Leeuwarden: relatief meer cultuur dan Rotterdam

Wat heeft Leeuwarden dat Rotterdam niet heeft? Dat vraag je je af bij de publicatie van de cultuurkaart van Nederland, die de omvang en diversiteit van het culturele aanbod in Nederland weergeeft en waarop Leeuwarden op de vijfde plaats staat en Rotterdam op de negentiende. Amsterdam, Groningen, Utrecht en Leiden dragen het meest bij aan de cultuur in Nederland.

De cultuurkaart is ontwikkeld door de onderzoekers van de Atlas voor gemeenten, onder leiding van econoom Gerard Marlet. „Leeuwarden biedt per inwoner relatief veel boekhandels, antiquariaten en monumenten”, zegt Marlet. „Rotterdam heeft veel musea en podiumkunsten, maar weinig monumenten en het popaanbod is teruggelopen.”

Behalve met de economische waarde van cultuur rekenden de onderzoekers onder meer met de mogelijkheden om aan cultuur te doen en de extra inspanningen van cultuurbezoekers (tijd, reiskosten). Marlet: „Uit de vraag naar woonlocaties, dus aan de hand van huizenprijzen, kun je zulke waardes destilleren.” Het genot dat cultuur oplevert laat zich volgens Marlet indirect afleiden uit onderwijsprestaties en gezondheidscijfers.

Het aantal culturele voorzieningen per inwoner is gewogen naar hun maatschappelijke betekenis. Podiumkunsten wogen zwaar, film nauwelijks. Marlet: „Bioscopen zijn overal. Dat is voor mensen kennelijk geen reden zich op een bepaalde plek te willen vestigen.” Dat het filmfestival in Rotterdam, het culturele festival met de meeste bezoekers van Nederland, niet meeweegt, is „niet goed”, zegt Marlet. „Maar over filmfestivals zijn geen data.”

Opvallend is dat het bij popmuziek gaat om het aantal concerten, en niet om het aantal bezoekers. Tien slecht bezochte optredens wegen zwaarder dan één megaconcert. „Dat is een punt van discussie”, zegt Marlet. „Publieksbereik had ook een maatstaf kunnen zijn voor de kwaliteit en voor de gebruikswaarde, maar wij richten ons op de diversiteit van het aanbod.”