Lamsma is technisch topvioliste

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Cornelius Meister m.m.v. Simone Lamsma (viool). Gehoord: 12/1 Concertgebouw A’dam. Herh. 13/1

Toen ze in 2003 het Nationaal Vioolconcours Oskar Back won, was haar naam weinig bekend. Negen jaar later is zij een van de snelst rijzende vioolsterren.

Simone Lamsma debuteerde gisteren bij het Concertgebouworkest in het Vioolconcert van William Walton (1938/9). Ze is een violiste van internationale allure. Met een prachtig vioolgeluid en een afgewogen frasering zorgde zij voor een hoogwaardige uitvoering van Waltons hondsmoeilijke werk, dat zij technisch tot in de puntjes beheerste. Ook toonde zij zich opvallend bedreven in het samenspel met het orkest, waarvan zij de leiding soms leek over te nemen.

Wel bleef in Lamsma’s interpretatie de zinnelijke romantiek van Waltons concert onderbelicht. De aangrijpende lyriek in hoog register, de zigeunerinvloed van dit werk kwam te weinig uit de verf door Lamsma’s relatief kleine toon en weinig vrije benadering.

Een debuut was het ook voor de 31-jarige Duitse dirigent Cornelius Meister, die inviel voor Fabio Luisi. In Mozarts Figaro-ouverture en Veertigste symfonie leidde hij het orkest met grote gedrevenheid, maar hij viel ten prooi aan wat soms wel een trend lijkt te worden in hedendaagse uitvoeringen van achttiende-eeuwse muziek: extreme ritmisering ten koste van het melodische.

Met shockeffecten en hoge tempi probeerde Meister Mozart bovenal ‘opwindend’ te maken. Juist daardoor was het vergeefs zoeken naar een andere kant van Mozarts beroemde symfonie: haar donkere tragiek.