En de mens schiep de duinen

Duinen puur en onaangetast en louter het werk van zee en wind? Duinen zijn ook en misschien wel vooral mensenwerk, zegt bioloog Rolf Roos tijdens een excursie bij Castricum. „De mens is hier alomtegenwoordig.”

‘Stormen zorgen voor ingrijpende veranderingen in ons landschap, zij zijn de stroomversnellingen in de tijd. Duindoorbraken, kustafslag, het afkalven van de natuurlijke zeewering: het kan allemaal in één keer gebeuren door grote najaars- en winterstormen.”

Bioloog Rolf Roos (1954) vertelt over het duinlandschap in de omgeving van Castricum, Noord-Holland. Hij is auteur en redacteur van een serie boeken en een bijbehorende website die Duinen en mensen heet. „Stormen zorgen voor uitersten in de natuur.”

Zojuist is de uitgave verschenen over de archeologie, natuur en historie van de Noordkop en het Zwanenwater, grofweg de kuststrook die zich uitstrekt van Den Helder tot en met de Hondsbossche Zeewering. Eerder kwam het deel uit over Kennemerland met de duinenrij vanaf Petten en dan verder doorlopend langs Haarlem naar de Amsterdamse Waterleidingduinen. Texel verschijnt binnenkort; de Zuid-Hollandse en Zeeuwse kustlijn is in voorbereiding.

De auteur ziet het duingebied, waarvan Nederland een klein maar boeiend onderdeel uitmaakt, in een groots perspectief. Vanaf het Franse Cap Gris Nez tot aan de kop van Jutland in Denemarken strekken de duinen zich uit. Het is een betrekkelijk smal gebied met vaak hoge toppen dat het laaggelegen achterland met polders, steden, wegen en talloze vormen van bebouwing beschermt tegen de aanvallen van de zee. Juist in deze maanden van storm en stormachtig weer, zelfs tot windkracht 8, van springtij en aanzwellend water, is een nadere beschouwing van de Nederlandse duinen gerechtvaardigd.

Roos is opgegroeid aan de kust en is geboeid door duinen; hij is, behalve een „duinenman”, bioloog en veldecoloog. Nu eens buigt hij zich over de grond om de oorsilene aan te wijzen, een minuscule grondbloeier met smalle, langwerpige blaadjes die in de wintertijd nauwelijks opvalt. Dan weer wijst hij met brede gebaren om zich heen om de grote lijnen in het landschap zichtbaar te maken.

Aan de westzijde van Castricum lopen paden rechtstreeks de duinen in. Eerst doorkruisen we vlakke akkers en kale bollenvelden. Roos: „Bijna niemand die het weet, maar de duinen hier strekten zich vele honderden meters naar het oosten uit. Waar wij nu staan lag een reusachtig duingebied dat behoorde tot de Koninklijke Landgoederen. Ze zijn vergraven door koning Willem III om de spoorlijn van Amsterdam via Alkmaar naar Den Helder aan te leggen. Een groot deel van dit duin is verdwenen onder de bielzen.”

We komen langs de Zanderijweg en vervolgen onze weg over de Breedeweg. De boekenreeks van Roos en zijn vele deskundige co-auteurs, onder wie archeologen, ornithologen, plantkundigen, vlinder- en insectenkenners, cartografen, heet Duinen en mensen.

Waarom zo nadrukkelijk de mens in de titel genoemd? „We hadden de reeks ook ‘Woeste duinen’ of ‘Wilde schoonheid der duinen’ kunnen noemen”, antwoordt Roos, „maar dat klopt niet met mijn visie op de duinen. Voor de mens van nu vertegenwoordigen duinen ongerept gebied, wilde natuur. Niet voor niets heetten duinen tot ver in de negentiende eeuw wildernisse. Wildernissen waren gebieden waar niemand kwam, behalve stropers, jagers en herders. Maar vanaf het vroegste begin van het bestaan van ons land, ver voor de middeleeuwen, zijn duinen bewoond door mensen en is menselijk ingrijpen in de duinen alomtegenwoordig.

„Wij zien dat nu anders. We willen graag het pure en onaangetaste van de duinen zien. Ik beschouw mezelf als een historisch ecoloog. Ik zoek naar verbanden tussen mens en natuur. Waarom verschijnt de zeer zeldzame bijenorchis plotseling in een vallei in de Noordkop? Waarom liggen daar, midden in de duinen, opeens plukken dennenbomen? Waarom zijn duinen altijd het steilst naar het binnenland toe? Feitelijk zijn duinen cultuurlandschap maar daarom niet minder waardevol. Ze behoren wel tot de meest natuurrijke gebieden van ons land met een schitterende biodiversiteit.”

Duinen zijn ook en misschien wel vooral mensenwerk: daar komt het kort gezegd op neer.”

Roos wijst op een duin dat zich ruim 32 meter boven de zeespiegel verheft, het Papenberg Massief. Hij spreekt erover alsof we in Zwitserland zijn. We beklimmen de flank ervan, door Roos „de laatste flank” genoemd. Hij vervolgt: „De oudste duinen, zoals bij Spaarnwoude en Haarlem, zijn al meer dan 4.500 jaar door de mens bewoond. De plek waar wij nu staan, de meest oostelijke zijde van het huidige duinmassief, is hoger dan de duinenrij langs de kust. Bovendien vallen de duinhellingen aan de landzijde recht naar beneden, terwijl aan de zeezijde de vorm der duinen glooiender is. Ook dat is het werk van mensenhanden, hoewel we denken dat zee en wind uitsluitend de bouwers van de duinen zijn. Aan de kustzijde groeit een duin aan en stuift geleidelijk op. Maar aan landzijde houdt de mens het duin tegen met beplanting. Daardoor groeit een duin de hoogte in.

Voor Roos is Castricum een betekenisvolle plek, omdat hier ooit het Oer-IJ liep, een getijdenbekken dat in 2500 voor Christus een open verbinding met de Noordzee vormde en in 1000 na Christus verlandde en verstoven raakte door de duinen. „Zonder de duinen had Nederland niet bestaan”, vervolgt Roos terwijl we de top van het Papenberg Massief hebben bereikt. Van hieruit hebben we een ongehinderde blik in alle windrichtingen. Amsterdam aan de zuidkant, de felle, schuimende branding van de zee westelijk, het polderland aan de voet van de duinen. Hier lijkt het veilig, hier kan het water Nederland niet binnendringen. Roos: „Eigenlijk heeft Nederland zijn ontstaansgeschiedenis en de huidige vorm te danken aan Texel. De Hoge Berg van Texel is vijftien meter hoog. Het is een opstuwing van keileem. Dankzij deze zogenoemde „opduiking” kon de duinenstrook van Noordkop en Kennemerland zich hieraan vasthaken. Goed beschouwd ligt ons begin dus bij Texel.”

Onze duinen zijn nu bebost, dat was vroeger niet zo: „Duinen waren kaal, zandverstuivingen en zandheuvels vormden het beeld, afgewisseld met waterrijke duinvalleien. Daarna is men begonnen met grootscheepse duinbebossing. Nu zijn natuurbeheerders er weer van overtuigd dat zandverstuivingen noodzakelijk zijn om de biodiversiteit te waarborgen. Wilde natuur dus? Nee, dat is schijn, dat is de mythe waarin we graag willen geloven. Omdat we van het woeste en ongerepte houden. Maar de mens is hier alomtegenwoordig.”

In noordelijke richting strekt zich de Hondsbossche Zeewering uit. Daar waren de Hollandse duinen in de loop der geschiedenis niet zo veilig. „Veel mensen denken dat het een zeegat is, maar dat klopt niet”, zegt Roos. „In 1570 vond een eenmalige, reusachtige doorbraak plaats, veroorzaakt door een woedende storm. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar: de Hondsbossche Zeewering is nu een kilometerslange, uit basaltblokken en beton opgetrokken waterkering, maar was eens een duinenrij.”

Kester Freriks

Duinen en mensen. Kennemerland. Duinen en mensen. Noordkop en Zwanenwater door Rolf Roos, redactie.