7 miljoen euro bij een omzet van 47,7 miljoen euro. In 2010 liep dat terug naar dik negen ton bij een omzet van 29,5 miljoen euro, maar in dat jaar viel de onderneming stil vanwege ziekte van de ster van de show.

Financiële cijfers over 2011 zijn nog niet vrijgegeven. Het Amerikaanse muziektijdschrift Pollstar publiceerde twee weken geleden wel een lijst van waaruit bleek dat Rieu in het jaar na zijn malheur opnieuw behoorde tot de allergrootste omzetmakers in de concertwereld. Rieu prijkt als enige Nederlander en als enige vertegenwoordiger van het klassieke genre in de top 25 die het blad samenstelde op basis van optredens. Op plek 15, net achter zangeres Lady Gaga. Met 97 optredens in 74 steden behaalde de Stehgeiger 63,5 miljoen dollar omzet (49,8 miljoen euro).

Wie de tv aanzet, loopt ook gerede kans om Rieu ergens tegen te komen. Voor de TROS is Rieu met een reeks jongere Volendamse artiesten al jaren een prominent amusementsgezicht. Programmaleider Gerard Baars: „Hij brengt vrolijkheid, is geliefd van de timmerman tot de notaris. Dat is een groot publiek. Dus aantrekkelijk voor ons.”

De Duitse publieke tv-zender ZDF werkt ook al zo’n vijftien jaar samen met Rieu. Hij past prima in de traditie van grote showprogramma’s, waarbij het publiek zachtjes mee kan deinen en kan zwijmelen bij nostalgie. „Menselijk en muzikaal is Rieu een topartiest”, zegt woordvoerder Iris Käsche. „Hij produceert twee uitzendingen per jaar.” Ze worden uitgezonden op prominente tijdstippen, zoals de genoemde special op Kerstavond, en daarna nog herhaald. Over financiële overeenkomsten met Rieu doen de omroepen geen mededelingen doen.

Elders in de wereld staan ook de commerciële stations in de rij voor de concertregistraties en specials. Rieu verdient met de verkoop van de programma’s en heeft tegelijkertijd een prachtig uithangbord voor zijn tournees, cd’s, dvd’s en merchandising.

Ook Rieu ontsnapt niet aan de opkomst van het downloaden. Maar zijn publiek koopt nog relatief veel ouderwetse dragers. Hij verkocht er sinds zijn doorbraak wereldwijd zo’n 35 miljoen. In Australië is hij zó populair, dat hij in 2008 negen van de tien plekken in de dvd-top 10 bezette.

Rieu probeert zijn publiek extra te binden door ze de mogelijkheid te bieden om gold member te worden. De voordelen: voorrang bij kaartverkoop, tien procent korting op producten en exclusieve aanbiedingen. Het is een variant op de veel toegepaste formule om via internet en daarbuiten een community te creëren. Ook een artiest is een merk en heeft behoefte aan merkentrouw.

Het meeste maakt Rieu in eigen beheer. Inmiddels ligt ook de onvermijdelijke personal glossy in de winkels met foto’s van Govert de Roos, die de artiest een jaar lang volgde. Dat Rieu zoveel zelf doet, heeft te maken met zijn behoefte aan controle, maar is ook een lange neus naar alle platenmaatschappijen en productiebedrijven die hem lang niet zagen staan. Jaren leurde Rieu bij hen met zijn platen, maar niemand zag er wat in. Zelf was de zoon van de vroegere dirigent van het Limburgs Symfonie Orkest ervan overtuigd dat er markt was voor lichte klassieke muziek, waarbij zwaarwichtigheid plaatsmaakte voor gezelligheid.

In 1994 beleefde hij alsnog zo’n doorbraak met zijn bewerking van Sjostakovitsj’ The Second Waltz. Daarna ging het hard. Guido Dieteren was vanaf het najaar van 1995 tweeënhalf jaar eerste violist in het orkest van Rieu. „Ik heb de verovering van Duitsland, Frankrijk en Midden-Europa meegemaakt en de eerste drie tournees in de Verenigde Staten. Toen al werd je als orkestlid uitermate goed behandeld: uitstekende hotels, prima eten en stipte uitbetaling van de salarissen. Sinds mijn vertrek is de organisatie alleen maar verder geprofessionaliseerd, is mijn indruk. Stap voor stap heeft hij de kostenstructuur beter onder controle gekregen. Met zoon Pierre voor de organisatorische en technische kant lijkt me de zaak ook meer in balans. Het is artiesten eigen om visioenen achterna te gaan. Het is goed om dan mensen naast je te hebben die je, indien nodig, met beide benen op de grond kunnen houden. Dromen moeten niet je ondergang worden.”

Alles zelf doen is niet altijd even economisch, stelt Gerard Baars van de TROS. „Rieu heeft een studio in Maastricht. Negen van de tien dagen zit hij in het buitenland en krabt de man die die studio runt, zich nog eens achter zijn oren. Maar verhuren aan anderen mag niet van Rieu.”

Violist Dieteren is inmiddels zelf orkestleider. Zijn Guido’s Orchestra is al jaren het huisgezelschap van de concertreeks ‘Symphonica in Rosso’ in het Gelredome in Arnhem. Hij is net terug van een tournee door China, waar hij zijn mix van voor orkest gearrangeerde popklassiekers en eigen werk ten gehore bracht in stadions met meer dan veertigduizend toeschouwers.

Dieteren bewondert vooral dat zijn oude werkgever zo lang aan de top weet te blijven. „Waar anderen stoppen, gaat hij door. Dat is zijn kracht. Hij is eigenlijk altijd met zijn bedrijf bezig. Bij zo’n geest is je lichaam de zwakste schakel.”

Alle zorg voor de artiest en diens omgeving (eigen vliegtuig, eigen bussen, een lijfarts), kon niet voorkomen dat het in 2010 mis ging. Rieu was al vaker gewaarschuwd voor oververmoeidheid. Uiteindelijk werd hij geveld door een virale infectie aan het evenwichtsorgaan.

Achteraf gaf Rieu aan dat hij geen moment had getwijfeld aan genezing. De vraag was wel wanneer hij weer beter zou zijn. Elke maand extra voor volledig herstel betekende annulering van concerten en doorlopende vaste kosten zonder navenante inkomsten. Alleen al het doorbetalen van de 120 tot 130 personeelsleden ging over tonnen per maand.

Nog voor de gedwongen rust voor Rieu waren de violist en de gemeente Maastricht in gesprek over permanente vestiging van de artiest bij de Timmerfabriek, een oud fabriekspand aan de noordkant van het centrum. Als in de VS de artiesten van naam de mensen naar Las Vegas kunnen lokken, waarom zou Rieu de mensen niet naar Zuid-Limburg kunnen trekken?

Het zou zijn orkest, de crew en de ouder wordende artiest zelf – hij is inmiddels 62 jaar – veel reizen kunnen schelen. Op zijn minst een deel van de concerten zou dan in Maastricht kunnen plaatsvinden. Daarnaast waren nog extra attracties rond het thema ‘Rieu, wals en Strauss’ bedacht.

Dieteren denkt dat het verstandig is dat Rieu die plannen niet heeft doorgezet. „Als hij niet was overleden had Michael Jackson vijftig concerten in de O2 Arena in Londen gegeven. Maar zelfs Jackson zou dat niet jaren achtereen volhouden. Geen enkele artiest in de wereld zo groot is, dat hij de mensen permanent naar hem toe kan laten komen. Of het moet in Las Vegas zijn, maar daar zijn andere vormen van amusement de grote trekkers.”

Het verder veroveren van Zuid-Amerika is een van de speerpunten van Rieu voor 2012, zelfs de Vrijthofconcerten worden daar mogelijk voor verschoven. Hij kan op de huidige manier nog jaren door, schat Dieteren in. „Anders dan bijvoorbeeld Madonna hoeft hij zich niet keer op keer opnieuw uit te vinden. Zijn kracht is het vertrouwde.” Als het boegbeeld in verband met leeftijd of gezondheid in de toekomst minder aankan, is er altijd nog de mogelijkheid van minder optredens in grotere stadions.

In een leven voor orkest en onderneming na Rieu – Glenn Miller- en Count Basie-orkesten toerden na de dood van hun naamgevers door – gelooft Dieteren niet. „Het is een totaalproduct. Daar kun je de motor niet uit halen. Het aura en de lach van Rieu zijn essentieel.”

Paul van der Steen