Hardekernjongere Sjaak ontglipt ons

Charlie, net 16, heeft nog dertig uur taakstraf tegoed. En veelpleger Sjaak, 17, daar gaat het echt mis mee. Wat kunnen politie, gemeente en hulpverleners nog doen?

‘Charlie. Net 16. Verdacht van diefstal van een fiets. Maakte stennis bij zijn aanhouding. Dreigde: ‘Wacht maar, mijn vader weet je wel te vinden’. Reed vader met familieleden net langs. Ze gaven de verbalisanten flink klop.”

Donderdagochtend tien uur. Jeugdcasusoverleg strafrecht in het veiligheidshuis. Rond de tafel zitten vertegenwoordigers van politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg, mede namens de jeugdreclassering. Wekelijks bespreken ze de minderjarigen uit het werkgebied die met de politie in aanraking zijn gekomen. Dit keer zeventien.

De vertegenwoordiger van de politie geeft informatie uit procesverbalen. Ze somt de namen van de jongeren op en de delicten waarvan ze worden verdacht. Vernieling van een ruit. Mishandeling. Winkeldiefstal. Heling van een mobiele telefoon.

Een medewerkster van het veiligheidshuis opent het digitale dossier van een verdachte, dat op een scherm wordt geprojecteerd. Zij weet of een kind bekend is bij de leerplichtambtenaar of bij Halt, een organisatie die alternatieve straffen oplegt aan minderjarigen. En of het kind betrokken is geweest bij huiselijk geweld. Kinderbescherming en jeugdzorg melden wat ze weten van deze minderjarige en zijn gezin.

Buitenstaanders moeten een geheimhoudingsverklaring tekenen om het overleg te mogen bijwonen. Persoonlijke informatie blijft vertrouwelijk.

Mariska Ruissen, parketsecretaris van het Openbaar Ministerie, leidt het overleg. Ze is vanochtend „minder blij met de rol van de politie in een aantal zaken”. Hoe haalden ze het in hun hoofd om een meisje op te pakken in de klas? Waarom hebben ze een jongen uit Wit-Rusland aangehouden voor winkeldiefstal en zijn vier volwassen begeleiders laten gaan? En waarom is er geen proces-verbaal gemaakt van Charlies verzet tegen zijn aanhouding?

Ja Charlie, ach Charlie, die kennen ze allemaal. Politie, leerplichtambtenaar, Halt. Hij heeft nog dertig uur voorwaardelijk taakstraf openstaan. Hij heeft een gezinsvoogd van jeugdzorg. De Raad voor de Kinderbescherming stelde een eerste onderzoek in nog voordat hij 12 jaar was.

Aansluitend aan het jeugdcasusoverleg, zonder koffiepauze, volgt het leerplichtoverleg. De leerplichtambtenaar neemt de plaats in van de politievertegenwoordiger. Alle andere partijen blijven zitten. Ruim dertig jongeren die zich aan de leerplicht onttrekken door regelmatig te verzuimen, passeren de revue.

De eerste keer krijgen ze een waarschuwing. Een volgende keer moeten ze verschijnen bij bureau Halt. De kinderbescherming praat met kind, met ouders, eventueel met een leraar. Kort onderzoek naar de opvoedingssituatie. Bij ernstige opvoedingsproblemen kan nader onderzoek tot ondertoezichtstelling van de jongere door de kinderrechter leiden, zelfs tot uithuisplaatsing.

Als hulpverlening niet nodig is, legt bureau Halt een leerstraf of een taakstraf op, of beide. Blijft de jongere verzuimen of houdt hij zich niet aan de afspraken met Halt, komt hij automatisch bij de kantonrechter terecht.

Organisaties die meedoen in het jeugdoverleg, nemen schoolverzuim heel serieus omdat het als mogelijk opstapje naar een criminele carrière wordt beschouwd.

Waar is hij het meest mee gebaat, de jongere die in aanraking is gekomen met de politie? Hoe krijgen we hem op het rechte pad? Politie, justitie en hulpverleningsorganisaties zoeken samen naar het juiste antwoord. Hulpverlening? Welke hulpverlening? Of toch de harde hand?

Donderdagmiddag, jeugdscenario-overleg. Zelfde organisaties als vanmorgen. Plus de vertegenwoordiger van een hulpinstelling waar minderjarigen na hun gevangenisstraf intensief begeleid kunnen wonen. Hier komt de aanpak van zogeheten veelplegers aan bod: jongeren met meer dan vijf delicten op hun naam waarvan ten minste een in het laatste jaar. Hier worden ook de minderjarigen besproken die een zwaar misdrijf hebben begaan en zij die in aanmerking komen voor opvang na hun gevangenisstraf.

Wat doen we met 17-jarige Youssuf als hij vrijkomt? Veroordeeld voor diefstal en geweldpleging. Groot recidivegevaar. Een IQ van 83. Een non-verbale leerstoornis in het autismespectrum. Behandeling is lastig. Hij zegt dat hij geen problemen heeft.

En Sjaak glipt ons door de vingers. „Ik word er niet goed van”, zegt jeugdzorg. Sjaak is een van de vijftien minderjarige veelplegers in de regio. Zogeheten hardekernjongere. In maart wordt hij achttien jaar.

De laatste keer heeft de rechter hem veroordeeld voor een serie diefstallen en inbraken. Sjaak tekende hoger beroep aan. Een week voor de rechtszitting trok hij dat in. Een geliefde truc onder jongens van de straat om hun jeugddetentie voor langere tijd te ontlopen. Het duurt maanden, soms een half jaar, voordat het hof besluit tot uitvoering van het oorspronkelijke vonnis.

„Sjaak lacht ons uit”, zegt een van deelnemers aan het overleg. Een ander: „Wat hebben we voor deze jongen betekend? We hebben het vooral veel over hem gehad.”

Vertegenwoordigers van de samenwerkende organisaties geloven heilig dat het overleg over het algemeen werkt. Dat ze in de meeste gevallen de best mogelijke aanpak kiezen. Maar hoe meet je dat? „Dat is lastig”, erkent Mariska Ruissen van het Openbaar Ministerie.

De jeugdcriminaliteit in Noord-Brabant loopt terug. De politie had het afgelopen jaar op 2.100 jeugdzaken in het arrondissement Breda gerekend. Dat werden er zo’n 1.450. Ligt dat aan de samenwerking binnen het veiligheidshuis? Mogelijk. Niemand die het zeker weet.

Dick Wittenberg