Gebutste peren, maar wél lekkerder

Mensen hebben minder te besteden, maar gaan wél vaker naar – duurdere – biologische supermarkten. „Onbespoten groente en kip zonder hormonen, daar betaal je voor.”

Gezocht: ‘verse viswijven’ en ‘knappe kaaskoppen’. Aan de Hofweg in Den Haag, in het Berlagepand waar voorheen kledingzaak Meddens zat, wordt half februari een Marqt geopend. Getuige 21 posters – één op ieder raam aan de straatzijde – is de duurzame supermarkt nog op zoek naar personeel. ‘Wij bieden een échte baan-aan.’

Biologisch is in de mode. Producten moeten duurzaam zijn, verantwoord. Die hang naar ‘verduurzaming’ drijft de consument naar de biologische supermarkt. En dan niet per se naar natuurvoedingswinkels, waar sommige onaantrekkelijk gepresenteerde producten ogenschijnlijk al heel lang in de schappen staan. Nee, naar hippe winkels, zoals Marqt, die producten bieden die zo ‘oorspronkelijk’ en vers mogelijk zijn, als het kan biologisch. Zo komt Marqts melk van Klaas en Annie de Lange uit Nederland, een dorpje langs de rand van natuurgebied De Weerribben in Overijssel. Binnen 24 uur na het melken van de koeien (veel sneller dan bij een reguliere supermarkt) ligt de melk in de winkel, voor 99 cent per liter.

Marqt trekt niet alleen mensen die duurzaam willen eten vanwege de diervriendelijkheid of vanwege hun eigen gezondheid. Het is ook gewoon een trendy winkel. Neem het filiaal in Haarlem. De winkel – witte gevel, naam in donkerbruine letters erop – zit mídden in het centrum. Van binnen oogt de winkel gezellig-industrieel, met afgebladderde muren, ijzeren stellingkasten en houten bakken met brood. De bezoekers snuffelen op hun gemak in de schappen. Bettina van ’t Hoff uit Heiloo is een dagje met haar man en tienerzoon aan het winkelen. „Alles ziet er zo lekker uit. Ik wil me toch eens wat beter gaan verdiepen in die duurzame producten. En de prijzen vallen me onwijs mee.”

Dat is niet iedereen met haar eens. „Ik zou hier nooit al mijn boodschappen doen. Daarvoor is het te duur”, zegt Maarten Frowein. „Bij Albert Heijn hebben ze ook best veel biologische producten, en een stuk goedkoper.” Ook Sanne van Hilten uit Haarlem, arts van beroep, doet haar boodschappen bij een gewone supermarkt, maar wel zoveel mogelijk biologisch. „Het schijnt hier heel duur te zijn”, zegt ze aarzelend. Ze wijst op een fles olijfolie van 7,99 euro. „Kijk, je betaalt er iets meer voor, maar dan heb je ook wat. Denk ik.”

Het lijkt tegenstrijdig: er heerst een economische recessie, mensen hebben minder te besteden, maar ze gaan wél vaker naar biologische supermarkten, waar de boodschappen prijziger zijn. „Tja, er wordt vaak gezegd dat Marqt duur is”, zegt oprichter Quirijn Bolle (36). „Maar ik zeg liever: het is minder goedkoop. Kijk, wij willen een bepaalde ethiek handhaven. Wij willen onbespoten groenten en kip die niet vol is gespoten met hormonen. Daar betaal je voor.”

Bolle denkt dat de recessie de vraag naar duurzame producten eerder stimuleert dan doet afnemen. Marqt realiseerde de afgelopen twee jaar een groei van 25 procent per winkel, zegt hij. „De recessie biedt mensen de kans om te bedenken: waar draait het nu eigenlijk allemaal om? We gaan terug naar de basis. Zoals de voedingsindustrie in elkaar steekt, dat is niet reëel. Het gaat alleen om méér en goedkoper. Dat kan niet langer zo doorgaan.”

Volgens Bolle is zijn winkel niet onbetaalbaar voor mensen met lage inkomens. „Misschien is de drempel wat hoger, maar ook zij kunnen hier terecht. Oké, ze kunnen niet klakkeloos hun kar volgooien, maar als het aan mij ligt gaat iedereen wat minder consumeren. ”

Sinds de opening van het eerste filiaal in 2008 is Marqt goedkoper geworden. De gemiddelde prijs van verkochte artikelen ligt 30 procent lager, zegt Bolle. Enerzijds omdat sommige producten in het begin per ongeluk te hoog geprijsd waren. „Stond er ineens een blikje currysaus in de schappen van 6,06 euro. Dat hebben we snel hersteld.” Daarnaast blijft Marqt het assortiment uitbreiden met goedkopere producten. Naast verse huisgemaakt is er ook houdbare – en goedkopere – cruesli en er zijn afbakcroissantjes.

In Amsterdam zit ook een Landmarkt, aan de Schellingwouderdijk. Vooralsnog is dat de enige vestiging van Landmarkt, maar er is een tweede filiaal op komst in Apeldoorn, vertelt oprichter Harm Jan van Dijk (38) op een doordeweekse avond in restaurant ‘De Proeverij’ bij zijn winkel. „We hebben rond de vijfduizend producten in ons assortiment, waarvan je er duizend ook in een gewone supermarkt zou kunnen kopen”, zegt hij. Zo verkoopt hij ook Coca Cola. „Daar krijgen we wel kritiek op. Maar we willen dat mensen hier voor al hun boodschappen terecht kunnen. Dat moet ook wel vanwege onze locatie.” Landmarkt is gevestigd in een voormalige tuinderskas, pal aan de dijk, buiten de stad.

Van Dijk is van mening dat pure producten niet duurder hoeven zijn. Hij doet zaken met lokale producenten, zoals ‘boer Ted’ van de knolselderij en dat drukt de prijs. „Soms zitten we zelfs onder de supermarktprijs. Normaal verdwijnt zo’n 30 procent van de verkoopprijs naar de tussenhandel. Bij ons gaat er gemiddeld 60 procent naar de producent, 40 procent naar ons.” Bij Landmarkt gaat het meer om ‘vers’ dan uitsluitend om ‘biologisch’ of ‘duurzaam’. „Niet alle producenten hebben een keurmerk, dat vinden sommigen te beknellend. Dat geeft niks. Wij willen gewoon zoveel mogelijk producten direct van de boeren en tuinders naar de consument brengen”, zegt hij. „Het gaat om de puurheid van producten. Onze peren zitten vol butsen, ze zien er niet uit, maar er zit zoveel smaak aan.”

Marqt opent dit jaar nog een aantal nieuwe vestigingen, zegt Bolle. „We zijn over zo’n twintig panden aan het onderhandelen. Met sommige partijen zijn we al in een vergevorderd stadium.” Dankzij een geldschieter in het buitenland, een familie die graag wil investeren in Marqt zonder dat zij daar rendementseisen tegenover stelt, kan Bolle uitbreiden. Hij ligt nog niet helemaal op koers om zijn ambities, het openen van 20 tot 25 filialen in vijf jaar tijd, te realiseren. „Maar onze missie is onveranderd: we willen écht eten voor iedereen toegankelijk maken. Het duurt wat langer dan we dachten, maar we gaan gestaag door.”