Doe dit maar eens zonder subsidie

Dirk Lips handelt in vrije tijd: van de Beekse Bergen tot het Stripmuseum.

Zonder overheidssubsidie zouden de attracties niet rendabel zijn.

Dirk Lips tuurt over de rand van wielerbaan Omnisport in Apeldoorn. Hij laat zijn blik dwalen langs de racefietsen die over de baan schieten. „Prachtig toch? Ik ben zelf nog wielrenner geweest. Amateur hoor, dat wel.”

Omnisport is een van de laatste aanwinsten van de Lips beheermaatschappij, Libéma. Bijna 35 miljoen euro kostte het gebouw. De helft werd opgehoest door de gemeente Apeldoorn. Daar bovenop ontvangt Libéma elk jaar nog eens 660.000 euro subsidie van diezelfde gemeente voor de exploitatie.

Kenmerkend voor de accommodaties van Libéma is hun veelzijdigheid. Zo ook Omnisport: domein voor topsporters, sporthal voor scholieren, vergadercentrum voor het bedrijfsleven.

Libéma is een opvallende speler op de Nederlandse recreatiemarkt. De laatste weken staat het bedrijf weer volop in de belangstelling vanwege de mogelijke overname van het failliete vliegtuigmuseum Aviodrome in Lelystad. Libéma wil het park graag toevoegen aan zijn attractiestal, maar de banken zijn terughoudend in de financiering van deze overname. Het bedrijf is daarom afhankelijk van het geld dat een groep investeerders – waaronder de gemeente Lelystad – bij elkaar weet te brengen. „Anders gaat het feest helaas niet door”, zegt directeur Lips.

Libéma werd in 1982 opgericht door Dirk Lips. Zijn vader Maximiliaan (‘Max’) Lips bezat een grote collectie oldtimers die hij exposeerde in Drunen. Maar het publiek kwam slechts eenmaal kijken en keerde nadien niet meer terug naar die oude auto’s. Dirk Lips rook zijn kans. Hij stelde voor de collectie over te nemen. Prima, zei zijn vader. Maar dat wordt later wel van je erfdeel afgetrokken.

Dirk Lips heeft er nooit spijt van gehad. Hij greep hard in bij het bedrijf. „Als een tent niet draait, kun je drie dingen doen”, zegt Lips. „Een: snijden in de kosten. Twee: gaan voor maximale omzet. En drie: iets toevoegen.” Zijn eigen regels paste hij toe op het oldtimermuseum. Lips bouwde er een speeltuin naast, ontsloeg de helft van het personeel en noemde het park Autotron. Binnen een jaar was het rendabel.

Hetzelfde kunstje herhaalde Lips vijf jaar later toen Libéma Safaripark Beekse Bergen overnam van de gemeenten Tilburg en Hilvarenbeek. Het safaripark draaide een miljoenenverlies. Het themapark Speelland en een vakantiepark moesten bezoeker langer binden. Lips: „Combineer functies, in dit geval dus ‘verblijven’ en ‘dagrecreatie’.” Zo wist Lips ook van De Beekse Bergen een publiekstrekker te maken.

Het grootste succes moest toen nog komen. Op diverse plaatsen kwamen in de jaren 90 veehallen leeg te staan door het inzakken van de handel. Gemeenten zaten met die blokkendozen in hun maag. Maar Lips probeerde zowel de particuliere als de zakelijke markt te bedienen. „Mensen moeten allemaal eten, parkeren en naar het toilet. Alleen de daginvulling is anders. Daarvoor heb je geen twee verschillende organisaties nodig.”

Lips praat graag in metaforen. Meerdere keren trekt hij een vergelijking met de drukpers. „Die gebruik je ook niet alleen om één krant te drukken. Je probeert hem zo optimaal mogelijk te gebruiken. Dat geldt ook voor wat wij leisurecentra noemen. Met de kennis om één zo’n hal te exploiteren, levert een tweede of derde hal alleen maar schaalvoordelen op. De gemiddelde kosten liggen dan lager. ”

Libéma groeide de afgelopen dertig jaar vooral dankzij de investeringen in dag- en verblijfsparken en voormalige veehallen uit tot een miljoenenbedrijf. In 2010 realiseerde Libéma een omzet van 60 miljoen euro en trokken de ‘attracties’ 5,1 miljoen bezoekers. Er werken relatief weinig mensen (552 werknemers). Met name de attractieparken draaien vooral op flexwerkers.

Klinkt als een gezond bedrijf. Toch reizen er regelmatig twijfels over de vermogenspositie van Libéma. Critici wijzen op de publieke private samenwerkingsverbanden (pps) die Libéma aangaat met gemeenten. Projecten als Sportiom in Den Bosch, Ecodrome in Zwolle en ook Omnisport in Apeldoorn kwamen met gemeentesubsidies tot stand.

En als je die subsidie wegdenkt, blijft er maar verdomd weinig over van de miljoenenwinst die Libema claimt, verklaarde Karel-Henk Sijgers, een voormalige rechterhand van Lips, in 2006 tegenover het tijdschrift Quote. Volgens Sijgers is dat de reden dat Lips „niet noemenswaardig investeert. [...] Hij heeft er gewoon het geld niet voor.”

Lips weerspreekt de kritiek: „Het klopt dat deze locaties niet rendabel zijn zonder subsidie. Maar wat is daar mis mee? Ik doe iets voor de overheid, dan is het toch niet vreemd dat ik geld verlang om het investerings- en exploitatierisico af te dekken? Wij werken gewoon voor deze subsidie.”

Wie een blik werpt op de jaarcijfers van de Exploitatie bv van Libéma, ziet een patroon. De attractieparken lijden al jaren verlies. Vorig jaar dook het bedrijf 1,5 miljoen euro in de rode cijfers. Toch gaat het niet slecht met zijn bedrijf, zegt Lips.

Dat komt vooral door de bedrijfsstructuur. Libéma is opgesplitst in een exploitatie bv en een vastgoed bv. Terwijl de exploitatietak structureel verlies lijdt, zorgt de vastgoed bv dat het eigen vermogen van de onderneming nog steeds groeit. Vorig jaar met ruim anderhalf miljoen euro.

De scheiding is een boekhoudkundige ingreep die moet voorkomen dat Libéma onder een structuurregime valt. Daaronder zouden niet de aandeelhouders de directie benoemen, maar de raad van commissarissen. En dat is geen wenselijke situatie voor Lips als enig aandeelhouder.

De verliezen in de exploitatietak hadden sinds vorig jaar eigenlijk tot het verleden moeten behoren. In een toelichting op de jaarrekening 2010 sprak Libéma nog van een „krachtig herstel” in 2011. Dat is tegengevallen, erkent ook Lips. „De opbrengsten uit de zakelijke markt lopen terug. Maar daarentegen presteren de pretparken prima. Mensen consumeren wat minder of verblijven in kleinere huisjes, maar ze blijven wel komen. Daarom willen we juist in deze tijd ook investeren.”

Behalve met de overname van Aviodrome is Libéma ook bezig met een nieuw safariresort bij De Beekse Bergen. „Ook ’s nachts gebeurt er een hoop op de savanne. Bezoekers slapen straks tussen de wilde dieren. Een nagebootste jungle met huisjes waar giraffen, neushoorns en okapi’s omheen bewegen. Net echt.”

Dirk Lips heeft een voorliefde voor dieren. Als hij zich ergens mee moet vergelijken, dan noemt hij de berggorilla. „Een dier dat een natuurlijk respect afdwingt bij zijn soortgenoten.” Lips ziet parallellen met de manier waarop hij Libéma leidt en de kritiek waar hij tegenaan loopt. „Je moet staan voor je zaak; een gezonde vorm van zelfrespect hebben. Als ze dan eens ‘boe’ roepen, moet je ook niet zenuwachtig worden.”