Ethiopische joden voelen zich niet welkom in Israël

Joden uit Ethiopië voelen zich gediscrimineerd in Israël. Onder hen is werkloosheid groter dan in andere gemeenschappen. Deze week protesteerden ze.

In Ethiopië voelde David Avraham (35) zich primair een jood. Van dat gevoel is na twintig jaar leven in Israël weinig over, zegt hij. „Israël heeft een Ethiopiër van me gemaakt.”

Met een paar duizend andere Israëliërs van Ethiopische komaf kwam Avraham dinsdag naar de Ethiopische synagoge van het provincieplaatsje Kiryat Malachi voor een lawaaidemonstratie. Aanleiding is een tv-reportage waarbij met verborgen camera was vastgelegd dat bewoners van een flat vlakbij hadden afgesproken hun huizen niet aan Ethiopiërs te verkopen. Bewoners zeiden dingen als ‘de enige goede Ethiopiër is een dode Ethiopiër’ en: ‘ze stinken’.

Ze zijn uit alle hoeken van het land naar het protest gekomen. Heren op leeftijd met stok en tweed-jas. Rabbijnen met traditionele witte tulband. Mannen met keppeltjes. Jongens met dreadlocks. Gezette vrouwen in bonte doeken. Meisjes met de laatste mode.

De jongeren begroeten elkaar met veel vuisten en schouderkloppen. Overal klinkt het Hebreeuwse equivalent van ‘hé man’ (shalom ish). Ze dragen namen als Asher, Uri en Shmuel. En borden met verwijzingen naar activist Martin Luther King. ‘Ik heb ook een droom’. En: ‘Wij dromen nog steeds’.

Rami Yaakov (29), die als eenjarige op de rug van zijn vader vanuit Ethiopië door de woestijn naar Soedan werd gedragen, en daar op het vliegtuig naar Israël ging, studeert rechten en economie aan een particuliere universiteit in Herzliya. Hij krijgt een speciale beurs voor Ethiopiërs. Toch is hij kwaad.

„We zijn Ethiopië ontvlucht vanwege het antisemitisme. Maar in Israël werden we geconfronteerd met racisme. Het is een heel hard leven hier voor ons. Overal moeten we voor vechten. Het aantal zelfmoorden onder Ethiopiërs in Israel is absurd hoog.”

Het suïcidepercentage is tot tien maal hoger vergeleken met de rest van de bevolking. Yaakov: „Die cijfers zijn algemeen bekend, maar er gebeurt niets. We hebben het dertig jaar lang geslikt. Nu is het genoeg. Doel van dit protest is die boodschap uitdragen. We willen de overheid zeggen: doe iets.”

De overheid heeft veel in de 120.000 Ethiopiërs geïnvesteerd. Een deel van hen werd door Israël uit Ethiopië geëvacueerd. De staat investeerde honderden miljoenen in onderdak en scholing. Een Ethiopische immigrant kreeg gemiddeld drie keer zoveel als een nieuwkomer uit de Sovjet-Unie.

De staat heeft al het mogelijke gedaan om de Ethiopiërs op te nemen, zei minister Sofa Landver van Immigratie deze week in het parlement in reactie op het protest. „Dus zeg liever dankjewel voor alles wat je hebt gekregen.”

Yaakov voelt zich helemaal niet welkom. „Bij discotheken wordt ik geweigerd. Dokters vinden ons bloed niet goed genoeg voor donatie. In elke stad wonen we in getto’s. Op scholen worden Ethiopische kinderen afgewezen omdat ze het niveau naar beneden zouden halen.”

Ethiopiërs presteren misschien minder goed, zegt Yaakov. „Maar we moeten niet vergeten dat we te voet hierheen zijn gekomen. Dat we uit primitieve dorpen komen. We waren ongeletterd. Natuurlijk speelt dat mee. We werken al dertig jaar heel hard om het gat te dichten. Maar zelfs nu we academici onder ons hebben, merken we dat we moeilijk banen vinden.”

Ethiopische jongeren verlaten vaker voortijdig hun school en zijn ondervertegenwoordigd op de universiteiten. Oververtegenwoordigd zijn ze in de Israëlische gevangenissen: er zijn vier keer zoveel jeugddelinquenten binnen de Ethiopische gemeenschap als daarbuiten. Armoede is drie keer zo groot als onder andere joodse Israëliërs, werkloosheid tweemaal. Onderzoek wees twee jaar geleden uit dat meer dan de helft van de Israëlische werkgevers liever geen Ethiopiërs aanneemt.

David Avraham (35), die deze week ook in Kiryat Malachi was, herkent dat. Als leraar natuurkunde wordt hij op basis van zijn curriculum vitae altijd uitgenodigd – en na een gesprek altijd afgewezen. Een ander voorbeeld, van dinsdagochtend. Toen hij online zijn huis in Beer Sheva probeerde te verhuren, kreeg hij van een geïnteresseerde als eerste vraag: ‘wonen er in die flat ook Ethiopiërs?’.

Inbal Cohen woont in de flat in Kiryat Malachi die Ethiopische huurder weert. Ze weet van geen discriminatoire afspraak, zegt ze. Ze heeft ook geen probleem met Ethiopiërs (20 procent van de bevolking van Kiryat Malachi). Sterker, ze voegt zich bij de demonstranten. Ook Ofer Amar, die hier opgroeide en op een terras cola drinkt, geeft de Ethiopiërs gelijk. „Racisme is verkeerd. Maar er zijn hier slechts een of twee racisten. Israëliërs zijn niet allemaal zo.”

Avraham ervaart dat anders. „Ik voel het racisme elke dag, ieder uur, overal. Wij joden zijn de grootste antisemieten van allemaal.” Zijn theorie: joden geven het trauma door, naar beneden. „De Europese joden hebben geleden onder het racisme van de nazi’s en reageerden dat in Israël af op de sefardische joden uit het Midden-Oosten. Zij op hun beurt discrimineren de Ethiopiërs het meest.”

En het ergste is, zegt Avraham, „dat ik in het leger zag dat de Ethiopische militairen de Palestijnen het meest beestachtig behandelden van allemaal”. Avraham schaamt zich tegenwoordig joods te zijn, zegt hij, en is op zoek naar een verblijfplaats buiten Israël.